Amy

Het is een waanzinnig fragment: Amy Winehouse die tijdens de uitreiking van de Grammy’s met open mond, duidelijk starstruck, naar een scherm staart waarop haar oude idool Tony Bennett meteen zal aankondigen wie het beste album van 2007 gemaakt heeft. Wanneer hààr naam valt, staat de zelfdestructieve en schijnbaar ongenaakbare rock & roll-diva aan de grond genageld. Opeens is ze niet meer la Winehouse, het drankorgel dat haar naam niet mee heeft, maar Amy – een prille twintiger die zich tegen wil en dank verloren heeft in een roetsjbaan van bekendheid, geld en drugs. Haar reactie geeft meteen aan dat er op dat moment misschien al te veel mis is gegaan: “it’s all so boring without drugs”.

Na zijn documentaire over Formule 1-piloot Ayrton Senna dook regisseur Asif Kapadia in het leven van de veel te vroeg overleden Amy Winehouse. Hij snuisterde niet alleen in een hoop media-archieven (zo komen er talloze interviews en live-optredens voorbij), maar ook in de persoonlijke videos van familie en vrienden. In Amy zijn het dus alleen de betrokkenen die aan het woord komen. Geen journalisten die achteraf analyses geven, geen mediawatchers, geen ‘experts’ die komen vertellen wat we eigenlijk allemaal al wisten – enkel getuigenissen van op de eerste rij. Opmerkelijk daarbij is dat Kapadia zo ongeveer iedereen die bij de situatie betrokken was voor de microfoon kreeg – ook figuren die op weinig goodwill van Winehouse-fans kunnen rekenen, zoals ex-man Blake Fielding en vader Mitchell Winehouse. Die laatste verleende in eerste instantie trouwens graag zijn medewerking, maar riep later op de film te boycotten omdat hij een te negatief beeld van zijn dochter zou schetsen. Terecht of niet, dat zullen we wellicht nooit weten. Feit is alvast dat de man geen al te beste beurt maakt – Kapadia beeldt hem en manager Raye Cosbert namelijk af als op geld beluste manipulatoren die met een stuitend gebrek aan schaamte van Winehouse’s populariteit profiteerden.

Nu, niemand komt er in deze film echt ongeschonden vanaf. Zelfs Winehouse zelf wordt – een moedige beslissing van Kapadia – niet verheerlijkt of afgebeeld als slachtoffer van de situatie – ze blijft een persoon met gebreken en een eigen verantwoordelijkheid. Het verhaal van Winehouse is er dan ook geen van helden en schurken. Geboren in een licht disfunctioneel gezin, opgegroeid zonder vader en op jonge leeftijd al enthousiast in de weer met de nodige drank, lijkt Winehouse wel het prototype van de ontspoorde tiener. Toch is het niet allemaal kommer en kwel. We krijgen ook duidelijk te zien hoe haar muzikale talent haar uit die ellendige situatie helpt. In de eerste helft van de film maken we via gezellige amateurbeelden kennis met een vrolijk volksmeisje met gevoel voor humor en het nodige relativeringsvermogen. Maar altijd: een meisje. Eentje dat beter is in pool spelen dan in zelfcontrole.

Een meisje ook wiens talent op jonge leeftijd ontdekt wordt en dat zich hoe langer hoe meer overrompeld weet door de reactie op dat talent. Het grote keerpunt is de release van haar tweede album Back to Black en het monstersucces van de hit Rehab. Kapadia gebruikt dat moment ook als kantelpunt van de film. Het tempo ligt meteen een stuk hoger, de impact van het beeldmateriaal wordt dwingender. Hij gebruikt beeld- en geluidseffecten als het flitsen van fotocamera’s en het onophoudelijke geroep van paparazzi als een manier om de kijker zèlf op stang te jagen. Opeens is het leven als ster geen pretje meer. Winehouse maakt een paar foute beslissingen, vertrouwt de verkeerde mensen en glijdt, onder invloed van manlief Blake, af naar een een knaller van een drugsverslaving. Het einde van die neergang is bekend: Winehouse weet van de drugs af te kicken maar blijft worstelen met haar drankzucht – het is de alcohol die haar in 2011 uiteindelijk de das om zal doen. In de woorden van bodyguard en surrogaat-broer Andrew Morris: “escape route, innit”.

Kapadia geeft geen eenduidige verklaringen voor de neergang van Winehouse. Hij houdt ons geen geïdealiseerd verhaaltje voor. Hij biedt ons het materiaal aan dat hij gevonden heeft en laat een groot deel van de interpretatie aan de kijker over. Anders dan andere documentaires komt Amy dan ook niet over als een geromantiseerd statieportret. Akkoord, Kapadia monteert zijn beelden en zijn interviews in een zekere volgorde en kiest ervoor om bepaalde aspecten meer uit te lichten dan andere, maar dan nog. Deze film voelt heel wat complexer aan dan de doordeweekse muziekdocu. Hij lijkt vooral de mens achter het fenomeen te willen schetsen. Kapadia laat het niet na om daarbij een fikse oorvijg uit te delen aan iedereen die Winehouse op de duur meer als een attractie zag dan als een mens van vlees en bloed. Met twee of drie zorgvuldig gekozen fragmenten houdt hij ook het publiek een spiegel voor. Wie heeft er enkele jaren geleden immers niet gelachen met Winehouse die voor de zoveelste keer stomdronken van een podium stuikt? Lachen met de karikatuur uit de pers is makkelijk, maar als Kapadia je confronteert met het echte verhaal, weet je niet waar kruipen uit schaamte. Opnieuw: hij doet dat niet expliciet, niet met een moraliserend vingertje, enkel door de piekfijne opbouw van de film.

Amy komt binnen als een mokerslag. Kapadia vertelt het verhaal van een jong en kwetsbaar meisje dat volledig opgevreten wordt door de situatie waarin ze terecht komt. Hij haalt de mens uit het imago en confronteert de kijker zo niet alleen met een tragisch verhaal, maar ook met een pijnlijk beeld van wat het betekent om in onze samenleving een ‘ster’ te zijn. Het is allerminst aangenaam om die boodschap te horen, maar ze maakt nu eenmaal inherent deel uit van de samenleving waar we ook zelf deel van uitmaken. Daarnaast, we zouden het bijna vergeten, weet de film ook de non-believers te overtuigen van Winehouses muzikale talent. Al is dat uiteindelijk maar bijzaak. Amy schuurt. En dat maakt de film een schitterende documentaire.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in