Günter Schickert & Pharoah Chromium / Oren Ambarchi / Rhys Chatham, Tim Dahl & Kevin Shea :: 19 april 2015, Vooruit

Dat labels als ‘eclectisch’ doorgaans een beetje snel bovengehaald worden, daar werden we zondagavond aan herinnerend in de Vooruit, waar met de hulp van het uit Antwerpen overgekomen Sound In Motion een avond werd gepresenteerd voor muzikale gulzigaards en liefhebbers van het grenzeloze avontuur. Het liet horen dat het in de experimentele marge ook al eens fout kan lopen, maar vooral ook dat er memorabele stunts uitgehaald worden.

Wie al eerder hoorde van Günter Schickert en Pharoah Chromium steekt z’n hand op. Wie er albums van in huis heeft, steekt ze allebei omhoog. Het gaat om twee boeiende artiesten uit Duitsland (de tweede weliswaar met Palestijnse roots) die rotsvast verankerd zitten in de underground. Was de eerste al vanaf de late jaren zestig terug te vinden in de vruchtbare grond van een Berlijnse scene vol kraut, freejazz en ander geëxperimenteer, vaak van de interdisciplinaire soort, dan is zijn jongere collega al net even moeilijk te labelen. Op diens Electric Cremation van een paar jaar geleden worden Fukushima, new age en het occulte als slechts enkele van de inspiratiebronnen benoemd, dus een doorsnee setje zat er ook in Gent niet in. Dat had zo z’n voor- en nadelen.

Schickert begon alleen, met iele uithalen op iets dat eruit zag als een uit de kluiten gewassen oceaanschelp en de belofte van een uitgesponnen minimalistische set. De komst van Pharoah Chromium (op weekdagen beter bekend als Ghazi Barakat) bracht daar verandering in. Aanvankelijk werd de geluidencombinatie aangedikt met ruis en andere binnensluipende elektronica, later kwam er steeds meer volume, klankkleur en manipulatie aan te pas. Soms schurkte het tegen de pure, daverende noise, en er werd zelfs een EWI bovengehaald.

Voor het eerste luik van het concert werkte dat best interessant, maar gaandeweg werd duidelijk dat er moeilijk een lijn te trekken viel in de performance. Net als je dacht dat ze op weg waren naar een finale die er een mooi punt achter zou zetten, plakten ze er een nieuwe passage aan vast. En nog eentje. De ene keer als een gemutileerde spacejam, dan weer iets als oerpsychedelica met proggy weerhaken, krautmotoriek (dat treineffect op Schickerts gitaar was wel cool) of een vaag-etnische groove. Intrigerend, maar vooral iets van momenten, want zonder duidelijke focus en vooral veel, veel te lang.

Dan Oren Ambarchi, met een set die eigenlijk compleet haaks op die van de voorgangers stond. De muzikant heeft z’n invloeden en technieken de voorbije jaren gaandeweg gekristalliseerd, met het fabuleuze Quixotism (2014) als voorlopige orgelpunt. Qua ingetogenheid, concentratie en schijnbare eenvoud leek de performance verwant aan die plaat, maar het elektronische speelde een iets minder prominente rol. De gitaar en een tafel vol spullen hadden het voor het zeggen. En deze keer hadden we er het raden naar hoe lang die set duurde. Dertig minuten? Veertig? Misschien anderhalf uur. Tijd vervaagt als alle stukjes op hun plaats vallen.

Hier kreeg je immers geen artiest te zien die wat ideeën uit de mouw schudde om vervolgens te zien wat ermee te brouwen viel, maar een klankenmagiër die met een indrukwekkende virtuositeit en beheersing bouwde aan een totaalwerk dat organisch vloeide en even indringend begon als afrondde. Minimalisme, gitaarambient, transformatiekunst, het was een beetje van dat alles en de controle waarmee het gebeurde was de lijm die het allemaal bij elkaar hield. Oppervlakkig beluisterd misschien nog homogeen, van nabij vol glinsterende, iriserende details. Het ene moment klonk een effect als een elektrische viool, erna wist je niet waar de galm vandaan kwam. Een meesterlijk lesje in efficiëntie en eindeloze gitaarmanipulatie.

De invloedrijke multi-instrumentalist en componist Rhys Chatham verkaste jaren geleden al naar Europa en heeft vermoedelijk een status die niet opweegt tegen die van een Glenn Branca (hij is dan ook wat minder knorrig), maar Chatham is waarschijnlijk even belangrijk en van grote invloed geweest op het werk van o.m. Sonic Youth, Band Of Susans en nog een paar generaties rockbands die iets deden met minimalisme en repetitieve structuren. Dus ook heel wat postrockbands hebben een en ander aan deze figuur te danken. Hoewel Chatham dezer dagen minder exclusief de gitaar laat spreken, en de trompet of fluit (zijn eerste instrument) bovenhaalt, zijn enkele van de kernprincipes duidelijk ongewijzigd gebleven.

Zo blonk deze zorgvuldig ingedeelde set ook uit in het spelen met repetitieve elementen en loops. Eerst op trompet, waar hij een haast symfonische weldaad mee creëerde, daarna met die gortdroge en instant herkenbare gitaar, en vervolgens op drie fluiten, om tenslotte weer even terug te keren naar de gitaar. Daarbij ging het niet zozeer om technisch meesterschap of veel noten, maar texturen en ritmes, en eindeloze verschuivingen en variaties daarop. Minstens interessant was ook het gezelschap dat hij daarvoor had meegebracht, want met bassist Tim Dahl en Kevin Shea had hij explosieve muziekterroristen meegenomen die vooral gelinkt worden aan uitbundige jazzpunk, hysterische kitsch en stuiterende noise (beluister gerust, maar op eigen risico, eens iets van Shea’s Talibam! Of Dahls Child Abuse).

Ook die twee leken aanvankelijk strak aan de ketting gehouden. Dahls daverende bas werd onverstoord aangeslagen, schijnbaar statisch en repetitief. Dat maakt zijn abrupte, lawaaierige gefreak dan ook dubbel zo imposant. Shea, zoals gewoonlijk in smaakloos fluo-tenue, sloot zich aanvankelijk bij hen aan met metronoomstrakke ritmes, maar permitteerde zich gaandeweg meer vrijheid, kletste de boel een paar keer overhoop zoals hij dat ook doet bij de jazzslagers van Mostly Other People Do The Killing, maar schudde ook een paar recht-voor-de-raapse rockritmes uit de mouwen. Heel verrassend was het allemaal niet, maar het deed deugd om dit drietal bezig te zien en bij momenten klonk het zo goed en spannend dat het even moet aangevoeld hebben als in de begindagen, toen het repetitieve gehamer van Chatham & co. voor het eerst te horen viel. Straffe kost.

Vooruit en Sound In Motion laten het niet hierbij. In Gent kan u binnenkort terecht voor o.m. ‘Ultra Eczema’s Strafstudie’, met o.m. Ghedalia Tazartes en U.S. Girls, terwijl de OORSTOF-reeks zich verderzet met Paal Nilssen-Love’s Large Unit. Meer info hier en hier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in