Mette Rasmussen / Chris Corsano Duo :: All The Ghosts At Once

De naam van Mette Rasmussen gonst al langer door de gangen van de vrije improvisatie, maar het is pas tijdens het voorbije jaar dat er ook een gezicht en een geluid op te plakken valt. Als de release van het Trio Riot vorig jaar voor velen al een geslaagde kennismaking was, dan zal deze duorelease met Chris Corsano ongetwijfeld nog wat extra deuren openen voor de Deense altsaxofoniste. En terecht.

Mooi trouwens, om te zien hoe die wereld van de improvisatie z’n eigen, onvoorspelbare paden blijft volgen. Vaste bands zijn er in de minderheid, maar dat brengt wel met zich mee dat het bijzonder boeiend kan zijn om individuele muzikanten te volgen. Ze zoeken immers steeds nieuwe oorden en speelpartners op, waardoor je eigenlijk voortdurend getuige kan zijn van de verbreding en zelfstudie van artiesten. Een ander aspect dat de zoektocht ook eindeloos boeiend houdt, is het onontwarbare kluwen van kleine, onafhankelijke labels. Een aantal daarvan is erg productief en behoort tot de vaandeldragers, terwijl anderen het rustig aan doen, maar dan wel met een even mooi aanbod.

Zo is er het in New York gebaseerd Relative Pitch Records, dat sinds 2011 zo’n drie dozijn releases uitbracht van uiteenlopende figuren, zowel van veteranen Matthew Shipp en Jemeel Moondoc als van jongere barricadenbestormers als, Nate Wooley en Mary Halvorson. Voor mei van dit jaar heeft het label een paar knallers in de aanbieding. Zo is er het debuut van Pulverize The Sound (het trio Peter Evans, Tim Dahl, Mike Pride), een nieuwe plaat van Matana Roberts en het debuut van Mette Rasmussen en Chris Corsano. Kortom: ook Relative Pitch gaat wat vaker over de tongen rollen.

In Corsano heeft de jonge Deense altsaxofoniste alleszins een ideale collega gevonden, terwijl ze ook al aansluiting vond bij de Amsterdamse garde en aan de slag ging met Antwerpenaar Dennis Tyfus (Ultra Eczema). Op All The Ghosts At Once laat ze alleszins horen dat ze erg goed gedijt in deze naakte duosetting. Via een combinatie van korte (vier ervan halen niet eens de grens van drie minuten) en wat langere stukken zoeken ze gemeenschappelijke grond op, proberen ze combinaties van texturen en bewegingen uit, en dat met een soms indrukwekkend brede dynamiek. Daarbij klinkt Rasmussen al net zo zelfverzekerd en bevlogen als haar meer ervaren collega.

En eigenlijk hoef je voor bewijs daarvan niet verder te kijken dan opener “Train Track”, want dat is meteen een visitekaartje waarmee wordt geïmponeerd. Vanuit een redelijk zachte aanloop met zingend metaal en herhaalde motiefjes wordt een wentelbeweging op gang gebracht die geworteld is in de freejazz van de sixties, passeert langs Europese abstractie en het soulvolle van Joe McPhee (ook een regelmatige partner van Corsano). Rasmussen heeft blijkbaar ook de minste moeite om in een vingerknip over te schakelen van een korrelige, korzelige klank naar een meer gepolijste, lyrische aanpak. Het is een straffe sound; krachtig, intens en zo wendbaar als kwikzilver. Dit is geen aanstormend talent, maar een individu dat al ontbolsterd is.

In de korte stukjes die erop volgen krijg je meteen een paar andere gedaanten: introverter, elegischer en in “Contester” eerst een rollende kletspartij van Corsano, voor Rasmussen uithaalt met een sirene die eigenlijk al best zo indrukwekkend is als die van een John Dikeman. Het ene moment met grove textuur, maar even erna genepen als een sopraansax of luid zingend als Dave Rempis of weggezonken in de spirituals zoals Darius Jones. Het compacte brokje dat de plaat afsluit, “Yesterday’s Teenyboppers Are Today’s Republicans”, druist dan weer in tegen de humor van de titel: het is een klankspelletje, waarbij het lijkt alsof Rasmussen het doet zonder mondstuk, terwijl Corsano onophoudelijk metaal manipuleert.

Daartussen nog een paar lappen energieke en speelde lappen freejazz (“How Many Of These Things Do We Need ANyway?” en “Dots…… (For Paul Flaherty)”), het magistrale “Exploding Foods” dat beweegt tussen plagerige speldenprikken, grillig om zich heen zwierende uitschieters en momenten van smeulende emotie op fluisterniveau, en tenslotte nog het iets abstractere “O Space Heater! My Space Heater!”, dat postvat tussen minimaal klankenonderzoek en wringend horten, stoten en sputteren. Het samenspel is steeds organisch en vanzelfsprekend, het gulpt eruit alsof het enkel zo, en niet anders, kon zijn. Alsof ze al jarenlang niet anders doen. All The Ghosts At Once is een sterk statement dat nog veel moois belooft voor de toekomst.

Rasmussen en Corsano spelen op 13 mei in DE Studio, een concertavond van Soundinmotion’s Oorstof, in combinatie met Aram Shelton’s Tonal Masher. Op 14 mei spelen ze in het voorprogramma van Decoy & Joe McPhee in Les Ateliers Claus (Brussel). Op 17 mei spelen ze op Ultra Eczema’s Strafstudie in de Vooruit (Gent), met o.m. U.S. Girls en Ghedalia Tazartes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in