Mount Eerie :: Sauna

Al twintig jaar verklankt Phil Elverum eenzaamheid, isolement, leegte en depressie, maar ook het gemoedelijk accepteren van de melancholie. Sauna, de zevende langspeler die hij als Mount Eerie uitbrengt, is opnieuw een bescheiden triomf in zijn rijk gevulde discografie.

De titeltrack die de plaat op gang mag trekken is meteen al een openingsstatement van jewelste: een orgeldrone van tien minuten die slechts geleidelijk aan openbloeit, maar de luisteraar net daardoor volledig meesleurt in zijn geluidswereld, en hem als het ware omhult in de cocon van een imaginaire sauna. Het duurt vier minuten voor Elverums stem door het zo lang aangehouden klanklandschap breekt; aanvankelijk alsof hij wat zit mee te neuriën met de monotone dreun, maar alsmaar zelfzekerder. Wanneer drie minuten later ook heldere gitaren en hoge koortjes het universum vervoegen en Elverum “I don’t think the world still exists” declameert, is het vervreemdende effect van de song compleet en de toon voor de rest van de plaat gezet.

Sauna bouwt nadrukkelijk verder op de sound die Elverum al enkele platen lang met Mount Eerie volgt: eindeloze schakeringen grijs, maar wel gebracht in een rijk gelaagd amalgaam van folk, rock, ambient, drone, black metal (niet zo prominent deze keer) en minimalisme (“(Something)” verweeft marimbapatronen op z’n Steve Reichs en “Books” speelt met hoekige pianopolyritmes). Trok hij in 2012 de verschillende elementen van dat geluid nog enigszins uiteen op het ijle, verstilde Clear Moon en het agressievere Ocean Roar, dan wordt alles nu opnieuw tot een eclectisch geheel verwerkt op deze plaat.

Tussen al die variatie vallen heel wat hoogtepunten te rapen: het tweeluik “Boat” en “Planets” bijvoorbeeld; twee korte songs die aan elkaar worden gelijmd met een breakdown vol distortion. Is “Boat” nog een vuig rockende zeestorm, dan balanceert “Planets” dat, met een melodie die door de golven breekt, drums die kalmeren en Elverum die zelf ook zijn balans hervindt na het verstilde onweer waarmee de plaat begon wanneer hij zingt: “As long as I’m drawing breath, the world still exists”. Op die manier vormt Sauna een emotionele rollercoaster van jewelste, waarin de muzikale gemoedswisselingen ook bijgestaan of gecontrasteerd worden door de teksten, die evenzeer schommelen in hun mate van aanvaarden van isolement en leegte. De obligate catharsis is daarbij wel eerder afwezig en de plaat eindigt zelfs met het als een open einde aanvoelende “Youth”, maar wint daardoor paradoxaal genoeg net aan geloofwaardigheid.

“Spring” gaat nog voorbij de lengte van de openingstrack en rijgt dertien minuten gitaardrones en texturen aan elkaar. Ook hier duurt het weer meer dan vier minuten voor de vocals er doorheen breken, deze keer met die typische vrouwenkoortjes die elders nog veelvuldig opduiken (zie bijvoorbeeld het lieflijke “Dragon” dat door een overvliegend vliegtuig wordt uiteengereten), terwijl trage ritmes de drones wat meer houvast geven. De lente waar de titel naar verwijst valt hier niet echt te horen, tenzij in de naar de hemel reikende gitaartjes die rond de tiende minuut enkele akkoordverschuivingen uit het dreunende moeras trekken.

Sauna is gevarieerder dan zijn voorgangers, iets toegankelijker dan het overweldigende Wind’s Poem, maar vooral opnieuw van hoge kwaliteit. Die variatie zorgt aanvankelijk voor een ietwat verwarde indruk, maar draagt uiteindelijk wel bij tot het gevoel dat je een grillig emotioneel transformatieproces volgt. Een proces dat bovendien in meeslepende muziek wordt gegoten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in