Randy Newman :: 13 oktober 2015, De Roma

Een oude man aan een grote vleugelpiano, een liedje of vijfendertig met minstens evenveel kurkdroge witzen erdoorheen en een zaal gevuld met fans voor het leven. Elk concert van Randy Newman in ons land heeft zo zijn zekerheden, maar in plaats van clichés of routine levert dat nog altijd hartverwarmende en bijwijlen bloedmooie concerten op.

In Borgerhout gaf Newman het eerste van vier concerten op vijf dagen tijd in ons land, amper een jaar na passages in Roeselare en Turnhout. Je kunt met andere woorden van de bijna 72-jarige man beweren wat je wilt — dat hij er tegenwoordig als een sjofele opa uitziet, om maar iets te zeggen — maar zijn performershart klopt nog te hevig om zoals de gemiddelde 72-jarige aan de sofa gekluisterd te zitten en wat tijd in te halen met de kleinkinderen. Thuis klinkt er geen applaus, zo bekent Newman wanneer hij “I’m Dead (But I Don’t Know It)” inleidt. Het nummer draagt hij lachend op aan de muzikale generatie van de jaren 60 en 70, zichzelf inclusief dus, die het toeren een halve eeuw later nog steeds niet kan laten.

Net dat is wat van Newman zo’n unieke entertainer maakt: hij zet graag zo veel mogelijk mensen in de zeik maar vergeet daarbij nooit zijn eigen personage in het belachelijke te trekken. Beschaafd schoffeert hij achtereenvolgens fanatieke gelovigen in “God’s Song”, de politieke macht in “The World Isn’t Fair” en “Political Science” en natuurlijk de kleineren van gestalte in “Short People”. Maar met een even dikke laag sarcasme relativeert hij zijn eigen carrière in “It’s Money That I Love” en “Lonely At The Top”.

Is de rol van de cynische entertainer dan groter geworden dan die van de zanger? Absoluut niet, want het blijven in de eerste plaats de liedjes die je pakken. Newman heeft sinds zijn debuut dozijnen perfecte popsongs bij elkaar geschreven die je doen glimlachen met hun frivoliteit en je ontroeren met hun tristesse. Het ontwapenende “Marie” of het tragische “Guilty”, om er maar twee te noemen, zorgen voor een krop in de kelen en nadat hij zijn voorbeelden Stevie Wonder en Ray Charles lachend verwijt alleen maar ballads geschreven te hebben aan het eind van hun carrière, zet hij het mooie “She Chose Me” in, niet toevallig een van zijn meest recente ballads. Ook de evergreen “I Think It’s Going to Rain Today”, het obscure “In Germany Before The War” en de Toy Story hit “You’ve Got A Friend In Me” zorgen voor zwemen van weemoed.

Behoorlijk jammer: dat laatste leidt Newman in met een anekdote die bijna zo oud is als Toy Story zelf en dan ook bij heel wat mensen iets te bekend in de oren moet geklonken hebben. Want niet alleen de setlist is al enkele jaren grotendeels dezelfde, ook enkele van de vele grapjes kun je stilaan rasechte klassiekers noemen. Ook de manier waarop het publiek het refrein voor zijn rekening mag nemen bij “Rider In The Rain” en “I’m Dead (But I Don’t Know It)” was op basis van zijn vorige concerten erg voorspelbaar, al was er in de Roma geen kat die zich daar aan stoorde.

Een Sinatra is Newman nooit geweest en de ouderdom van zijn stem valt steeds moeilijker te camoufleren, dus feilloos klonk die zeker niet. De hoogste noten worden elk jaar wat lager en de langste tonen wat korter, maar het vernuftige pianospel houdt de nummers moeiteloos overeind. Doodsimpel lijken ze, de melodietjes waaraan Newman zijn liefdesverhalen, vlijmscherpe observaties en kleine tragedies ophangt. Maar ze slagen er twee uur lang in om je op het puntje van je stoel te houden. Van satire naar pure romantiek, van aandoenlijk optimisme naar aangrijpende miserie, Randy Newman slaagt erin een zaal te betoveren met een al bij al beperkte trukendoos.

Een perfect concert zal Newman wellicht niet meer geven, daarvoor laat hij teveel kleine slordigheden toe. Maar wie erbij was, weet dat een nonchalante Randy Newman nog steeds garant staat voor een avond onbedorven popmuziek. En eigenlijk hoeft die helemaal niet perfect te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in