DOUR 2015 :: De nasmaak van een brandblusapparaat

Vandaag is bloedheet. Vandaag is Dour. Uw reporters strijken neer op de vertrouwde mijnterreinen nabij Mons, en installeren zich: j’y suis, j’y reste. We zijn klaar voor vier dagen mayhem en muziek. Let’s roll.

Dag Een

Maar wacht eens. Vier dagen? Neen. Omdat Dour dit jaar 25 kaarsjes uitblaast, én Bergen dit jaar Europees Culturele Hoofdstad is, gooide het festival zijn deuren dit jaar één dagje eerder open. En wie liep er rond op die door dans overheerste eerst dag? (lg), die daags nadien nog wel wat herinneringen had op te halen aan SBTRKT.

Want dat de etnische electropop van de Britse producer het snoepgoed was waar iedereen zijn lippen voor natmaakte, stond vast. De man koos er zoals altijd voor om de anonimiteit te bewaren achter een Afrikaans masker, maar bracht aan zijn zijde twee onverhulde kompanen mee, waaronder zanger Sampha. ’s Mans stem scheerde letterlijk hoge toppen, maar bracht weinig meerwaarde. SBTRKT moest het vooral van zijn zware dub-bassen hebben, een drummer die raak sloeg en uiteraard zijn twee grootste hits. Aaron Jerome teasde door te spelen met de begintonen van “Wildfire”, en bij het iets minder bekende poppy “Pharaohs” had hij het publiek bij de alom aanwezige paardenstaarten. Toen hij naar het einde toe de dub-diepten indook, zagen we velen genieten. Eentje om te onthouden, al heeft hij zijn plaats in het collectieve geheugen al eerder verdiend. Two Many DJ’s? Sorry, de vredespijp kon niet langer wachten, meneer, dus wij zetten al tijdens het optreden de pas er in, campingwaarts. Anders wel goede dingen van die Dewaeles gehoord, dat wel.

Dag Twee

Het is half twee in de namiddag en (lh) wil meteen checken welk vlees Dour in de kuip heeft. Het namiddagprogramma oogt namelijk al meteen veelbelovend.

Het Brusselse My Diligence mag de aftrap geven, maar moet het vooral hebben van zware rock-‘n-rollgitaren. De moeite waard om te blijven plakken? Nah. Op naar Dario Mars and the Guillotines dan maar. Dit eveneens Belgische bandje lijkt dan weer vooral op te kijken naar de beter rock-‘n-rollvoorbeelden. Denk maar aan Golden Earring of Blue Cheer. De opvallende frontvrouw met soulvolle stem (waarvoor hulde) waant zich al in een volle concertzaal, maar kan slechts enkele dansende aanwezigen echt enthousiasmeren.

Het Malinese Songhoy Blues is daarentegen wel een ontdekking. Dit swingende viertal vist in dezelfde vijver als Bombino en Tinariwen. Via Damon Albarn vonden deze twintigers die opgroeiden in het gewelddadige westen van het land de producer van hun album Music In Exile (een aanrader, echt waar!). Dat was niemand minder dan Nick Zinner van Yeah Yeah Yeahs. De enthousiaste zanger van de band, die zich zelfs waagt aan Michael Jackson-moves, hekelt in zijn teksten het geweld en repressie, en roept op tot vrijheid. En alsof het nog niet warm genoeg is om recht te staan, begint de hele tent meteen te heupwiegen op de mix van touareg blues, traditionele Afrikaanse muziek, takambamuziek en virtuoos gitaarwerk. De grote belangstelling in de Jupiler Dance Hall is dan ook niet meer dan terecht. We zweren het u: dit is het eerste, echte feestje van Dour.

Te vroeg in La Petite Maison dans la Prairie beland, en dus pikken we nog even een flard IsaacDelusion mee. Krijgen we van dit Franse gezelschap in zijn laatste nummer: een daverende klets afrobeatritmes. Een dolgedraaid publiek – we moeten iets gemist hebben – laat zich de opzwepende percussie smaken, en met een galmend en veelkelig “Doureuh” loopt de tent uiteindelijk leeg. Hier is gescoord, en wij waren er niet bij. Sorry.

En dan is het tijd voor Unknown Mortal Orchestra. Op het heetst van de dag laten deze mannen van de psychedelica hun liedjes over het publiek fladderen, zoet en zacht zoals we hen kennen. De subtiele gelaagdheid en harmonische afwisseling die hun nummers op plaat kenmerken liet zich in het verleden moeilijk vertalen op het podium met soms rommelige, en vage sets tot gevolg, maar met het werk van het nieuwe Multi-Love lijkt het viertal te willen breken met het verleden. Een nieuwe, meer dansbare richting werd ingeslagen, en vandaag blijken oudere tracks tot onze grote spijt inderdaad afgekalfd tot haast onherkenbare slappe koek. Gelukkig dus maar, dat nieuwe singles “Multilove” en “Can’t Keep Checking My Phone” — spaarzaam voor het einde gehouden — bewijzen dat de Canadese groep heeft ontdekt hoe ze ook op het podium kunnen plezieren.

Wie zijn gitaren graag sfeervol en hard wil, en niet vies is van theatrale gezangen, is bij het IJslandse Solstafir aan het juiste adres. Dit viertal draait al mee van 1995 (!) en heeft naar verluidt een stevige live-reputatie, wat de metalman in (lh) razend nieuwsgierig maakt. In de Cannibal Stage houden ze zichzelf overeind als een huis in driedubbel gewapend beton. En dat ondanks technische problemen. De wall of sound wordt door de IJslanders in een paar minuten opgebouwd door atmosferische post-rockgitaren, beukende tussenstukken en psychedelische geluiden. Voor wie band niet kent, zal deze zogenaamde progressieve metal echter ietwat eentonig overkomen, ook omdat de band misschien iets te veel op automatische piloot speelt. Niettemin zal iedereen wiens hartje sneller slaat bij het horen van het zwaardere, melancholische werk wel overtuigd zijn. Maar Solstafir geeft op Dour niet het beste optreden in zijn carrière, zoveel is duidelijk.

Boem, klets: met één rake drumslag eist Young Fathers de aandacht op. Synths vergezellen ratelende percussie, en samen worden ze een zinderend “No Way”. Meteen staan de zintuigen op scherp; wat een binnenkomer. Voor “Deadline”, daarna, kruipen de drie rappers close-harmonystijl samen rond één microfoon; spannend, net als “Queen Is Dead”, nog even verder. Wat volgt is een set die nergens inzakt, en blijft boeien. Het is afwisselend soulvol, opzwepend, swingend, en soms alles tegelijk. Dít is hoe je hiphop live spannend houdt. Neem je nota, Kanye?

De laatste maanden wordt het hippe Londense platenlabel PC Music door zij die het zouden moeten weten getipt als Next Big Thing. De organisatie van Dour had dat in de smiezen en gaf labelbaas A. G. Cook een spot in Le Labo, een van de kleinere tenten. In zijn DJ-set laat Cook veel eigen producties (“Keri Baby” en “Beautiful”) voorbijkomen, afgewisseld met werk van zijn labelgenoten. “Randje”, zo vertellen wij aan onze maat die net met een frisse pint de tent komt binnengewandeld. “Randje wat?” kan hij nog net vragen vooraleer Cook een nieuwe lading hypersnelle beats met belachelijk catchy synthriedels en scherpe, gepitchte stemmetjes overlaadt. Randje plat en enerverend dus, en weinig afwisselend voor een set van een dik uur. Maar vrolijk. Ja, vrolijk, dat wel.

Een halve kilometer verder, op de Cannibal Stage leest het t-shirt van Oliver Ackermann “I survived the 1992 haunted house”. En we mogen dan geen idee hebben wat dat spookhuis in kwestie is, het past de geluidsstorm die hij met zijn A Place To Bury Strangers ontketent wel. “Dit is het Holocaust”-stuk gaat het legendarisch over het moment dat My Bloody Valentine shoegaze als genre uitvond; dit trio gaat voor een complete Holocaust-set. Dit is Joy Division met beter gitaarpedalen in doemmodus. Terwijl het gebruikelijke stroboscoopbombardement loosgaat, molesteren de heren hun instrumenten almaar meer – gitaren smakken tegen de planken, en opnieuw en opnieuw – om in een maalstroom van heerlijk lawaai te verdwijnen. Tot Dion Lunadon er niets beters op vindt dan al crowdsurfend, met bas en al tot aan de PA te verdwijnen. Ackerman duikt hem achterna. U moet ons vergeven; wij zijn klein, en konden niet over het publiek rond de muzikanten kijken; wij hebben geen idee wat daar gebeurd is, maar het laatste kwartier wordt daar een poging tot muziek gemaakt, terwijl een drumcomputer van op het podium almaar luider klinkt. Het eerste einde van de set was beter.

Haasten geblazen naar La Petite Maison Dans La Prairie voor het Syrische cultfenomeen Omar Souleyman, die bij aankomst al een overvolle, bloedhete tent aan het opzwepen is. De 49-jarige muzikant heeft al honderden platen uitgebracht; vaak enkel liveopnames van optredens tijdens huwelijken. Sinds het Amerikaanse label Sublime Frequencies een aantal compilaties van hem uitbracht, kon hij de familiefeestjes in Syrië ontvluchten en kreeg zijn exotische dansmuziek wereldwijde aanhang. Nu wordt hij zelfs aanbeden in het dance-milieu nadat hij geproducet werd door grootheden als Four Tet, Modeselektor en Legowelt. En dan hebben we het nog niet gehad over samenwerkingen met Björk en Damon Albarn

Maar zijn live-shows zijn nog opmerkelijker. Vorig jaar zette de Syriër op Pukkelpop een volzette Castello op stelten, en de hype lijkt anno 2015 nog lang niet voorbij. Maar wat maakt deze man dan zo’n fenomeen? Wel, neem traditionele dekbamuziek met Arabische gezangen en plak er stevige techno-beats, live gebracht door een dj/Korg-speler, bij. Resultaat: een weergaloos feestje. Dour heeft bovendien het perfecte, eclectische publiek in de aanbieding voor dit fascinerend gebeuren. Of de man nu een gimmick is of niet, Omar Souleyman krijgt de prijs voor het meest veelzijdige publiek op Dour.

“Theo Francken, n’est pas mon frêre.” En Jan Jambon moet ook niet op broederlijke schouderklopjes rekenen, alvorens Starflam “Ce plat pays qui est le mien” inzet. “Achttien jaar oud, maar het voelt alsof het gisteren had kunnen geschreven zijn”, geven les mecs ons nog mee. En dat is maar best ook, want na een veel te lange stilte is het Luikse rapperscollectief opnieuw op dreef. Wat aarzelend begon in de Ancienne Belgique is ondertussen een heuse reünietour geworden, en op Dour bewijst de band opnieuw strak te staan, zodat zelfs de afwezige Balo niet gemist wordt. “Ils ne savent pas” knalt alsof het kakelvers is, ook “Amnésie internationale”, met Christa Jerôme als vanouds op zang, blijft tintelend, wat niet gezegd kan worden over het veel te lang uitgesponnen, nieuwe “A l’ancienne” waarvoor ook een bevriende breakdancecrew het podium op mag. Het is hen vergeven wanneer een potig “La Sonara” als spetterend orgelpunt volgt. Een tentvol armen wuiven, een collectieve groepsfoto met publiek wordt nog even genomen. Game, set and match; zonde van die verloren jaren.

Stond het Noorse Kvelertak in 2012 nog garant voor een best amusante maar rommelige set dan is de passage deze keer de strakste die we van hen gezien hebben. En dat met een collectie bij elkaar gesprokkelde instrumenten nadat de hele backline was achtergebleven in Oslo. Faut le faire. Dan kun je alleen maar goed getrainde muzikanten zijn. De makers van het beste metalalbum van 2010 blijven dus ware podiumbeesten. De band is bezig aan een derde plaat, maar het optreden op Dour komt allesbehalve over als een tussendoortje. De gitaren van Vidar Landa, Bjarte Lund Rolland en Maciek Ofstad klinken nog steeds heerlijk harmonieus. Crowdpleasers als “Blodtorst”, “Ulvetid”, “Fossegrim” en afsluiter “Mjod” blijven daarbij de beste voorbeelden van hun eclectische stijl; een explosieve cocktail van rock-’n-roll, black metal en punk. Frontman Erlend Hjelvik moet zelfs geen moeite doen om het publiek te doen kolken. ‘Nuff said.

Bij de Engelse doom/stoner-band Electric Wizard, die al meer dan 20 jaar bestaat, is het erop of eronder. De veteranen hebben een onvoorspelbare live-reputatie, dus het is altijd bang afwachten. Bovendien werden de twee recentste albums maar matig onthaald, overigens volledig terecht. Vanaf openers van de set “Witchcult Today” en “Black Mass” haalt het viertal meteen verschroeiend uit en groeit het vertrouwen dat dit wel eens een bom van een optreden zou kunnen zijn. Jus Oborn en co verkeren blijkbaar in bloedvorm door het vele touren. Akkoord, halverwege de set kan je spreken van een dipje wanneer de gitaren, die niet hoeven onderdoen voor scheurende straaljagers, iets te lang uitgesponnen worden. Met de loodzware versies “Time To Die” en “Funeralopolis” wordt de tent echter bijna weggeblazen. Het staat nu al vast: Electric Wizard komt in onze top-5 van beste Dour-shows terecht.

Tieten. Dat is de DJ-set van Mark Ronson in één woord samengevat. Het begint wanneer één wicht zichzelf tijdens Kanye Wests “New Slaves” op de grote videoschermen ontbloot, en het stopt niet, dankzij een alerte cameraman die elke dame die ietwat wiebelt met wat God haar gaf onmiddellijk in de smiezen heeft. Geef die man een bonus; hij zal nog een tweede keer prijs hebben. Soundtrack van dat alles? Om te beginnen citeert de gekuifde DJ/producer stevig uit eigen werk met onder andere “Bang Bang Bang” en “Uptown Funk”, om langzamerhand via vette hiphop naar nog vettere hiphop te draaien. Twee brothers mogen de boel ondertussen wat opjutten, proberen ons tot samenzang te bewegen met Amy Winehouse op “Valerie”, maar u stelt op dat laatste vlak teleur. Niet dat het Ronson van zijn stuk brengt. “Sickest place I’ve ever played”, glundert hij over de volgeladen weide, waarna nog een laatste rondje “Uptown Funk” volgt. Fijn feestje. Doen we volgende maand in Kiewit nog eens over, Mark?

Waarna uw Team Enola het vooral nodig vindt om met de nodige pinten in de aanslag kennis te maken in Le Bar du Petit Bois, (lh) uiteindelijk verdwijnt richting een huwelijksfeest morgen, en (lg) en (mvs) besluiten nog wat dance-acts te checken. Valt daarbij nogal in de smaak: de DJ-set van Modeselektor, die deze eerste volwaardige dag van Dour 2015 met knisperende techno uitgeleide doet. Zeggen wij: tot morgen. En ook wel: “waar stopt dat busje richting de crew camping?”.


Dag Drie

Dag Drie is er een van zwaar ontwaken. Een slaapzaal waarin iemand een half uur lang voorzichtig probeert zijn luchtmatras op te blazen, zo ergens rond zeven uur ’s ochtends (het kan ook acht uur zijn – vergeef ons, het werd laat), is niet de ideale locatie voor a good night’s sleep. Al is er tenminste niet die koperen ploert die ons de tent uit geselt. Wij dus maar net op tijd terug op het terrein voor iets waarmee normaal een festival wordt afgesloten.

Hamvraagje meteen ook: konden de mannen van Vuurwerk zo vroeg op de dag hun naam wel waarmaken? De meer beatgerichte broertjes van Max Colombie hadden alvast een halve tent kunnen ronselen als eerste act van de dag, en de kwistig gebruikte reverb droeg het gitaarspel en de zware jaren tachtig-bassen de tent uit en meer nieuwsgierigen de tent in. Het kot stond al snel in brand: de (overigens zeer jonge) vroege vogels die waren komen opdagen zaten niet verlegen om een danspasje of vier, en bij het laatste nummer (een cover van die andere geweldige Belgen van Balthazar) werd zelfs met de ogen nog halfdicht op de goede oude manier ritmisch meegeklapt. Terecht: niet enkel hadden de hippe ketjes zich een set aangemeten die als gegoten zat, ook het geluid zat voor de eerste keer hier op het festival eens écht mee. De gulle Brusselaars hadden voor de vorm nog wat amateuristische visuals voorzien, die vanaf het moment dat de violiste het podium betrad meteen overbodig werden verklaard. Haar ogen vonkten, net als die van ons, van Vuurwerk.

De mannen en één vrouw van FùGù Mango zijn als kind in dezelfde ketel exotiek gevallen waaruit Yeasayer en Vampire Weekend al eens bedeesd tappen, en Hot Chip zijn teen vrolijk laat bengelen. Krijgen we dus: funky, Afrikaanse ritmes, aangename gitaarriedeltjes, en algeheel opzwepende ritmiek. De vijf dames van het vocale collectief Binti zorgen dan weer dat er achteraan iets te horen en te bekijken valt, en al is hun “Golden Brown”-cover van The Stranglers quasi-onherkenbaar, het is wél “Golden Brown”. Wij blij, en wij dansen. En dat we ter plekke hadden willen trouwen met de mooiste bassiste ooit. Sorry, Kim Deal.

Ondertussen moeten de broertjes van Drenge op The Last Arena ontdekken dat een rookmachine overdag simpelweg niet werkt, zelfs niet om te verbergen dat er helemaal niet veel kijklustigen zijn komen opdagen. De jonkies wonnen vorig jaar nochtans een NME Award voor ‘Best New Band’ en staan op een rits grote zomerfestivals geprogrammeerd, zoals Glastonbury en Roskilde. Eoin Loveless en co hebben ondanks de babyfaces de attitude die bij hun garagerock past en hebben heel goed naar Nirvana geluisterd, maar vergeten dat die laatsten ook de songs hadden. Daar knelt voorlopig nog het schoentje. Ok, “Side By Side” is een leuk nummer en die riff van “Bloodsports” is ook niet verkeerd, maar het mocht toch net iets meer zijn.

Jongens, is Zola Jesus even van richting veranderd terwijl wij niet keken! Herinnerden wij haar als die zweverige doos van Conatus, dan heeft de Russisch-Amerikaanse zich op haar recentste Taiga ontpopt tot een Florence-op-elektronica. Met de steun van twee toetsen/knoppen-combinaties en een drum in de rug, is dit een stadionconcert voor klein publiek: de beats knallen, de stem galmt, en de frêle zangeres beent, geheel in haar eigen wereld opgeslorpt, van links naar rechts en terug. Het is echter vooral de trombone die het geheel van accenten voorziet die haar weirde pop helemaal onweerstaanbaar maakt. Onze kop er af als hier volgende keer niet meer volk staat. Zola Jesus lijkt voorbestemd voor grote dingen.

Wie dan weer helemaal niet van richting is veranderd, zijn de old school Harlemse hiphoppers van Cannibal Ox. Veertien jaar na hun debuutalbum komen de heren hun nieuwe plaat Blade Of The Ronin voorstellen. Vast Aire en Vordul Mega — zeer Harry Potter of Lord of the Rings waardige namen — bouncen dat het een lieve lust is, maar eerst is het aan Double A.B. om het publiek op te warmen met freestyles als “I’ve got a left hook that turns your face into a Belgian waffle”. Zo’n vaart loopt het niet, want deze set is nooit een slag in het gezicht, daarvoor is het allemaal iets te laid back. Onderhoudend, dat wel, met veel nieuwe songs als “Harlem Nights” en “Iron Rose” terwijl jullie ‘em van side to side waven.

“Don’t worry, he’s coming”, zegt Tony Allen nauwelijks een nummer ver. Want natuurlijk staat u daar op die Last Arena niet in zo’n groten getale om de nestor van de Nigeriaanse Afrobeat te zien. U wil de Damon Albarn die de affiche hier al featurend aankondigt, en ziedaar: hij heeft een vliegtuig te halen voor een Portugees Blurconcert vanavond, en dus duikt de Brit al snel op achter zijn orgeltje. Helaas blijkt dat de Tony Allen Review ook mét bekende gasten niet meer te bieden heeft dan gezapige achtergrondmuziek bij een beef burger die veel te lang op zich laat wachten. Toch sympathiek van Albarn dat ie de jarige Allen – 75, “what a marvellous man he is” – nog even in het zonnetje zet, maar veel meerwaarde bood het allemaal niet. We hebben zelfs niet gehoord waarom de Nigeriaan zo’n indrukwekkend percussiewonder is.

Absurd: een Sunn0))) dat moet aantreden in een tent waar het zonlicht nog door kieren en spleten binnenvalt. De rookmachine draait dus overuren, en onze monniken doen verder wat ze altijd doen: teren op één akkoord, dat zo lang mogelijk diep en zwaar laten resoneren, vooraleer toch maar een tweede aan te slaan. En zo gaat dat dronefest door, tot je diepste vezels worden omgewoeld, en je als in een koortsdroom de gehoornde zelf – al lijkt hij een beetje op het statue of liberty in een kwade dag – uit de mist opdoemt; hier is minstens één trucje van Gwar gepikt. Ijselijk krijt hij, en we zien een voorversterker wankelen vooraleer hij op zijn plaats gezet wordt. Vuisten beuken in de lucht. Bassen beuken in de buik. Het is goed zo. SunnO))) was weer overrompelend als immer.

Van helemaal geen melodie bij SunnO))) naar melodieën te over: The Wombats. Voor ons maar een vingerknip om de omschakeling te maken maar het is net dat aanpassingsvermogen waardoor de mens al miljoenen jaren overleeft. De lichtvoetige rock uit Liverpool heeft hier eveneens geen moeite om te overleven, maar dat hadden we wel kunnen raden, afgaand op dat hitje “Let’s Dance To Joy Division”. Tijdens “Techno Fan” treden de synths naar voor en mag er gedanst worden — stel u voor zeg! — en ter aankondiging van “Give Me A Try” maakt frontman Murphy nog even reclame voor de nieuwe plaat Glitterbug. Het trio heeft de wei mee zo lang het duurt, maar riskeert morgen in de schuif ‘wazige herinneringen’ te belanden.

Look van de maand voor CocoRosie: muziekdoospopje in brede jurk (Bianca, links) en Parijse tomboy-met-hoed (Sierra, midden). En met die nieuwe aankleding; komt ook een zoveelste lichte verschuiving in het geluid van de dames. Meer dan ooit staan de hiphopbeats die beatboxer Tez produceert centraal, en een badje elektronica geeft de songs tegenwoordig warmte. Maar natuurlijk is het die wisselwerking tussen Bianca’s klassiek getrainde stem en de gebroken bluesstrot van Sierra die CocoRosie zo spannend maakt.

De groep speelt strakker dan ooit, af en toe wordt het zelfs ronduit poppy, maar na een kostuumwissel gaan de zusjes Casady dan toch aan het zweven en zakt de set even in. Net wanneer we de aandacht verliezen worden we dan toch aangespoord mee te zingen in een uitvoerig aangeleerd “nananaaa”-refrein. “Eurosong”, bromt (jp), en meteen gaan we aan het dromen over dat ideale indie-eurosong dat we ooit zouden willen organiseren en waarop Duitsland vanzelfsprekend niet wordt uitgenodigd. Zal ze leren.

Het is geen handvol jaren geleden dat we C2C laat op de avond een set zagen draaien in wat in tijden voor sponsors de boel overnamen nog “Dancehall” heette, vandaag mag het Franse viertal headlinen. Beetje te hoog gegrepen dat. Er zijn momenten, bij hitje “Down The Road”, dat we even aan Chemical Brothers moeten denken, maar zo zonder indrukwekkende lichtshow, zonder projecties, is het toch allemaal maar magertjes. Blijkt uiteindelijk het opwindendste moment: “Intergalactic” van Beastie Boys. Dan weet je dat het allemaal toch wat te kort schoot.

Er werd ons verteld dat Kid Franscescoli ergens bengelde tussen Air en Grandaddy. Misschien werden we te enthousiast en hebben we ons (alweer!) laten vangen aan te hoge verwachtingen, maar laat ons zeggen dat de croissants hier op de camping meer gezouten zijn dan de muziek van Mathieu Hocine. Al was de link naar Air en andere filmische toestanden snel gelegd, wat wij vooral zagen was een grote farce die bijna de draak leek te steken met de Franse popgoden. Meneer Hocine had om de boel te redden nog een mooi jong ding mee dat heupwiegend rond het podium fladderde, maar ook het Gainsbourgh-Birkin-spelletje dat zij beiden speelden maakte het optreden er niet interessanter op. Tot ons grote onbegrip bleef de man zelf lachen alsof het zijn verjaardag was. Verbeeldingsloze melodieën, saaie boel, slappe hap.

Laat een religieuze DJ het volk mennen en een transcendente ervaring is uw deel. Robert Hood, met Nina Kravitz als opwarmer, probeerde gisteren om ter ’t hardst de Dourders te pleasen. De hardste technobassen die ooit door de heuvels galden, en duizenden ogen als schoteltjes om het te mogen aanschouwen. God zag dat het goed was, en schiep toen dag drie. Of was het vier?

Dag Vier

“Laat dag vier maar komen”, denkt (lh), helemaal hersteld van een wilde nacht op een huwelijksfeest. Want zaterdag belooft goeds, véél goeds voor de oren.

Perfect tijdstip, perfect weertje, perfecte opener: het kwartet YellowStraps is al meteen een schot in de roos. De band is afkomstig uit Eigenbrakel , waar ook Girls in Hawaii zijn roots heeft, en versmelt triphop, UK -garage, ambient en folk tot heerlijk zomerse chill-muziek, die doet denken aan Mount Kimbie, James Blake en (waarom niet) Flying Lotus. Deze vier slaapkamermuzikanten werden eind 2013 ontdekt door Lefto. Dat zegt al genoeg over hun kwaliteiten. Vooral “Leep Of Faith”, waarbij ook een xylofoon wordt ingezet, kan ons halverwege bekoren. Bovendien hebben ze met Mr. Comb een dijk van een drummer in huis. Een revelatie in wording om in het oog te houden dus. U kan misschien al beginnen met de debuut-EP Whirlwind Romance te checken. En nog een tip: op woensdag speelt YellowStraps in de Handelsbeurs tijdens Boomtown. Allen daarheen!

Za! schudt ons vandaag wakker met zin voor experiment en explosief enthousiasme. De set wordt op een ludieke manier ingezet door een trompet die langs de achterdeur het publiek inwandelt, en een drummer met Freddy Mercury-trekjes die meteen -boem-klets- erop slaat. Wat ze zingen is niets anders dan wartaal, en ook muzikaal zit bij de twee amigo’s duidelijk meer dan één vijs los. Ruw gitaarspel recht uit de seventies wordt opgeleukt met een delay van enkele seconden en ook de loopstation zorgt voor veel vertier. Om het feest af te maken, wordt een polonaise ingezet. Muzikaal zijn ze schizofreen tot en met, met als gevolg een zeer rommelige set waaruit besluiteloosheid blijkt. Desalniettemin een prettig gestoorde brok energie van mannen die onze nieuwsgierigheid hebben gewekt. Volgende keer meer!

We hadden hoge verwachtingen van de Brit LA Priest, die dankzij de puike single “Oino” bij de nationale radio op de nodige belangstelling kon reken. Bij het binnenkomen van La Petite Maison Dans La Praire is het genieten geblazen van het ietwat vreemde, verslavende nummerjte, maar om met de deur in huis te vallen: de rest van de set klinkt behoorlijk mak tot zeer zwak. Akkoord, de bubblegum muziek van Sam Dust (ex-Late Of The Pier) heeft heel wat potentieel: tijdens de single galmen de bassen doorheen de tent terwijl de eighties synths en vocalen zalvend werken. Er is echter een probleem: de man ratelt ook de rest zijn set af met zijn laptop. Resultaat: nul bezieling terwijl iedereen rond ons naar hartenlust meedanst. Een vreemd gezicht. Hebben wij dan een probleem met deze foute synth-party? Neen, wel met het feit dat LA Priest nu al een one-hit-wonder is.

Je hebt luid, luider, luidst en dan heb je het Vlaams-Waalse The K.. Je kan deze band gerust de Kapitan Korsakov van Wallonië noemen. Niet alleen omdat ze geïnspireerd zijn door bands als The Jesus Lizard, Shellac en Blood Brothers, ook omdat ze gewoon hun eigen goesting doen. En dat is: de betere lawaairock maken. De nummers blijven overeind als een massief stuk beton, mede door het indrukwekkende basgeluid — waarom heb je anders twee versterkers nodig? U begrijpt het goed: vanaf de eerst noot worden de haartjes in de gehoorgang weggeblazen. Dan zijn er nog de donderende drums van Bert Minnaert en de oerschreeuwen van Sebastian von Landau, die we al actiever aan het werk zagen. Moest de band zich inhouden omdat de set braafjes werd gefilmd? Geen idee, het powertrio deelt de ene kopstoot na de andere uit. Die missie is alvast geslaagd. Komt die opvolger van My Flesh Reveals Millions Of Souls er dan eindelijk aan?

Iedereen is tuk op BRNS. Het kwartetje Brussels geweld brak al enkele potten met hun singles “Mexico” en “Void”, en in Wallonië is iedereen reeds overtuigd, maar ook Vlaanderen bevindt zich in een langzame val die voor hun voeten zal eindigen. Ze zijn hé-lé-maal mee. De zanglijnen, de flinke trommels, twee maal gitaar en vergeet vooral de synthesizer niet: alles aan die gamins ademt hip- en coolness. En daar is niets mis mee; niet per se. Maar laten we wel wezen: “hip” is soms toch ook maar een synoniem voor “meer van hetzelfde”. Veel vernieuwends doet BRNS(uitgesproken als ‘brains’) niet, maar wat ze op plaat ontbreken, maken ze goed on stage. De drummer/zanger is een absolute machine: niet enkel perst hij zuivere zanglijnen uit zijn lijf om voor op de knieën te gaan (iets wat jammer genoeg een zeldzaam talent is geworden), tegelijkertijd rammelt hij op zijn ‘batterie’ dat het geen naam heeft. De rest van de groep doet het trouwens ook niet slecht. De opbouw van de set zorgde voor veel sfeer en met het laatste nummer knalden ze er definitief een eind aan. Een bank vooruit voor de mannen met/van BRNS!

Er was ons verteld dat we Acid Baby Jesus moesten uitproberen. Hulde aan onze tipgevers, want ze hadden geen ongelijk. De vier psychedelische rockers uit Athene bezorgen ons meteen een euforisch ‘wow’-gevoel. De band werd in 2009 opgericht en sindsdien worden ze op handen gedragen door de fans van psychedelische garage-rock. Wel, het Dour-publiek kan zich daar nu ook bij rekenen. De Grieken nemen ons om op een muzikale trip die doet denken aan Velvet Underground, 13the Floor Elevators, The Black Angels en onze eigenste Double Veterans. Acid Baby Jesus in drie adjectieven? Meeslepend, authentiek en dansbaar. (lh) en een even enthousiaste (lg) wanen zich in de in LSD-gedrenkte jaren zestig. De Grieken mogen deze krachttoer in het najaar nog eens overdoen!

Gedonder in het Labo deze middag, alwaar Mars Red Sky voor een beperkt publiek de betere stonerrock ten berde brengt. Zo zwaar als de dubbele bas ons bedreigt; zo teer zingt zanger Julien Pras ons smekend toe boven al het geweld. Kyuss was niet ver weg en de ware engelenstem van Julien deed bij momenten denken aan de gevoeligere passages van Josh Homme. Maar deze Fransozen waren meer dan dat alleen. Alhoewel het publiek weinig tot geen leven vertoonde, raakte de eigenzinnige combo van psychedelische doom-rock elke gevoelige én ook minder gevoelige snaar. Zelden is zo’n dikke, vettige bas zo tot zijn recht gekomen als naast de fragiliteit van deze mannenstemmen. Op de zeer dunne lijn tussen te weinig en vooral te veel, trok Mars Red Sky een perfecte spanningsboog. Als we nog één tip mogen geven: sluit even de ogen om al dit moois te laten doordringen. En dan bedoelen we niet de muzikanten.

“All my life I step to the rythm of the drums inside my va-ai-ain.”  aan het woord. De Scandinavische poprevelatie van 2015 maakt kinderlijk eenvoudige liedjes over dansen, zingen en hand in hand lopen. Zoals de Spice Girls het ook wel eens deden, en daar heeft ze duidelijk wel pap van gegeten, want ze stak hun nummer ‘Say You’ll Be There’ in een jasje op haar maat. Mø betekent in het Deens trouwens ‘meisje’ of ‘maagd’, maar de zangeres beweegt over het podium als een doorwinterde nymfomane in niets anders dan een petieterig wit outfitje dat ze vast heeft geleend van Sporty Spice. En om het nu even over de muziek te hebben, omdat we nog altijd Enola zijn: De schone heeft een typisch Scandinavische ijle meisjesstem die ze verrassend goed controleert. Ze bracht trouwens ook nog een drummer, een gitarist en een toetsenist mee. Eigenlijk hoefde dat niet want de tape stond meer dan luid genoeg; maar de gitaar die er af en toe tussenuit kwam piepen was wel aardig. Op het einde had de freule zelf zo hard haar best gedaan dat het heesheid troef was, wat werkte als olie op het vuur en het ging Her Hotness nog goed af ook. De gigantische zomerhit die ze scoorde samen met Major Lazer hield ze voor bis, en mocht een tent een dak hebben, dan ging het eraf. En over tenten gesproken! Stomend heet en bloedjegeil-en ook nog eens tof om op te dansen. Zo liepen wij met een brede glimlach naar buiten.

Geen hysterische Glastonbury-taferelen voor Carl Barat and the Jackals in La Petite Maison dans la Prairie. De legendarische Libertines-frontman bracht dit jaar het sterke Let It Reign uit en bewees daarmee dat hij muzikaal nog lang niet uitgezongen is, maar hij moet het doen met een amper voor een kwart gevulde tent. Het publiek in de voorste rijen gaat wel volledig uit zijn da op de strijdvaardige oorlogsliederen. De formule van Bart is poepsimpel: door The Clash geïnspireerde britpop waarin catchy refreintjes telkens overheersen. Al kent u niets van ’s man discografie, u kan de nummers bijna meteen meeschreeuwen. De band verkeert in vorm en jaagt er het ene nummer na het andere (waarvan ook enkele akoestische) door. Carl en zijn jackhalzen geven met andere woorden een oerdegelijke show. We hebben zelfs even het gevoel in een Londense club te vertoeven.

Hoera! Nog meer psychedelische klanken in le Labo! De festivalorganisatie had het misschien beter de LSD Stage genoemd? Over naar de muziek, waar we heel lang naar hadden uitgekeken: Moon Duo dus. Net als bij Acid Baby Jesus laten we ons een uur lang meeslepen door de trippy geluidswolken. Moon Duo klinkt echter nóg repetitiever. En akkoord, het duo is zoals veel psychedelische gezelschappen verre van origineel. Moon Duo doet namelijk denken aan de protopunk van The Stooges, de krautrock van Neu!-beats en de zweefrock van Spacemen 3. Maar Erik ‘Ripley’ Johnson (ook gitarist van Wooden Shjips), zijn wederhelft Sanae Yamanda en de ingehuurde live-drummer zijn maar met één missie naar Dour gekomen: het publiek in trance brengen met een verdomd smerig en verslavend geheel. Opnieuw lijkt het of we vertoeven in de flowerpowertijen, ditmaal dankzij de motorische drums, repetitieve orgelgeluiden en explosieve fuzzgitaren. (lh) verlaat dan ook volledig bedwelmd de tent. En daags na het optreden zijn we nog altijd aan het nazweven. Moon Duo was de perfecte afsluiter van een topdag.

Dag vijf

Alles en iedereen is naar de tering. Waar Dag Een nog de meest fabulous outfits en glitterende ditjes en datjes bracht; kiezen de festivalgangers vandaag voor een minimalistische aanpak en wordt de ‘net uit bed’-look geperfectioneerd. Welkom op Dour Dag Vijf.

De kleine minderheid die op deze zondagmiddag het verse modderbad durft te trotseren, kan terecht voor een zachte wekbeurt bij Nothing But Thieves. Een onweerstaanbare zanglijn dwaalt als eenzame eerste over de weide en lokte ons naar binnen. We denken voor twee seconden dat we ons hebben laten vangen door een boysband; tot blijkt dat zanger en muzikanten zeer goed geluisterd hebben naar Jeff Buckley. Als volgt laten we onze trommelvliezen gewilliger strelen dan vele lichamen vannacht in vele tenten; en smelten we als een chocolaatje in de stralen van de grote afwezige van de dag. De Britse boefjes brengen soulvolle rock waarvoor ze de mosterd hebben gehaald bij zowel de stadion-melancholie van Muse als de pop van een vroege Maroon 5. Niet te moeilijk, doeltreffend en net als hun voorbeelden spek voor zowat ieders bek. Misschien worden we op deze laatste dag al wat sentimenteel, en u zag het vast aankomen maar wat zou het: Ja, wij hebben ons hart laten stelen door Nothing But Thieves

Wij hebben horen zeggen dat Le Colisée gisteren op dat andere grote feest in Gent zeer te pruimen was. Dat is waarschijnlijk ook waarom ze vandaag te wensen overlieten; van de nacht in Gent zijn de jonge snaken voorzeker nog steeds onder de indruk. Leuke frisse liedjes passeerden de revue, en op hun enthousiasme kan je’t ook niet steken. Maar een bijna lege zaal stak een stokje voor het feestgedruis. En niet alleen dat; de stemvastheid van de zanger liet sterk te wensen over. De baard in de keel, jongens? Fijne zomerse deuntjes, onder andere “Vie Eternelle” bewees reeds in onze woonkamer lekker samen te gaan met een GT’ke naast het open raam, maar vandaag op het podium overtuigden ze niet.

(lh) start de dag furieus met zijn favoriete Gentenaars van Raketkanon, of wat had u gedacht? Dat de nummers stuk voor stuk dreunen van jewelste zijn, hoeft geen uitleg meer. Ook niet het feit dat de explosieve climaxen, lichtere tussenstukken en meer donkere passages ingenieus aan elkaar gekoppeld worden. De nummers worden live zelfs iets langer uitgesponnen, en als u de band al gezien hebt weet u de impact van Raketkanon live niet te evenaren is. Naar verluidt hebben de Gentenaars op zaterdag voor een legendarisch optreden gezorgd op Rock Herk de dag, dus dat schoot de verwachtingen nog meer de hoogte in. En zo geschiedt. Raketkanon wil het huzarenstukje van in Limburg overdoen. Elk nummer is een adrenalinestoot en je merkt meteen dat de bandleden er zelf een kick van krijgen. Dan hebben we het nog niet gehad over het crowdsurfen in een opblaasbootje en een brandblusapparaat, dat over de voorste rijen uitgespoten wordt — resultaat: een wolk van wit poeder vooraan en een zurige nasmaak in de mond. Dit is ongezien. Raketkanon doet er met andere woorden weer alles aan om het opgefokte publiek waar voor zijn geld te geven. Zo’n bom van een optreden is moeilijk te overtreffen.

Of toch niet? Bij GoGo Penguin zien we een contrabassist, pianist en drummer op het podium virtuoze toeren uithalen. De pianogedreven elektronische muziek is even triest als hun thuisstad Manchester bij een regenachtige dag. Maar de invloeden zijn nog fascinerender: het lijkt of Aphex Twin met een of andere klassieke componist de studio is ingedoken met een jazzproducer. U begrijpt het goed: het is aartsmoeilijk om een etiket te kleven op deze rijzende sterren, die blijkbaar al twee kleine meesterwerkjes op hun naam hebben. De weliswaar complexe muziek is zowel elektronisch, minimalistisch als klassiek. Boven is het allemaal instrumentaal, maar schrik niet: de songs zijn sterk genoeg om de hele tijd te boeien. Beste bewijs is dat GoGo Pengui al twee keer Gent Jazz in extase heeft gebracht. En ook Dour is getuige van iets uniek. Misschien moet de Dunk!festival zich ook eens op de band gooien? Onze zegen heeft de organisatie alvast al.

Maar dan is het half vier en is het weer haasten geblazen naar de Cannibal Stage, alwaar het eveneens Britse Eagulls, dat in 2014 een dijk van een plaat uitbracht, het beste van zichzelf probeert te geven. Met de nadruk op: proberen. Want Eagulls geeft net als in de AB Club vorig jaar een ietwat uitgebluste indruk. Klonk de post-punk van ladsnog heerlijk venijnig in 019 en Boomtown in Gent, dan komt het duistere geheel in Dour niet bepaald inspirerend over. Zijn de bandleden al strontzat? Hebben ze er weinig goesting in? Wie zal het zeggen? De band komt weliswaar altijd afstandelijk over en nonchalant, maar toch: wat een verschil met Raketkanon! Eagulls speelt vooral nieuwe nummers, die een evolutie van een door Joy Division geïnspireerd geluid naar een spin-off van Stone Roses verraden. We schrijven de band bijlange nog niet af, maar dit Eagulls is toch een kleine teleurstelling.

Circa Waves staan bekend als hedendaagse nazaten van onder andere The Strokes toen die nog wat meer rechttoe rechtaan waren. Ook referenties als “The Kooks” en “Vampire Weekend” vielen, maar wat wij onthouden is eigenlijk..Euh, niets. Al klinkt klinken The Strokes door in de meeste nummers en lijkt de stem van zanger Kieran Shudall echt op die van Casablancas; nee. Nee nee en nog eens nee. Het had hét niet, weetjewel. Close, but no cigar.

Tussendoortje van de dag: plaatjesdraaier Débruit blaast onze zondmiddaghumeur buiten met zonnige beats onder een leuk wit hoedje. De Franse producer weet ons op te zwepen met afro- en latin-samples, warme vibes en een onvoorstelbaar aandoenlijke glimlach. De tent zat op de kortste keren afgeladen vol. Mochten we gezeten hebben, kreeg de man een staande ovatie, en op zijn beurt werd ook het publiek hartelijk bedankt door deze vrolijke Frans.

The Bohicas aten duidelijk van dezelfde pap als bovengenoemde, maar brachten hun Britpop/powerrock/(vul zelf aan) op een veel overtuigender manier. Nummers als “Swarm” bewezen goed dienst op het podium, waar de mannen nog net iets meer ballen toonden te hebben dan op CD. Complexloze oldskool rock kwam op ons af, gespeeld door wezens die er net iets te glad uitzagen om van wanten te weten, maar schijn bedriegt. De set bleef van begin tot eind goed op dreef; die van Black Rebel Motorcycle club zouden fier geweest zijn. Lekker vettig en tegelijk goed verteerbaar, dat kan hier niet van alles gezegd worden.

Aan energie evenmin gebrek bij And So I Watch You From Afar. De mathrock van de vier hyperactieve heren uit Belfast werkt bij momenten aanstekelijk en dat hebben we aan de lijve ondervonden vorig jaar op Dunk!festival. Maar in Dour gaat de band op andere momenten enorm vervelen. En dat ondanks de explosieve show. Een fotograaf in de perstent omschreef het geheel als “post-rock van den Aldi”, maar zo fel zouden we ons niet willen uitdrukken. Misschien heeft And So I Watch You From Afar de fase van de stadion post-rock bereikt? Vooral in de nieuwere nummers worden de donderdrums en vlijmscherpe riffs namelijk afgewisseld met bombastische melodieën en nodige ‘pa-pa-pa’s’ en ‘lalala’s’. De voorste rijen trekken zich daar niets van aan en dansen lustig mee, maar het doet Team Enola weinig. Wij waren zelfs teleurgesteld in de live-versie van “Set Guitars To Kill”. Normaal een bom van een nummer, anno 2015 heeft het echter een mellow kantje meegekregen. Neen, And So I Watch You From Afar is niet meer wat het geweest is.

Over naar een andere band, meer bepaald een typisch Britse band die grossiert in hooliganrock. We hadden geen hoge verwachtingen van Palma Violets omdat deze Engelsmannen, wiens single “Best Of Friends” in 2012 werd uitgeroepen tot beste van het jaar door NME, niet bepaald een goede live-reputatie hebben. Toch kunnen de nummers van tweede plaat Danger In The Club, de titelsong, met name, en “Walking Home”, live wel bekoren. Het zijn stuk voor stuk dronkemansliederen, waarin ofwel The Libertines ofwel The Clash doorschemert. De referenties zijn dus niet van de minste. Bovendien is de samenzang tussen Samuel Thomas Fryer en Alexander ‘Chili’ Jesson energiek en raast de band als een sneltrein door zijn songs. Kort gezegd: wij vinden dit Palma Violets een aanstekelijke live-band.

Maar dan moet het beste nog komen, of dat hoopten we toch. We hadden eerlijk gezegd niet meteen het volste vertrouwen in toen de Berlijnse Nils Frahm werd aangekondigd voor Dour. Een minimalistische pianist op Dour? Als er geen festival geschikt is voor subtiliteit is het na Graspop misschien Dour wel. Maar Frahm kan zich van begin tot einde overeind houden en duizenden toeschouwers in La Petite Maison Dans La Prairie in extase brengen. Getuige het euforische applaus dat hij na elk nummer kreeg. Frahms is niet alleen een laptopkunstenaar, maar ook een meesterlijk pianospeler die bekend staat om zijn onconventionele aanpak. Ook live zit hij dat extra in de verf door over en weer te lopen tussen zijn Moog, andere synthesizers, een massief windorgel, drummachine en veel meer. Alsof dat nog niet genoeg is, doet Olafur Arnalds ook nog een nummertje mee. Elk nummer is een hoogtepunt op zich. Maar als u mee bent met Frahm, kan u misschien vooral nagenieten “Hammers” en “Toilet Brushes”. Dour was onder de indruk en Frahm van het wilde enthousiaste publiek. Dit was niet alleen virtuoos, maar ook magisch. Wereldklasse. Punt.

Met een fenomenale Nils Frahm werd een verrassend sterke editie van Dour afgesloten. Verrassend? Hoezo? Terwijl voor Niels Frahm en Electric Wizard omwille van specifieke redenen — bij de eerste de locatie, bij de tweede act de bedenkelijke live-reputatie — geen specifieke verwachtingen hadden, behoren die net tot de absolute hoogtepunten van afgelopen editie. Bovendien verwenden Acid Baby Jesus, Mars Red Sky en Moon Duo de fans van het betere psychedelische spul. Er waren met Songhoy Blues, Omar Souleyman en Acid Arab ook nog de betere exotische klanken en tenslotte toonden ook dj’s als Modeselektor, Rone en Jon Hopkins zich van hun sterkste kant. Dour vindt in 2016 plaats van 13 tot 17 juli. Opnieuw vijf dagen festivalvreugde dus: tot volgend jaar!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in