The Ex :: The Ex At Bimhuis (1991-2015)

Hoewel het intussen alweer vijf jaar geleden is dat The Ex nog eens een regulier album uitbracht, bleef de band in tussentijd niet stilzitten. Er was een samenwerking met Brass Unbound, het tweede album met de Ethiopische saxofonist Getatchew Mekuria, er verschenen een paar singles (waaronder ook met Selvhenter en Fendika) en een prachtige concertfilm ter gelegenheid van hun 33 1/3e verjaardag And So Say All Of Us. En dan zijn de leden natuurlijk ook in de weer met eigen projecten en labels. Met de nieuwe dubbelaar The Ex At Bimhuis (1991-2015) belicht de band een hoofdstuk dat dertig jaar geleden geen mens voor mogelijk gehouden had. Maar man, wat een weelde dat het werd.

In het essay van muziekjournalist Peter Bruyn dat, samen met een resem foto’s, posters en herinneringen, terug te vinden is in het prachtige, 32 pagina’s tellende boekje bij het album, wordt mooi uit de doeken gedaan hoe het ooit iets is kunnen worden tussen een stel punks uit de krakerscene en het meest legendarische jazzhuis van de Benelux. Iets dat uiteindelijk zou leiden tot twaalf bandperformances in de concertzaal – zowel eigen concerten als festivalverschijningen – met nog eens twee dozijn andere improconcerten met Ex-leden erbovenop.

Er waren verschillende cruciale stappen die de combinatie op gang brachten en versnelden. Eerst er vooral was er al album Blueprints For A Blackout (1984), waarop de band voor het eerst experimenteerde met improvisatie. Nogal een verrassing na de vrij rechtlijnige punk van ervoor, en zeker zonder echte parallellen in die tijd. Maar dan was er ook nog een interview met trombonist Wolter Wierbos, waarin die de wens uitdrukte om ooit eens met een band als The Mekons te spelen, dat de band was bijgebleven. Dat en een steeds groeiende interesse in improvisatie, de ontdekking van het befaamde ICP en bezochte concerten in het Bimhuis, leidde ineens tot de aanwezigheid van o.m. Wierbos en AB Baars op album Joggers & Smoggers (1989).

Wat volgde is bekender. De band maakte twee albums met de New Yorkse cellist Tom Cora en ging zijn internationale netwerk alleen maar uitbreiden in de jaren negentig. Albums als Instant (1995) en Rondje Holland (2001) intensifieerden die banden, terwijl het na de millenniumwende in het teken stond van de uitstappen naar Ethiopië en de groeiende samenwerking met figuren als Ken Vandermark, Mats Gustafsson en Xavier Charles. Kortom: genoeg geschiedenis om eens in te duiken. Een deel van deze opnames belandde in het verleden al op video/DVD, maar het merendeel is voor het eerst bij elkaar gebracht, en geselecteerd uit acht verschillende evenementen tussen 1991 en 2015.

De eerste cd, geplukt uit opnames van de vroege jaren negentig, klinkt bij momenten behoorlijk rauw en lo-fi, maar de manische energie, stuiterende ritmes en repetitieve, atonale kliederkunst spat van het schijfje. De eerste opnames (juni 1991) laten de kwartetversie van toen horen zonder Andy Moor, maar die was (net als de rest van zijn toenmalige band Dog Faced Hermans) wel al van de partij. Het is bijzonder opwindend om de band door die stukken te horen razen, ondersteund door kleppers als Baars, Wierbos en Han Bennink, terwijl Herr Seele zich ook bij het gezelschap voegde. Hoor vooral ook eens hoe “Shopping Street” (uit Joggers & Smoggers) hier in lichterlaaie gezet wordt.

Later dat jaar stond de band er weer voor de ‘October Meeting’. De voluptueuze zang van Greetje Bijma leidt in combinatie met de ambitieuze arrangementen en de spoken word van G.W. Sok tot een combinatie die bijna een kwarteeuw later nog altijd even fris klinkt. Of luister eens hoe gretig de muzikanten razen door “Sonic Boom”, een hysterische stoot van kletterende ritmes en gitaren die rond elkaar wentelen als een nest horzels. En dan zijn er de sparring matches: de gitaren versus Bennink, en het opzwepende duet van Bennink en Bornefeld. De opnames uit 1993 waren ooit al te horen op de DVD Beautiful Frenzy en worden hier herhaald in hun heerlijke schizofrenie Hoor hoe de band swingt door “Dear House”, of hoe “Oh Puckerlips Now” iets krijgt van een dolgedraaide sloganmars.

Het tweede schijfje verzamelt stukken uit vijf evenementen tussen 2002 en 2015, met een indrukwekkende greep uit het concert van het Ex Orkest uit 2002, toen er meer dan twintig muzikanten samen op het podium stonden. In “Symphony For Machines” heeft het iets van een XL-fanfare die zich een weg baant door een mechanische, duivelse rit die langs “The Imperial March” uit Star Wars-scheert (in werkelijkheid werd het stuk gebaseerd op werk van componist Alexander Mosolov), terwijl “Gronings Liedje”, met een tekst van Jan Mulder, zorgt voor een regelrecht krop-in-de-keel-moment met die combinatie van rijke blazers en de stemmen van Jaap Blonk en Phil Minton. En dan een knetterende versie van Beefhearts’ “Suction Prints” en “Lale Guma”, een Ethiopisch lied dat ze eerder dit jaar op een 7” single zetten. Een machtige reeks.

Natuurlijk volgt er ook een greep uit een concert met de Ethiopische saxofonist Getatchew Mekuria, die gedocumenteerd werd met twee albums die het adaptatievermogen van The Ex mooi uit de doeken deden. Was het eerste album een combinatie die soms iets had van een clash, dat viel het op de tweede samenwerking helemaal op z’n plaats. Ook hier krijg je zowel tyfusherrie als aanstekelijke ritmes, energie en dansbaarheid gecombineerd. Het is misschien ook het grootste verschil tussen The Ex voor de wissel van Sok en de Boer. De latere versie lijkt nog iets nadrukkelijker het ritme en de dans in de verf te zetten, zonder daarom te gaan klinken als een minder gedreven eenheid.

Er zijn ook twee stukken van het verjaardagsfeest uit 2012 (33 1/3 jaar) dat we uitgebreid aan bod lieten komen op deze site, alsook een knappe versie van “Every Sixth Is Cracked”, een van hun beste recente(re) songs, die ze in mei van dit jaar opnamen tijdens een concert voor een kinderpubliek. En dan is er ook nog Zea (de Boer), die samen met Xavier Charles en Bennink een prachtversie speelde van Leadbelly’s “Bourgeois Blues” op oudejaarsavond 2010. Kortom: je wordt heen en weer geslingerd tussen uitersten, tussen kleine en grote bezettingen, (relatieve) ingetogenheid en euforische uitbundigheid, uitgesproken engagement en het feest van het moment.

En zo bewijst The Ex At Bimhuis (1991-2015) nog maar eens, en ook voor zij die het nog niet beseften, dat overgave, avontuur en samenwerking (met zo maar even zeventig muzikanten – de lijst is er eentje om bij te beginnen duizelen – die werden uitgenodigd voor hun Bimhuisconcerten) altijd al aanwezig waren, of centraal stonden, in de filosofie van de band. En hoewel de wisselende geluidskwaliteit en combinatie van al die verschillende bezettingen de coherentie van deze release in de weg zou kunnen staan, wordt vooral die befaamde leuze “Forward in all directions” nog maar eens onderstreept. Een machtig overzicht dat de honger naar nieuw materiaal (2016?) nog even kan stillen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in