Joris Luyendijk :: Dit kan niet waar zijn

Na de bankencrisis in 2008 rees, naast verontwaardiging die gepaard ging met harde uitspraken over parasitaire kapitalisten en hebzuchtige bloedzuigers, vooral de vraag hoe dit had kunnen gebeuren en ook hoe we het in de toekomst zouden kunnen vermijden. Die vraagstelling was “Gefundenes Fressen” voor de journalist/antropoloog Joris Luyendijk, die, na jarenlang in het Midden-Oosten gewerkt te hebben, zijn steven gericht had naar West-Europa om daar de moderne stamverbanden door te lichten.

Het is die aanpak, een antropoloog in het Westen, die duidelijk ook The Guardian over de streep trok en Luyendijk de kans gaf om zich onder de stamleden van The City, het kloppende hart van het bankwezen in Londen, te begeven en via (anonieme) interviews meer te weten te komen over het reilen en zeilen in deze gesloten wereld. Na enkele moeilijke eerste gesprekken die hun weerslag vonden in zijn column, bleek het hek van de dam. Onder de belofte van volstrekte anonimiteit en het recht om de teksten na te lezen vooraleer ze gepubliceerd werden, gulpte de informatie er schaamteloos uit. Klaarblijkelijk voelden veel bankiers en andere leden van The City de behoefte om enkele puntjes op de i te zetten.

Twee jaar lang publiceerde Luyendijk zijn gesprekken, met in totaal tweehonderd mannen en vrouwen uit de financiële wereld, op zijn blog vooraleer hij besloot een synthese van zijn bevindingen neer te schrijven in Dit kan niet waar zijn. In dat boek neemt hij de lezer mee op zijn eigen ontdekkingstocht en toont hij aan hoe hij gaandeweg steeds meer de structuren die leven binnen The City weet bloot te leggen. Zo wordt al snel duidelijk dat niemand echt de beruchte crash had zien aankomen, laat staan in de hand had gewerkt. Het eerste grote probleem bleek te zijn dat de financiële wereld zo complex in elkaar zit dat niemand er zicht op heeft.

Uiteraard zijn er wel controlemechanismen, maar die werken uiteindelijk niet zo goed als iedereen zou denken. Er zijn te veel radertjes in het systeem die op zich wel netjes werken, maar tezelfdertijd is de macht van de controleurs zozeer uitgehold dat er nauwelijks nog sprake is van controle. En toch zijn het geen gewetenloze schurken die The City bevolken, zo betoogt Luyendijk. Het zijn veeleer avonturiers en workaholics die werken binnen een pervers systeem waarin torenhoge lonen en bonussen zijn weggelegd voor de happy few (al verdient de rest meer dan aardig hun boterham ) en er zo goed als geen werkzekerheid of jobloyaliteit bestaat.

The City, zo wordt duidelijk, werkt volgens een eigen logica en structuur waarbinnen iedereen zijn of haar rol opneemt en niet verder kan of durft te kijken. Ieder van hen zit op zijn (haar) eiland en voert het eigen takenpakket uit onder het motto “caveat emptor” (de koper zij op zijn hoede) terwijl langetermijndenken vanwege het risico op ontslag/nul loyaliteit zo goed als onbestaande is. Bankiers en al wie in The City werkt, zijn geen monsters, maar wat men ten tijde van Nazi-Duitsland Schreibtischtäter noemde: klerken die slechts hun rol in het proces opnamen zonder de eindverantwoordelijkheid of het overzicht op het proces te (willen) kennen.

Er schort niets aan de mensen, maar aan het systeem, en het is nog maar de vraag of iemand bereid of in staat is om dat laatste te veranderen. Het is dan ook een wraakroepende en tezelfdertijd ontluisterende conclusie die Luyendijk aan het einde van zijn boek inneemt: er is niets veranderd. Er zijn niet meer rotte appels in de financiële wereld dan in gelijk welke andere beroepscategorie. Het is het systeem zelf dat vermolmd en gecorrumpeerd is, terwijl niemand eigenlijk nog weet hoe het geremedieerd dient te worden. De belangen zijn te confuus en gedifferentieerd om een schuldige te vinden, terwijl het systeem zelf te complex is om nog gered te worden. De enige oplossing lijkt een volledig herdenken van het bankwezen te zijn, maar wie heeft daar de moed en de kennis voor? Ook Luyendijk heeft geen antwoord klaar, al beseft hij net zo goed dat zwijgen niet langer een optie is.

Dit kan niet waar zijn is tegelijk een ontluisterend en boeiend boek. Als geen ander weet Luyendijk een aantal vooringenomen stellingen over The City en bankiers te ontkrachten, terwijl hij tezelfdertijd een inzicht geeft in mechanismen die weliswaar voor iedereen open en bloot lagen, maar waar weinigen in geïnteresseerd waren. De bankencrisis was geen groot complot, maar een “accident waiting to happen”, zo blijkt. Het is Luyendijks verdienste dat hij de waarheid, die voor iedereen zichtbaar was, ook als dusdanig tentoonstelt. De enige kritiek die op het boek gegeven kan worden, is dat zeker naar het einde toe duidelijk wordt dat Luyendijk de vele informatie die hij verworven heeft onvoldoende heeft kunnen synthetiseren tot een helder(der) werk. Dit kan niet waar zijn is een boeiende samenvatting van zijn columns en gesprekken, maar Luyendijk had hier nog (veel) meer uit kunnen halen, als hij zichzelf de tijd had gegund.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in