Thee Oh Sees :: Mutilator Defeated At Last

Veertien platen in zo’n elf jaar tijd: wat voor veeldoener John Dwyer begon als een soloproject naast bands als Coachwhips, Pink And Brown en Zeigenbock Kopf, is uitgegroeid tot een ontembaar monster. Laatste wapenfeit in de lange rij is Mutilator Defeated At Last, wederom een groezelig brouwsel van garage, punk, surf en psych.

Hoewel Thee Oh Sees eigenlijk niet de eerste naam voor het project was (eerder gebruikte Dwyer allerlei variaties op de initialen van “zijn” Orange County), staat Dwyer onder die naam sinds het nogal bevreemdende The Master’s Bedroom Is Worth Spending A Night In uit 2008 garant voor het betere rare lawaai. Medewerkers vindt Dwyer, de enige constante, in satellietbands uit dezelfde scene, en vaak draaien die weinig langer dan een album mee. Uitzondering is zangeres Brigid Dawson, die bijna altijd van de partij was, naar verluidt om alles melodisch wat op te smukken. Nu staat ze gecrediteerd als “back up vocals”, hoewel ze bijna niet opvalt. De samenstelling van de huidige tourband wijkt ook opnieuw af van het personeel op de plaat: enkel bassist Tim Hellman speelt live mee, naast twee (!) drummers.

Een eerste keer voelen de songs op Mutilator Defeated At Last wat moeilijk toegankelijk aan door de wisselende stemming. Is het nu punk noise om op te surfen? Garage rock om op te psychen? Alles door elkaar? Enige consistentie toont zich pas later, en dan valt wel op hoe fijn en, ja, bijna relaxerend vertoeven het is in Dwyers universum. Dankzij de uitgekiende esthetiek bezitten de songs een enorme dichtheid aan instrumentatie, effecten en andere verfraaiingen, zonder al te overdonderend of claustrofobisch te klinken. Alles baadt in zachte fuzzy reverb, geaccentueerd met her en der een psychedelische uitspatting. Kortom, de sfeer zit erin.

Soms is het vlotte garagerock (“Withered Hand”, “Rogue Planet”), dan weer onderhuidse, sfeervolle psych (“Palace Doctor”). Een enkele keer is het zelfs stomweg catchy, op “Poor Queen”: “And on the streets they cry hooray, the queen will live to see another day” – binnenkort op een radio in uw buurt? Het instrumentale “Holy Smoke” is dan weer als een mistbank doordrenkt van een mysterieus, bijna filmisch sfeertje. Verder verdient “Sticky Hulks” een vermelding: een bedwelmende, psychedelische trip die op een dromerig keyboardmotief voorbij de zes minuten drijft, maar nooit storend en vaak zelfs te kort is.

Ook al is Mutilator Defeated At Last gepolijster dan de vorige albums, de eigenzinnige lo fi-mentaliteit heeft Dwyer nooit verloochend. ’t Is niet iedere muzikant gegeven “aan de lopende band” platen te maken die altijd relevant blijken binnen hun discografie. John Dwyers vijftiende plaat zal ongetwijfeld snel volgen en opnieuw voor algemene goedkeuring kunnen zorgen. Onder welke naam dan ook.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in