Duot & Hugo Antunes :: 18 maart 2015, Hot Club de Gand

Het lijkt wel alsof jazz plots weer wat hotter geworden is. De start van Leuven Jazz kwam uitgebreid aan bod in de pers, terwijl de Handelsbeurs in Gent het bordje ‘Volzet’ nog eens kon bovenhalen voor STUFF., dat in geen tijd tot het hipste van het land behoort. De enolagezanten trokken dan weer naar de compacte Hot Club de Gand, waar het Spaanse Duot z’n eerste van drie concerten op Belgische bodem deze week speelde.

Daarvoor hadden de twee een derde man uitgenodigd, nl. bassist Hugo Antunes. Die is al lang geen onbekende meer in België (net als zijn Portugese collega João Lobo) en een muzikant die zich al van z’n beste kant liet zien in talloze contexten. Ook nu was er een klik. Gastheer Bart Maris gaf al schertsend mee dat Antunes tussen de twee zou soleren, maar je kreeg wel degelijk een muzikale driehoeksverhouding te horen, waarbij de grenzen van de vrijheid gretig afgetast werden, terwijl de focus steeds binnen handbereik bleef.

Dat kreeg gedaante in een expansieve set die bij momenten erg krachtig was, maar nergens inzette op makkelijk scoren of op voor de hand liggende repetitieve figuren. Het was m.a.w. geen doordeweekse jam waarin iedereen eens de spieren kwam losschudden. Saxofonist Albert Cirera het minst van al, want die koos, ondanks het soms rumoerige publiek, voor een aanpak waarbij hij soms kon afdalen naar lage volumes, amper waarneembare blaastechnieken en een open verkenning.

Zo kwam het eerste stuk traag op gang, werd vooral ingezet op korte flarden en herhalingen. Daardoor was het niet meteen duidelijk in welke richting het trio zou evolueren, maar de beheersing en gestage opbouw en voortdurende uitwisseling was dan al aanwezig. Ook drummer Ramon Prats, die later nog een paar keer heftig zou uithalen, bleef aanvankelijk bij een sobere aanpak. Toch waren er in dat eerste stuk van een klein half uur wel een paar scharniermomenten.

Dat was doorgaans wanneer Cirera overschakelde van eigenzinnige technieken naar een meer expressieve sound, of de tenor inwisselde voor de sopraan, die hij aanvankelijk tegen het been hield. Antunes was ook druk in de weer met strijkstok, soms met piepende harmonieën of diep grommende dreiging, maar ook met stokjes en wasknijpers, waarmee hij het geluid eindeloos bleef uitbreiden. Het stuk werd erg knap afgerond door een harmonieuze golf met een drone-effect, waarbij de ritmesectie haast als een donker, onwrikbaar blok klonk.

De twee volgende stukken waren korter en wat krachtiger, maar hielden al net zozeer de boot af. Cirera liet opnieuw zijn controle over harde smakgeluiden horen, en het soort geluiden uit de volière van een John Butcher, terwijl de ritmesectie spiegelde met korte stoten. Prats toonde zich ook bedreven in het creëren van textuurwissels, door het aan- en ontspannen van z’n snare-vel en de zijkanten van de trommels en statieven te bespelen, om uiteindelijk toch te belanden bij een krachtige interactie. Ook in het slotstuk kwam die ervan, al werden de bassnaren eerst verpakt in aluminiumfolie, met een sinister ruisend effect, en bedolf Prats z’n trommels onder de cimbalen, doeken en een sjaal. En toch bleef er een groove in steken.

Afsluiten gebeurde tenslotte door eens lekker ritmisch voluit te gaan, wat dan ook aanvoelde als een climax waar omzichtig naartoe gewerkt was. Enerzijds klonk het allemaal spontaan en zoekend, maar anderzijds werd het best wel intens en was snel duidelijk dat de muzikanten, en zeker Antunes, die volledig opging in z’n rol, het volle pond aan het geven waren. Ondanks het feit dat een deel van het publiek met andere dingen bezig was, kreeg je dan ook een performance te zien die steek hield en leidde tot een knap, gebald statement. Uitstekend spul.

Herkansing: zondag in De Studio (Antwerpen), een double bill met het trio Ballister.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in