Paal Nilssen-Love :: Cut And Bleed – Sounds From Ethiopian Metal And Korean Gongs

De Noorse drummer Paal Nilssen-Love is de voorbije vijftien jaar uitgegroeid tot een van de meest gerespecteerde figuren van de freejazz en vrije improvisatie. Terwijl zijn meest opvallende bands, zoals The Thing en zijn recenter opgestarte Large Unit, vooral zijn immense kracht en drive benadrukken, kan je elders ook terecht voor een meer genuanceerd beeld van zijn kunnen. Zo ook op zijn recentste (en als we het goed hebben, intussen zijn vierde) soloalbum, Cut And Bleed.

Natuurlijk kan je dat gevoel voor nuance en de meer ingetogen klankexploraties ook elders verkennen, zoals bij Double Tandem, het trio met AB Baars en Ken Vandermark, op de vele duoplaten die hij al op zijn credo heeft staan en doorgaans een meer intieme sfeer meebrengen. De platen met Joe McPhee (een nieuwe 7 cd-box komt rond deze tijd uit op zijn eigen label) en Ken Vandermark (een negende album komt er intussen ook aan, en dan laten we daar ook een 6 cd-box buiten beschouwing) laten een drummer horen die het complete terrein tussen stomende power-impro en fijnzinnige exploratie verkent.

Maar dit is nog iets anders, omdat het niet alleen een onderbelichte kant van zijn temperament laat horen, maar ook een stuk van zijn instrumentarium dat redelijk zeldzaam is. Je krijgt het nu te horen om de eenvoudige reden dat het gaat om een thuisopname. Die kwam er nadat hij door het Zweedse label iDEAL gevraagd werd om een bijdrage te leveren. Compagnon Lasse Marhaug trok naar Nilssen-Love’s woonst en daar werden de opnames gemaakt die op Cut And Bleed belandden. Geen gefoefel, geen overdubs of ander fancy gedoe, maar straight to tape, rauw en direct. Het grote verschil is dat de drummer er een uitgebreid(er) gamma aan objecten bij betrekt.

Dat leidt tot een album met twee titelloze helften die bol staan van gerommel en gestommel op en met potjes, schalen, hout, stokken, etc. En het gaat nog wel wat verder dan het klassieke gebruik van twee potjes die even op een snare drum gekwakt worden. Hier lijkt het alsof een kruiwagen van dat spel op een hoop gekieperd werd, of alsof Nilssen-Love op de grond zit, omringd wordt door een berg spullen en er dan maar mee in de weer gaat, met wrijvende, schuddende klanken, het gepiep van schurend en ratelend metaal. Geen strakke, rechtlijnige ritmes of ingewikkelde patronen, maar een vrije, vloeiende, onvoorspelbare verkenning.

Het metalige gekletter klinkt bekender in de oren dan het plots opduikende gegons van de Koreaanse gongs. Die brengen zachtere en warmere resonanties voort en klinken als wol in de oren, met een Oosterse, haast mystieke tint. Het is in deze momenten ook dat Nilssen-Love de chaos en energie volledig laat voor wat ze zijn en het geluid centraal stelt, ook al blijft hij in de marge in de weer met extra accenten. Daarbij gaat hij niet zo gedetailleerd (of autistisch) te werk als een Paul Lytton. Hij komt er eerder mee op het terrein van Michael Zerang, zijn voormalige collega in het Chicago Tentet die vrije percussie ook een exotische air wist te geven. Een enkele keer herinnert het ook even (heel even) aan de solocimbaalconcerten van Tomas Järmyr, door de brommende frequenties die plots opduiken bij het gonzende metaal.

De twee albumhelften zijn vergelijkbaar, al zet de tweede aanvankelijk meer in op de gongs. De indruk dat je te maken hebt met een inspanning die voortdurend van leer trekt, is dan ver te zoeken, al blijft het natuurlijk wel Nilssen-Love. Er zijn ook krachtige, explosieve momenten (dat ding heeft die titel niet voor niks gekregen) en tijdens die tweede helft lijkt het een paar keer alsof hij een stuk plastiek aan flarden rukt. Het lachje aan het einde van de opnames doet vermoeden dat het nogal een rommeltje moet geworden zijn aan het einde van de improvisatie. Cut And Bleed is dus ook geen album voor een breed publiek. Het is niet zomaar bestemd voor iedereen die al graag een keer gaat headbangen op een portie turbo-impro. Het is wel een fijn (maar intussen misschien wat moeilijk vindbaar) hebbeding voor liefhebbers van intuïtieve solo-improvisaties of zij die een completer beeld willen hebben van ’s mans imponerende veelzijdigheid.

Nilssen-Love speelt op 26 augustus in het Zuiderpershuis met Peter Brötzmann, een organisatie van Sound In Motion. Het gaat om een exclusieve performance die volgt op een driedaagse opnamesessie op die locatie, waarvoor de twee ook een stel instrumenten meebrengen die ze — vooral door logistieke beperkingen — zelden kunnen laten horen. Zo zal Brötzmann onder andere zijn bassax en contrabasklarinet uitproberen en Nilssen-Love zijn Koreaanse gongs. Het zal hun uitzonderlijke samenwerking op een aparte manier benadrukken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in