Jaga Jazzist :: Starfire

Noorwegen en Los Angeles, we kunnen ons nauwelijks meer verschillende omgevingen inbeelden. Lars Horntveth, kapitein van het Jaga Jazzist schip, ruilde recent zijn bescheiden thuisland in voor de flamboyante Californische grootstad en besloot als ode aan die verhuis een plaat bijeen te schrijven.

Starfire is na enkele minder interessante uitstapjes richting orkest- (Live With Britten Sinfonia) en remixland (de recente heruitgave van A Livingroom Hush) eindelijk een bijna volledig nieuwe langspeler. Bijna, want afsluiter “Prungen” was al eerder te horen op Live With Britten Sinfonia. Was die oorspronkelijke versie nog een vrij traditionele Jaga Jazzist-bedoening, zij het met een glansrol voor het orkest, dan worden de orkestpartijen nu overgenomen door zwierige synths die de song een heel andere, resoluut moderne klankkleur mee geven.

Het verschil tussen de twee versies illustreert mooi de nieuwe richting die het Noorse collectief met deze plaat inslaat. Synthesizers, vroeger slechts in beperkte mate te horen, spelen hier niet zelden een hoofdrol en voorzien de plaat soms van een rave-sfeertje. Tegelijkertijd worden die synths wel op een zodanige wijze aangewend dat ze sterk aansluiten bij de gekende klankwereld van de band. Neem bijvoorbeeld hoe de statige synths in “Oban” naadloos worden afgewisseld met een lieflijk arrangement voor basklarinet, koperblazers en rhodes dat zo weggelopen lijkt uit een van de eerste Jaga Jazzist-platen.

Dat is misschien wel het opvallendste aan Starfire. Ondanks de duidelijk nieuwe klanken die in de sound geïntegreerd worden, refereert opvallend veel aan deze plaat aan het verleden. Het begin van de titeltrack die de plaat op gang mag trekken zou bijvoorbeeld zonder problemen op The Stix gekund hebben, terwijl de climactische opbouw in “Oban” doet denken aan de postrock-invloeden van What We Must. Jaga Jazzist mag dan als een kameleon elke plaat anders inkleuren, hun aanpak is toch uit de duizend herkenbaar.

De sterkte van de band is net dat ze die eeuwige klankevolutie nooit te ver doordrijven. Een volledig elektronische plaat van Jaga Jazzist zou eerlijk gezegd een ontgoocheling zijn, terwijl die constant tussen elektronisch en organisch schipperende aanpak net voor een boeiende luisterervaring zorgt. Het beste voorbeeld daarvan is wellicht het lange “Big City Music” dat zich een slordig kwartier lang door een veelheid aan bewegingen transmuteert, als een ode aan de vele facetten van een stad inderdaad, maar even goed als een staalkaart van het typerende eclecticisme van de groep.

Al valt er ook wel wat op te merken op Starfire: de elektronische instant remix aanpak van de plaat is soms wat ten koste gegaan van de collectieve sound die misschien wel het grootste Jaga Jazzist sterktepunt vormt. De momenten waarop de band als een organisch geheel staat te musiceren zijn van relatief korte aard en komen te weinig voor. Dat de plaat in losse momenten bij elkaar werd geschreven door Horntveth terwijl bandleden nu en dan wat partijen kwamen inspelen verklaart dat ongetwijfeld.

Maar verder wel een goeie plaat dus, deze Starfire, misschien wel de beste Jaga Jazzist-plaat sinds What We Must. Het soms wat pedant technische toontje van One-Armed Bandit is hier veel minder aanwezig, al is de nieuwe aanpak wat ten koste gegaan van de collectieve sound. Starfire kan niet op tegen de platen waarop de Noren nog allen tesamen op zoek gingen naar hun muzikale raakvlakken, maar is in zijn eigen recht zeker wel een goede plaat die welkome nieuw horizonten verkent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in