Inside Out

Om maar meteen de belangrijkste vraag te beantwoorden: ja, het is nog eens gelukt. Pixar speelt terug op zijn niveau. Dat was al even geleden, namelijk. Het productiehuis achter animatieklassiekers als Toy Story en Finding Nemo functioneerde tot in 2006 min of meer als hofleverancier voor Disney, maar werd toen officieel opgekocht door het Huis van de Muis. Films als Wall-E, Up en Ratatouille – drie van hun beste, trouwens – waren toen al in productie, maar de films die daarna pas opgestart werden, kwamen plotseling veel flauwer over en, wat nog belangrijker is, ze waren ook veel duidelijker gemotiveerd door commerciële overwegingen. Brave was nog een goed bedoelde poging om iets nieuws te creëren, maar viel plat op zijn gezicht. Kan gebeuren. Maar Cars 2? Planes en Planes 2? Monsters University? Disney leek Pixar onder druk te zetten om hun bestaande films alsnog uit te gaan buiten, terwijl de aantrekkingskracht van die titels uitgerekend in hun originaliteit zat, in hun frisheid.

Geen wonder dan ook dat er momenteel een hoorbare zucht van verluchting weerklinkt bij filmfans wereldwijd: met Inside Out hebben ze bij Pixar eindelijk nog eens een voltreffer te pakken. En eindelijk nog eens een film gemaakt die geen sequel of prequel is, dat helpt ook.

Het verhaal speelt zich af in het hoofd van de elfjarige Riley. Haar doen en laten wordt bestuurd door haar basisemoties: Joy (stem van Amy Poehler), Sadness (Phillys Smith), Anger (Lewis Black), Fear (Bill Hader) en Disgust (Mindy Kaling), die om beurten het roer van Slagschip Riley overnemen en op die manier proberen te zorgen voor een evenwichtig leven. Denk aan de klassieke Jean-Luc Dehaene-sketch uit Alles Kan Beter en u hebt een goed idee van hoe het werkt. Wanneer Riley samen met haar ouders verhuist naar San Francisco, raken haar emoties echter danig in de war: Sadness tast – zonder het zelf te willen – al Riley’s belevenissen aan en het kind zinkt weg in droefheid. Joy en Sadness moeten samen een gevaarlijke reis ondernemen door het langetermijngeheugen en het onderbewustzijn van Riley om de balans in het hoofd van het meisje te herstellen.

Dat is een behoorlijk complexe premisse, die wel eens het petje van jongere kinderen te boven zou kunnen gaan. Emoties, gedachten, herinneringen en andere concepten worden hier concreet gemaakt als personages en decors. Om dat te snappen moet je als kijker om te beginnen al abstract kunnen denken, en dat zal voor de allerkleinsten wellicht nog een stap te ver zijn.

Los daarvan is het wel verfrissend dat Pixar eindelijk nog eens een ietwat uitdagende film durft te maken, die zich niet betuttelend opstelt tegenover zijn doelpubliek. Wat dat betreft heeft Pixar natuurlijk een indrukwekkende track record: Wall-E speelde zich af in een postapocalyptische wereld en tijdens het eerste half uur werd er geen woord gesproken. De openingssequens van Up ging dan weer over twee mensen die moeten accepteren dat ze geen kinderen kunnen krijgen en oud worden, tot een van hen uiteindelijk sterft. Het is dus niet de eerste keer dat Pixar de drempel relatief hoog legt, maar net zoals in die eerdere films, word je dan ook beloond met een oprecht emotionele ervaring.

De boodschap van Inside Out is uiteindelijk vrij volwassen: de clou van de film is niet gewoon dat Riley terug vrolijk moet worden, maar wel dat ze moet leren aanvaarden dat droefheid deel uitmaakt van het leven en soms zelfs kan helpen om dingen te verwerken. Het personage Sadness is dan ook helemaal geen schurk – Inside Out is zelfs een zeer zeldzame Disneyfilm die tout court geen slechterik hééft. Die boodschap is veel waardevoller dan de simplistische “everything is awesome”-mentaliteit van de meeste animatiefilms. Op de aftiteling blijkt dat de filmmakers advies hebben ingewonnen van kinderpsychologen voor hun scenario, en dat merk je.

Het concept van Inside Out heeft al snel de neiging om zwaar op de hand te klinken als je het begint uit te leggen – vandaar ook dat er in de weken voor de release hier en daar artikels verschenen met koppen als: “Disney maakt film over depressie bij tieners”. Helemaal uit de lucht gegrepen is dat allemaal niet, maar je gaat daarmee wel voorbij aan het feit dat Inside Out ook gewoon een erg geestige, spitsvondige film is, met knappe komische set pieces: een scène waarin Joy en Sadness zich in het rijk van het abstract denken wagen, is heerlijk onversneden weirdness die niet zou misstaan in een Charlie Kaufman-scenario, en ook een running gag over een reclamemuziekje dat steeds maar door Riley’s hoofd spookt, is oprecht grappig. Net zoals in hun hoogdagen, combineert Pixar intelligentie met humaniteit en humor.

Het jammere is wel dat uitgerekend Riley als personage nooit echt uit de verf komt. In feite hebben de vijf basisemoties van Riley op zich meer persoonlijkheid dan het meisje zelf, die op een vreemde manier altijd op een afstand blijft. En als je echt wil gaan zoeken naar zaken om over te zeuren, dan kan je ook aanstippen dat Pixar uiteindelijk een vrij conventionele, burgerlijke mentaliteit blijft behouden: net als in Toy Story, The Incredibles en Finding Nemo gaat het verhaal fundamenteel over leden van een gezin (of ersatz-gezin) die van elkaar gescheiden raken en herenigd moeten worden. Dat is de blauwdruk voor zo goed als àlle Pixarverhalen, en dus ook van Inside Out. Dat is wat de film universeel maakt, maar het is ook de reden waarom hij finaal vertrouwd blijft aanvoelen, zonder al te grote verrassingen.

Nu goed, niet dat dit het plezier mag drukken. Inside Out blijft moeiteloos de beste Pixarfilm sinds Up. Een goed doordacht, oprecht grappig verhaal met een hoog IQ én EQ.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in