The Tallest Man On Earth :: 24 juni 2015, Openluchttheater Rivierenhof

Dat zijn schelle stem zo op die van Dylan lijkt. Dat hij in ’t echt eigenlijk helemaal niet zo groot is. En dat hij oh zo ’n breekbare sfeer creëert, helemaal in zijn dooie eentje. Die clichés was Kristian Matsson zelf ook wat beu geworden, vermoeden wij, en hij deed er alvast één teniet. Zijn lengte en timbre kon hij moeilijk aanpassen, en dus nam hij een vierkoppige band in de arm. Maar wat is dat zonde, zeg.

Matsson is nog steeds een hyperkineet die met bliksemsnel gitaarspel en vlijmscherpe stembanden de pijnlijkste kantjes van het leven naar donkere songs vertaalt, maar daarbij wordt hij nu dus geholpen door een multi-instrumentaal kwartet. Nu ja, het woord geholpen hoeft u niet al te letterlijk te nemen. Want door songs in te kleuren die eigenlijk gewoon zwart-wit zouden moeten zijn, bewijs je The Tallest Man geen dienst.

Met “Fields of Our Home” en “Slow Dance” opent de set opvallend zonnig, en dat is toch niet meteen wat je verwacht van de kleine Zweed. Pas bij “1904” krijgt het uitverkochte Openluchttheater even de Tallest Man die ze liefhebben: een brok energie en expressie, maar met een arrangement zo sober als het weer op Allerheiligen. Wanneer bij het fonkelnieuwe “Darkness Of The Dream” de hele band weer invalt om voluit de lichtvoetige kaart te trekken, komt The Tallest Man On Earth gevaarlijk dicht in de buurt van het soort softe poprock waarop niemand echt zit te wachten. Gelukkig stuurt Matsson zijn band net op tijd wandelen om met een akoestisch intermezzo het schip weer recht te trekken. “Love Is All”, “The Gardener” en het broze “Weather Of A Killing Kind” waarbij de fluitende vogels van het Rivierenhof zich nestelden in de stilte tussen strofe en refrein, zorgen voor een kleine zucht van opluchting.

In het verleden stond The Tallest Man steeds moederziel alleen voor zijn publiek, en het valt te begrijpen dat hij na drie albums en twee ep’s in tien jaar tijd wel even zin had in iets anders. Alleen kreeg je regelmatig het gevoel dat de band eerder een last was dan een verrijking. Een snijdende fiddle of zelfs een gloeiende sax kunnen de songs dan wel wat extra kleur geven, maar de gezapige drummer die halverwege een nummer invalt of de bassist die aan zijn gezichtsuitdrukking te zien liever gewoon thuis was gebleven, persen alle gevoel uit de set. Het contrast met de überexpressieve Matsson was soms enorm groot.

The Tallest Man is op zoek naar iets nieuws, maar of hij het met deze bezetting gevonden heeft, valt sterk te betwijfelen. Gelukkig heeft de Zweed talent en ijzersterke songs genoeg om de boel overeind te houden. “Wind And Walls”, “The Dreamer” en “Like The Wheel” zijn intussen haast klassiekers geworden die een schoonheidsfoutje makkelijk verdragen. Als die drang om het roer om te gooien niet gaat liggen, haal er dan gewoon een paar extra gitaren bij en maak verdorie eens een rock-’n-roll-plaat, Kristian. Zolang ze maar scherpe randjes heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in