Circuit des Yeux :: In Plain Speech

Eerlijk? We kenden Haley Fohr (de gedaante achter eenvrouwsproject Circuit des Yeux) hiervoor enkel van een compilatie waarop ze een song van Daniel Johnston onder handen nam. Dat terwijl haar eerste album al in 2008 verscheen. Spijtig, want als we beter opgelet hadden, dan hadden we dit kunnen (of moeten) zien aankomen. In Plain Speech, of gewonemensentaal, zoals wij dat noemen, is misschien een wat vreemde titel. Terwijl de taal die Fohr hanteert vaak inderdaad verrassend eenvoudig is, is er helemaal niets ‘gewoon’ aan haar vijfde album.

De laatste jaren dook ze regelmatig op bij goed volk. Zo deelde ze affiches met o.m. Loren Connors, Tim Hecker en The Solar Motel Band, schuimde ze Europa af met Liturgy en Jenny Hval, maakte ze een 7” met Bill Orcutt en deed ze hier wat haar maatje Ryley Walker onlangs ook nog deed: enkele zwaargewichten uit de bloeiende underground van Chicago inviteren voor haar nieuwe album. Terwijl Walker improkleppers als Fred Lonberg-Holm en Jason Adasiewicz uitnodigde, kreeg Fohr gezelschap van volk uit Cave, Bitchin Bajas en Spires That In The Sunset Rise. Die zorgden stuk voor stuk ervoor dat de sound en aanpak van In Plain Speech mooi in de verf gezet werden, al is Fohr zelf al zo’n speciaal geval dat het zelfs solo al voor vuurwerk zou zorgen.

Doorheen deze korte plaat – amper 9 songs in een dik halfuur – neemt ze het gros van de muziek voor zich, met gitaar, bas, synth, piano en meer, maar het is vooral die stem, die klassiek getinte bariton die gaat opvallen. Daardoor is ze al vaker vergeleken met Anthony en Scott Walker, maar de stijl en welwillendheid om buiten de lijntjes te kleuren doen al net zo sterk denken aan pakweg Jarboe of PJ Harvey. Het terrein dat Fohr afbakent, wordt gemeenzaam avant-folk genoemd, maar je kan net zo goed spreken van experimentele pop, terwijl hier en daar ook wordt gespeeld met elementen uit de minimale muziek en drones-traditie.

Na korte instrumental “KT 1” is het meteen aan een van de meest opvallende songs op het album, “Do The Dishes”. Een compacte boodschap aan het adres van vrouwen, die vergezeld werd van een opvallende videoclip, maar muzikaal nog sterker is, met een eindeloos herhaald synthmotief, met daarop de theatrale sirene van Forh, die na een tijd gestapeld wordt, vergezeld wordt van brommende bassen en melancholische strijkers die zo weggelopen lijken van bij Julia Kent. En dan valt de song ineens stil, blijft er niets meer over dan een puls en een dromerige toetsengolf. Een vreemd contrast, maar een voorbode van de stilistische wendingen die nog volgen op het album.

“Ride Blind” klinkt assertiever, opgejaagd door staccato basfiguur en rollende figuur, met opnieuw accentuerende strijkers en halverwege een semi-explosie van energie richting zware rockmuziek met theatrale zang. In het tweeluik “Dream Of TV”/“Guitar Knife” wordt de zang woordenloos en minder centraal. Is het eerste aanvankelijk nog filmisch, geschikt voor een of andere indie prent, dan worden later meer droney/spacey-regionen aangedaan om uiteindelijk te belanden bij een uit z’n voegen barstende euforie met gonzende geluiden en fladderende fluiten; en blijft “Guitar Knife” op het terrein van onheilspellende spookmuziek.

Net als je verwacht dat de parade van het excentrieke aanhoudt tot het albumeinde, verschijnt met “Fantasize The Scene” de meest conventionele song van het album, een rond akoestische gitaar gevlochten dagdroom, een ode aan de verbeelding en de behoefte aan een nieuwe start, met aan het einde weer een opvallende strijkerscoda. De resterende songs benadrukken tenslotte waarom Fohr doorgaans in het folkhoekje gezet werd. Het kalm meanderende “A Story Of This World” sluit aan bij het werk van haar hedendaagse folkvrienden en wordt opgevuld met o.m. basklarinet en orgel, terwijl afsluiter “In The Late Afternoon” een slotmars inzet bij gedimd licht, met geplukte vioolsnaren, meeneuriënde basklarinet en, na verloop van tijd, een vreemde combinatie van logge beats en achterwaartse passages.

Aan karakter alleszins geen gebrek op In Plain Speech. Fohr beschikt over een klok van een stem. Die gaat ongetwijfeld ook heel wat mensen doen afhaken, maar dan zouden ze ook de originele inkleuring van de songs missen, net als de kleurrijke afwisseling die de constante is doorheen het album. Dat maakt van Circuit des Yeux een van de boeiende projecten die we onlangs op ons brood kregen. Hoewel ze met andere dingen in de weer is, is Jenny Hval een van de weinige referentiepunten die we hier hebben voor de eigenzinnige, soms bedwelmende aanpak van Circuit des Yeux.

Circuit des Yeux staat op 21 september met band in Netwerk (Aalst). Ook van de partij die avond: een ander opvallend soloproject, Ensemble Economique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in