Daniel Norgren :: Alabursy

U houdt uw innerlijke demonen liever zoveel mogelijk gemuilkorfd? Kleine tip: ga niet op uw eentje in een afgelegen bos wonen. Daniel Norgren bekeerde zich wel tot een spartaanse kluizenaarsbestaan en dat is eraan te horen op Alabursy, een plaat vol rudimentaire, verweerde countryfolk die het eelt van de ziel schraapt. Dat dan weer wel…

Vijf platen lang was Daniel Norgren een goed bewaard Zweeds geheim, maar daar heeft Alabursy een aardedonkere streep onder getrokken. Zonder z’n roots te verloochenen, waagt de baardige Zweed zich dan ook aan een lichte koerswijziging. Hij ruilt z’n ruwe rural blues in voor een melodieuzer, galmend geluid. Geen zelfgemaakte instrumenten meer zoals op z’n debuut Kerosene Dreams, maar streepjes akoestische gitaar, piano en accordeon. Ook verdwenen: de hoekige, hortende en stotende bluesstompers à la Tom Waits. In de plaats daarvan nestelt Norgren zich eerder in het kielzog van singer-songwriters als Bonnie ‘Prince’ Billy en Sufjan Stevens met intimistische, uitgepuurde ballades die krassen op het hart achterlaten.

Niet dat de sound van Norgren plots gepolijst is geworden. Alabursy begint nog met een stukje duistere ambient dat van Boards Of Canada had kunnen zijn, maar na die sfeervolle opener bevestigt het uitgebeende, grofkorrelige geluid dat deze plaat is opgenomen in ’s mans huis met een eenvoudige viersporenrecorder. Blies er tijdens “No Shade In The Shadow Of The Cross” van Sufjan Stevens nog een radiator op de achtergrond, dan hoor je hier vogels tjirpen en bromvliegen die lelijk huishouden in de versterkers. Nee, protools zijn niet aan Norgren besteed. Net als op Bon Ivers For Emma, Forever Ago maakt die primitieve aanpak deze spookachtige klaagzangen er alleen oprechter en persoonlijker op.

En dan zijn er nog de teksten. “Everyone you love/grass will grow above” zingt Norgren in het beklijvende “Everything You Know Melts Away Like Snow”, waarna hij aan het neuriën slaat met een sardonische grijns om de lippen. In “If You Look At The Picture Too Long” verwelkomt hij de geesten uit het verleden dan weer met een bijna vrolijk fluitdeuntje. Als je demonen in het holst van de nacht telkens weer op de deur komen kloppen, kan je ze evengoed binnenlaten. Liefst nog met een glas in de hand: “But I can see the light of dawn/as I pour it through my liver”, klinkt het in “The Light Of Dawn”. Alabursy is dan wel een tocht door de ruïne van Norgrens hoofd, maar de aanvaarding van de donkere passagier en de bijtende humor voorkomen dat de plaat al te zwaarwichtig wordt.

Want Alabursy snijdt zo al diep genoeg. Daar zit ook de zangstijl van Norgren voor veel tussen. In de atmosferische spookfolk van “Why May I Not Go Out And Climb The Trees” voert hij de luisteraar met intens wolvengehuil terug naar z’n harde kindertijd en in “Like There Was A Door” klinkt z’n stem als vermolmd hout. Krakend en met meer dan één barst in. Een versteende ziel die niet met een krop in de keel achterblijft…

Samen met Carrie & Lowell van Sufjan Stevens is Alabursy dé ribbenplakker van het jaar. Een geut rauwe tristesse die als een stevig geturfde whisky nog lang blijft nagloeien. Een ideale metgezel voor de nakende herfst als u het ons vraagt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in