Boomtown Festival :: 21-25 juli 2015, Kouter (Gent)

Boomtown is er met de jaren in geslaagd om een gevestigde waarde te worden in het alternatieve circuit en de eerste festivaldag was al meteen een schot in de roos. En er waren ook een aantal ontdekkingen in de marge van het festival tijdens de Gentse Feesten.

Boomtown zou Boomtown niet zijn als de organisatie niet zou experimenteren. Zo kan je er meer avant-garde acts ontdekken in het S&D#026-paviljoen. De constructie, die geïnspireerd is op de Ka’aba in Mekka, is ontworpen en ingevuld door 019, een tijdelijke invulling aan de Oude Dokken in Gent. 019 sluit vijf dagen lang de deuren en verhuist naar het centrum van de stad. Precies in het midden van de Kouter bouwden ze een steigerconstructie van acht op acht meter. In deze gigantische kubus nodigen ze jonge kunstenaars en collectieven uit die niet op een traditioneel podium terecht kunnen maar een eigen ruimte vereisen om met de toeschouwer in contact te komen. De eerste die er het podium (pardon, het heiligdom) mag betreden, is de Japanse muzikant Ubi Quitous. Een dik uur later is het de beurt aan YOUFF om iedereen omver te blazen. De drummer is een razende gek, maar eigenlijk geldt hetzelfde voor de gitarist. Dit duo is primitief, razendsnel en extreem energiek tegelijk. Noem het gerust avant-garde noise rock of zoiets, YOUFF is alleszins even vluchtig als de bandnaam.

Eind april won Lohaus enkele pleinen verder in ditzelfde Gent de JEKA-Rock Rally, waardoor het binnen enkele weken zomaar present mag geven op het reusachtige Szigetfestival in Hongarije. Nog geen plaat, nauwelijks één song op het internet te vinden, maar wel al aan de verovering van het buitenland begonnen: faut le faire. Vraag is of die Hannibalmove niet te snel komt, want onder de blakerende zon valt de triphop-op-zijn-Oscar & The Wolf-en-Alt-J’s van het trio op een koude steen; daarvoor verschillen de songs te weinig van elkaar. Het zou deze band helpen mocht er wat meer aandacht naar inkleding en sfeerschepping gaan. Pas met “Overwhelm”, dat naar verluidt al buitenlandse oren deed spitsen, en een door beats overwoekerd slotnummer, krijgt de band dan toch een eigen smoel. Net iets te laat, net iets te weinig.

Maar dé ontdekking in het paviljoen van 019 is misschien wel de geluidskunstenaar Mathieu Serruys, die met enkele bandopnemers en synths meeslepende drone- en ambient-muziek maakt. Hij bracht onlangs zijn debuutplaat On Germaine Dulac uit. Zijn trance-opwekkende muziek wordt echter bij momenten overstemd door de soundcheck op het hoofdpodium, maar het levert genoeg fascinerende blikken op. En terecht, want dit is straffe maar delicate kost. Aanrader voor fans van The Haxan Cloak en ander duister, atmosferisch gespuis.

Ook al door de invloed van Alt-J verpest: het ooit zo heerlijk hoekige Great Mountain Fire. Het is al te horen aan het geweldige “Cinderella”, vroeg in de set, hoe deze Brusselaars hun oor hebben gekeerd naar meer melodieuze synths en gladdere arrangementen. Dat de nummers van recent verschenen tweedeling Sundogs een pak minder aanstekelijk en memorabel zijn dan die van hun debuut helpt ook niet: slechts zelden weet de groep te boeien, en een saai middenstuk haalt alle spanning uit de set. Zelfs al eindigt die alsnog op een knaller; ook hier is het niet voldoende voor een goed rapport. Terugkeer in september.

En dus toont Team William nadien even hoe het moet. Nu Floris De Decker de zwarte hond van zijn schouder heeft geborsteld, staat ie er opnieuw: hij leidt zijn troepen trots door een dwarsdoorsnede van de twee groepsplaten. “A New Country” is de knallende openingszet, daarna mag ook ouder, drammerig en springerig werk van stal met “London Lofi” en “Lord Of The Dogs”. De groep beukt en knalt als vanouds, met bassist Nils Tijtgat (Protection Patrol Pinkerton) en vooral toetsenist The Artner in een glansrol.

Dit is indiepop zoals God het bedoeld heeft: razend aanstekelijk, één en al single, met overtuiging en bezieling gebracht. Dat refrein van “1995” mag van ons de hele avond verder blijven gaan, nieuwe single “Stormy Weather” is al even onweerstaanbaar, en het is dan ook met tegenzin dat we de band moeten laten gaan. “We mogen nog maar één nummer spelen van de strenge meneer daar”, wijst De Decker. Het volstaat. Met “You Look Familiar” gaat het dak finaal van het Boomtownpodium. Aan Unknown Mortal Orchestra om daar een antwoord op te vinden. Team William for president.

Ruim een jaar na zijn passage mag Sun Kil Moon nog eens aantreden voor een volgepakte Handelsbeurs. Bij zijn concert in maart 2014 gaf de norse Amerikaan echter een verwarde indruk —- hij ging zelfs over de schreef door het publiek uit te schelden. Maar als je zijn verpletterend meesterwerk Benji hoorde, kon je hem wel (bijna) zijn vreemde uitspattingen vergeven (om nog maar te zwijgen van zijn vete met The War On Drugs). Over naar het concert. Van bij de opener “Mariette” is het duidelijk dat Mark Kozelek zich goed voelt op het podium en het publiek wil meesleuren in een draaikolk van emoties én humor. Dat allemaal levert een beklijvend optreden op. Ook tijdens “Hey You Bastards I’m Still Here” pakt hij het publiek in met zijn mistroostige herfstmuziek terwijl hij over het podium dwarrelt. Hij heeft met Steve Shelley (Sonic Youth) en Neil Halstead (Slowdive) twee legendes op het podium meegebracht, maar eigenlijk eist hij alle aandacht op met zijn spraakwaterval.

“Carissa” was een van de eerste vroege hoogtepunten. Zijn interactie gaat zelfs zo ver dat het publiek uitnodigt om de teksten mee te zingen. Weer-ga-loos. “Richard Ramirez Died Of Natural Causes” is zo nodig nog heviger en misschien wel het mooiste moment van het optreden. Tot de band met “The Weeping Song” een pakkend lied brengt speciaal voor Nick Cave, die zijn zoon vorige week verloor na een val van een klif. Om kippenvel en een krop in de keel van te krijgen. Maar het is nog niet gedaan. Ook van “Dogs” krijgen we een hevige en intense versie te horen. Na “This Is My First Day And I’m Indian and I Work At A Gas Station” is het echter brutaal ontwaken uit een van de mooiste concerttrips van dit jaar. Hoedje af voor Kozelek.

Voor de derde keer dit jaar kwamen ze in België het met discofunk doorspekte Multi-Love voorstellen, het Amerikaans-Nieuw-Zeelandse Unknown Mortal Orchestra. Maar is het kwartet rond Ruban Nielson wel klaar om op het grote podium op de Kouter voor de ultieme afterparty te zorgen? Die vraag brandde op ons lippen na de ietwat gezapige passage op Dour vorige week —- al lag dat misschien aan de hitte in Wallonië. Het antwoord is ja! Van zodra we de Handelsbeurs verlaten, merken we dat de Nieuw-Zeelandse band veel luider en nijdiger klinkt dan eerdere bijgewoonde concerten dit jaar, al klinkt de geluidsmix misschien niet ideaal. Maar het belangrijkste is dat de band zich overeind houdt.

Een van de vroegste hoogtepunten is het licht swingende “Necessary Evil”, niet toevallig een van de sterkste nummers van de nieuwste plaat. Ondanks de soms naïeve funkpop in de muziek zijn de teksten van Nielson wel melancholisch van aard. Ook bij “From The Sun”, afkomstig van het in 2013 verschenen II, dat ook geïnjecteerd is met het nieuwe geluid. “So Good At Being In Trouble” wordt dan weer heerlijk lang uitgesponnen. Nielson blijft zijn psychedelische roots met andere woorden trouw. Maar er is pas echt euforie in het publiek te bespeuren tijdens “Multi-Love” en “Can’t Keep Checking My Phone”, twee nieuwe singles om u tegen te zeggen. Hoe groter het publiek, hoe beter ze spelen? Unknown Mortal Orchestra kan nog geen uur lang een massa bespelen, toch waren ze de geknipte headliner van de eerste Boomtown-dag. Twijfel dus niet aan het optreden in de AB op 2 november. Dat wordt nog beter!


De derde dag van Boomtown was een ware droom voor de fans van het betere elektronische geweld. Met Sekuoia, Vuurwerk, Torn Hawk en Andy Stott werden dan ook vier namen geprogrammeerd om u tegen te zeggen. Opnieuw niets dan lof voor de programmator dus.

 

Jammer genoeg wel iets te vroeg voor ons, werkmensen: het Deense Sekuoia stond onderaan de elektronische affiche. Deze man brengt telkens met beats, riffs en synths indrukwekkende liveshows en is sowieso enkele luisterbeurten waard. Tevens ideale muziek voor een zwoele zomeravond is Vuurwerk, dat blijkbaar meteen heel wat (schoon) volk naar de Handelbeurs lokte. Het Brusselse trio maakte al geslaagde remixes van Bon Iver, Arsenal, School Is School en Balthazar, en stond al te schitteren op Glimps Festival in Gent én het showcasefestival SXSW. Ook hier konden we jammer genoeg niet bij zijn, maar we zijn er zeker van dat de knetterende beats, strobolichten en batterij synths voor een innemende live-ervaring hebben gezorgd.

Volgende in de rij is de Amerikaanse geluids- en videokunstenaar Luke Wyatt, die opereert onder de naam Torn Hawk. Live werkt hij met indrukwekkende, soms bizarre videocollages van 80’s actiefilms en meer obscure filmfragmenten. Zijn interesse voor film is afkomstig van zijn stiefmoeder, die in een onafhankelijke bioscoop werkte. Neen, dit is geen doorsnee elektronische artiest gewapend met een iMac, maar een begenadigd kunstenaar. Ook daar heeft Boomtown dus oog voor.

Terwijl het publiek maar met mondjesmaat de Club van de Handelsbeurs komt binnengelopen, weerklinken de duistere, overstuurde soundscapes al even in de zaal. Af en toe komen diepe bassen opdraven en grijpen die ons meteen bij het nekvel. Hoewel we gebiologeerd blijven door de projecties is er halverwege toch een muzikaal dipje. We zijn even niet mee met de geloopte gitaren en chaotische elektronica. Misschien moet Wyatt live nog iets meer een lijn vinden in zijn set? Naar het einde toe klinkt het opgefokte geheel allemaal wat zwaarder en zelfs industrial-achtig. Torn Hawk was met andere woorden meer dan een gewone opwarmer voor Andy Stott.

Tien minuten te laat begint Andy Stott aan zijn set, maar zijn eerste schijf wordt meteen op herkenningsgejuich onthaald. De producer uit Manchester heeft de laatste jaren dan ook twee werkelijk fenomenale platen uitgebracht: Luxury Problems in 2012 en Faith In Strangers, dat unaniem werd uitgeroepen tot dé technoplaat van 2014. Behoren al een decennium tot de leefwereld van Stott: van techno over ambient tot field recordings, zolang het maar ultradonker klinkt. Op plaat zijn ’s mans creaties met andere woorden altijd bloedstollende ervaringen. In het STUK in Leuven werd het in februari dit jaar echter vooral een ingetogen ervaring en bijgevolg een kleine teleurstelling voor wie zijn of haar dansschoenen had aangetrokken.

In Gent lijkt hij vooral te willen mikken op de benen en tovert hij de Handelsbeurs van begin tot einde om tot een heuse technorave. Akkoord, het eerste halfuur zijn er weinig herkenningspunten, laat staan een houvast. Terwijl de baslijnen tegen de muren van de zaal beuken, hakt de ene beat na de andere beenhard in op de ingewanden. Nummers noemen in deze meeslepende wervelwind heeft geen nut, Stott bouwt zijn set op naar een dansbare climax, die 20 minuten blijft aanslepen. Wie een set zoals in Leuven verwachtte, zal ietwat teleurgesteld zijn. Maar dat zou eigenlijk niet mogen. Zo diep, zo hard, zo veelzijdig, maar o zo donker klinkt Stott: zo hoort minimale techno namelijk live te zijn. Met Andy Stott een dik uur als volleerd dirigent. Zo’n gevoel hebben we zelfs op Dour niet meegemaakt.


De vierde dag van Boomtown had vooral beukende gitaren uit ons eigenste België in petto en blij dat we daarmee waren! En dan moest de headliner nog komen: een waanzinnig vijftal uit Dikkelvenne.

 

De festivaldag stevig inzetten doen we met de Waaslandse jonge wolven van Charnia in het S&D#26-paviljoen (ofwel de Ka’aba). Ze maken een loodzware en inktzwarte mix van sludge, post-metal, ambient en drones, waarmee ze meteen de aandacht trekken — pardon, bij de keel grijpen. Met Dageraad hebben ze dan ook een debuutalbum uit dat hun capaciteiten aantoont. Charnia is met andere woorden een ontdekking en moet ook wel fans van Amenra, Sun 0))) en Isis — je weet wel, het donkere post-metalen geweld — bekoren. Het zal dus niet verbazen dat de zanger je de rillingen over het lijf jaagt. Consouling Sounds mag zich in de handen wrijven: dit Charnia willen we wel nog eens aan het werk zien.

Onmens mag de Handelbeurs tweemaal opwarmen en doet dat voor onder meer The Hickey Underworld met een adrenaline-injectie van een dikke tien minuten. Het EBM/industrial-duo bewijst waarom het een van de opvallendste live-acts van België van het moment is. Neem nu het nummer “Motherly Bruised”, dat boordevol innerlijke woede zit. Hevige elektronica, oerschreeuwen en gierende gitaren blazen het publiek volledig weg. Maar daarmee is de kous niet af: frontman Sigfried Burroughs (Kapitan Korsakov, The K.) staat in een glitterpak als een bezetene op het podium in het rond te springen. Onmens springt dus bijna letterlijk in het oog. We krijgen er bijna zelf stuiptrekkingen van. Lawaai maken en tegelijk indruk maken met performance om u tegen te zeggen: il faut le faire.

The Hickey Underworld heeft dit jaar al twee keer door omstandigheden moeten afzeggen voor een concert in Gent, maar staat vrijdagavond dus eindelijk voor een Gents publiek, dat er veel zin in lijkt te hebben. De Antwerpse band, die in 2006 Humo’s Rock Rally won, bracht met The Hickey Underworld en I’m Under the House, I’m Dying twee sublieme platen uit, maar III moest daarvoor dit jaar niet onderdoen. Dat het viertal niet alleen krankzinnig is op plaat getuigen de openingsnummers “Dwangoz” en “Pegasus God Cloth”. Zanger Younes Faltakh is iemand die met zijn schreeuwstem alle haartjes in de gehoorgang kan wegbranden, ondanks het feit dat de micro iets te stil afgesteld staat.

Klassieker “The Frog” is een vroeg hoogtepunt, maar dan moet “Blonde Fire” nog komen. Terwijl drummer Jimmy Wouters het tempo aangeeft, zetten de voorste regionen een kolkende moshpit in. Ook “Whistling” is een oplawaai van jewelste en zo kunnen we nog even doorgaan. Afsluiten doet The Hickey Underworld met “Cold Embrace” en “Weedgreed”, tevens de geniale afsluiter van de nieuwste plaat. De volgepakte Handelbeurs wordt finaal murw geslagen met “Seeing Eye Friend”. The Hickey Underworld kwam, zag en overwon.

De bende mafketels genaamd The Germans zijn dé headliner voor de muzikale durfal en daarvoor zijn veel redenen. Het vijftal brengt niet alleen zijn vierde langspeler Are Animals Different integraal, de muzikale invloeden zijn bovendien niet bepaald op één hand te tellen. Krautrock, tribale klanken, filmmuziek, psychedelica, kosmische synths en postpunk: zijn we nog iets vergeten? The Germans gooien alles in de blender en maken er een compromisloos, bezwerend én consistent geheel van.

De set gaat net als het album van start met tribale openingsminuten, zwerft doorheen kraut, synthpop en oosterse riedels, om uit te monden in gitaarchaos, bijna-techno en soundscapes. Ook de leden van The Hickey Underworld en Bed Rugs zijn duidelijk fan van deze muzikale trip en doen even mee met drummer Lennert Jacobs, zanger Jakob Ampe, gitarist Vincent Cauwels, bassist Timothy Jacobs en percussionist Boris Zeebroeck (Hong Kong Dong). Dan hebben we nog niet gezegd wat voor een feest The Germans live is, getuige de wild dansende toeschouwers voor ons. Het lijkt of het al het allerlaatste optreden van de Gentse Feesten is. En terecht. Met een explosieve versie van “Lonely Kid” wordt een van de topconcerten van deze Boomtown-editie afgesloten.


En ook de laatste dag van Boomtown was een schot in de roos. Condor Gruppe en Dans Dans — niet alleen twee Belgische topbands, maar misschien wel de beste van het moment — gaven alweer memorabele concerten, maar ook het Deense Blaue Blume zorgde voor de nodige euforie.

Na luttele optredens en enkele 7”—platen bracht de Antwerpse supergroep Condor Gruppe vorig jaar eindelijk zijn debuut uit waarmee het meteen de hoge verwachtingen inloste. Het werd een prachtplaat met negen nummers die die invloeden uit de muziek én film van de jaren zestig en zeventig tot een authentiek en origineel geluid kneden. Niet moeilijk met zo’n indrukwekkende line-up: Michiel Van Cleuvenbergen, Jan Wygers, Krist Torfs, Kris Delacourt, Milan Warmoeskerken, Elko Blijweert en Stijn Michielsen zijn stuk voor stuk rasmuzikanten die hun sporen verdien(d)en bij onder meer Creature With The Atom Brain, Meuris, Mauro, Deadstop, Flying Horseman. Ook live imponeren ze wederom van begin tot einde.

Het begint al goed met “Philomena” waarin de zanglijnen worden geneuried op een heerlijke surfmelodie. Gitaristen Van Cleuvenbergen en Warmoeskerken sleuren je nadien verder mee in een fascinerende muzikale reis (“Digging For Gold”). “Ondt Blod” blijft dan weer de meefluitsong bij uitstek. Ook “Vocazione” wordt met imponerende projecties erg sterk ingezet. Maar er is nog meer te horen dan lekkere surfgitaren en de invloed van Italiaanse componisten, want Dirk Timmermans brengt ons in nog hogere sferen met prachtig trompetwerk. Dat mag hij nog eens overdoen in “Righteous Jam”, dat verder wordt opgesmukt met tekenfilms uit de jaren stillekes. Het zwoele woestijnsfeer bereikt zijn hoogtepunt in “Cardinale” en “Dusty Fingers”, waarin de percussie ook hypnotiserend en groovy klinkt. Ook “Bismantova” en “Sabba” zijn moeilijk in te delen in een muzikaal vakje. Condor Gruppe is als prachtig wegdromen in een mysterieus landschap.

Nog meer prachtige geluiden krijgen we te horen dankzij het Deense Blaue Blume. Na een indrukwekkende passage op Glimps Festival vorig jaar mochten ze nog eens terugkomen naar Gent. De droompopband viel ergens in 2014 voor het eerst op met het briljante “In Disco Lights”, waarmee ze klonken als een heerlijk glamoureuze versie van The Smiths, maar live laat het viertal bij momenten een ander (versta: harder en meer uitgesponnen) geluid horen. Bij momenten, want met een nummer als “Candy” zou Blaue Blume kunnen deelnemen aan het Eurovisiesongfestival.

De droompop neigt enerzijds met een nummer als “Lemon Tree”, afkomstig van de superbe EP Beau & Lorette uit 2014, naar The Pains Of Being Pure At Heart, anderzijds flirt de band uit Kopenhagen met de grenzen van de kitsch. De falsetstem — you love or hate it — van Jonas Smith is daarbij het meest in het oor springend. Vergelijkingen met Anthony & The Johnsons zijn dan niet ver weg. Blaue Blume schuwt de pathos niet en speelt daardoor soms met iets te veel overtuiging, maar dat betekent niet dat het een slecht optreden was. Wel integendeel. Blaue Blume zweeft constant tussen prog, subtiele shoegazing en pure pop en dat maakt het net interessant. Deze jonge band is dus nog lang niet uitverteld.

De stijl van headliner Dans Dans is daarentegen wel al geheel duidelijk en die is compromisloos én waanzinnig sterk. Gitarist Bert Dockx voelt zich ondertussen al wellicht een kind aan huis in de Handelsbeurs en gaat dan ook van bij de ruige opener als een wilde tekeer op het podium. Het latere uur is bovendien ook perfect voor een duistere nachtband als Dans Dans. Nummers gaan we niet noemen, want elk, maar dan ook elke compositie staat op ontploffen en sleurt ons mee in duister universum. Dans Dans doet je trillen op de benen van de intensiteit.

We zullen het nog een keer uitleggen: Dans Dans ontkent zich telkens tot een indrukwekkende live-band. Het geheim daarachter? Dockx vormt samen met bassist Fred Lyenn Jacques en drummer Stevan Cassiers als het ware een Heilige Drievuldigheid. Ze zijn de heersers van de gestructureerde chaos. We zagen het al in alle vroegte op Cactus Festival: ze staan zeer dicht en naar elkaar toe te spelen. Het maakt niet uit hoe groot het podium is, de broeierige climax komt telkens als een mokerslag aan. Ook het publiek is in extase en krijgt zelfs wanneer de band over zijn tijd zit er nog een encore bovenop. Dans Dans was perfecte afsluiter van een alweer ijzersterke Boomtown-editie, waarin de Belgen een glansrol speelden. De muziek, pintjes en burgers zullen gemist worden. Volgend jaar evenveel lekkers graag!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in