Big Hero 6

Een knuffelbare robot-dokter gemodelleerd naar een grote witte marshmallow? Hell yes, natuurlijk willen wij die zelf ook hebben! Het is de beschrijving van Baymax, een kruising tussen een klunzige Buster Keaton en een opblaasbare airbag én de robot waar de 54ste Walt Disney Animation Studios film om draait. Een wezen met twee zwarte oogjes, verbonden door een rechte lijn is best een slimme zet van de Disney-denktank: met een neutrale expressie kan je vlotjes een heel spectrum aan emoties verbeelden. Zet daar een guitig Siri-stemmetje op en de meest droge zinnetjes worden een succes (“Hairy baby”!). Baymax past perfect in het rijtje van typische ersatz-familiefiguren Disneyfiguren zoals Jiminy Cricket uit Pinocchio, Baloo uit Jungle Book of Mushu uit Mulan. En niet alleen het personage zelf is een voltreffer: de film zelf is een succesvol huwelijk tussen emoties, humor, talloze verwijzingen naar (Aziatische) popcultuur en prachtige animatie.

Big Hero 6 was oorspronkelijk een geflopte Marvel stripreeks uit de jaren negentig, waarin Baymax een pak minder schattig was en kon transformeren in een draak. Het materiaal was een vruchtbare grond voor geestelijke Disneyvaders Don Hall (The Princess and the Frog (2009) en Winnie the Pooh (2011)) en Chris Williams (bekend van Bolt (2008) en Mulan (1998)), die er het verhaal uit puurden over een veertienjarige, hoogbegaafde en vooral eenzame jongen (Hiro Hamada), die wordt toegelaten in de prestigieuze robotica-universiteit door een prof te imponeren met een grootschalig experiment met microbots. Tot zijn oudere broer onverwacht sterft en Hiro’s vertrouwen in zijn toekomst plotseling in elkaar zakt. Hiro’s broer laat een groot robotica-experiment achter (Baymax) die een hele stad medisch kan screenen in een paar seconden en een chip heeft met alle geneeskundige informatie en behandelingen op. In eerste instantie is Hiro niet echt onder de indruk van deze logge marshmallow, maar Baymax is vastbesloten zijn nieuwe eigenaar gezond te houden en schakelt hiervoor Hiro’s vrienden in, die later de nerdy superhelden van de Big Hero 6 zullen vormen.

17 jaar na Mulan keert Chris Williams dus terug naar de Aziatische cultuur, om een kruisbestuiving tussen de Amerikaanse en Japanse animatie te creëren. De personages hebben de typerende grote ogen van de doorsnee Disney animatiefiguren, wat in principe een gemiste kans is om de animecultuur tot leven te wekken. Wat wèl geslaagd is, is de mix tussen een Aziatische stad (Tokyo) en een Westerse stad (San Francisco) met als resultaat de fictieve stad San Fransokyo. We zien een mooie combinatie tussen hippe kleurrijke coffeeshops, hellende straten die gesierd worden door Japanse kerselaars en de beroemde Japanse Yamanote en Chuo-tramlijnen die door de stad razen. Ook origineel: de The Golden Gate brug die meer weg heeft van een Aziatische pagode.

De film doet zich dus niet voor als iets dat hij niet is (een representatief beeld van de Aziatische wereld) en dat siert de makers van Big Hero 6. Er is respect voor zowel de traditionele Japanse cultuur als de moderne, en dat laatste komt vooral tot zijn recht in de blitse soundtrack gecomponeerd door Henry Jackman (die ook de muziek verzorgde voor Captain America: The Winter Soldier). De muziekscore schreeuwt digital age uit met zijn elektronische deuntjes. Alleen jammer van Fall Out Boy, de emo-rockband die een paar jongvolwassenen in de zaal wel even een nostalgisch gevoel zullen bezorgen terwijl de rest zijn schouders ophaalt. Maar Big Hero 6 deelt niet alleen met het DNA van de Japanse cultuur. De samenwerking met Marvel voor deze prent ligt er vingerdik op. Wacht dus zeker op de oblogate geestige knipoog aan het einde van de aftiteling, want je wordt beloond met een cameo van niemand minder dan Marvel Comics baas Stan “the man” Lee.

De creatieve ploeg heeft zijn research blijkbaar grondig gedaan. De technologische teams bezochten verschillende Japanse MIT robotica laboratoria (waar de professionals hen blijkbaar smeekten voor een robot-superheld: et voilà!) om het groepje eigenzinnige nerds in de film ook echt geloofwaardig(er) maken. Er is niet genoeg screentime voor élk personage, maar toch slaagt Big Hero 6 erin om elk personage een herkenbare en grappige eigenschap mee te geven waar altijd iemand zich in zal kunnen herkennen. Honey Lemon is een happy-go-lucky girly chemiestudente die van tijd tot tijd selfies neemt maar ook girlpower uitstraalt, Go-Go Tomago is de bad girl met zeer welkome (en hilarische) onliners zoals “Woman up!”. Wasabi is een beetje de neurotische van de zes en Fred de slungelige comicnerd die zorgt voor de nodige comic relief. Samen met de schattige Baymax zorgen ze voor zeer traditionele (fysieke) humor die veel wegheeft van slapstick, met de nodige achtervolgingsscènes, grappige gezichtsuitdrukkingen en valpartijen.

Het enige dat je Big Hero 6 kwalijk kan nemen is dat de verhaallijn niet zo bijster origineel is: de film steunt vooral op zijn guitige en originele personages die de aandacht moeten weghouden van een plot die al eerder een succesverhaal opleverde met How to Train your Dragon. Maar toch durven we gerust spreken van één van de beste projecten waar de Disney Studio’s de laatste jaren verantwoordelijk voor waren. Yes, we were satisfied with our care!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in