A Place To Bury Strangers :: Transfixiation

A Place To Bury Strangers is gezegend met een stevige reputatie als een van de meest verschroeiende live-acts op deze aardkloot. Maar op woonkamervolume overtuigen is iets anders, en met Transfixiation lukt dat jammer genoeg niet.

Bij een eerste luisterbeurt zei ons buikgevoel nochtans dat het allemaal wel goed zat. De gitaarmuren zijn misschien niet zo massief als ze waren op pakweg Exploding Head uit 2009, maar APTBS klinkt alleszins wel weer rauwer en smeriger, zoals het hoort dus. Op energiebommetje ‘Straight’, het nummer dat als eerste op de buitenwereld werd losgelaten, krijgt de gepatenteerde herrie van gitaargoeroe Oliver Ackerman zowaar een rol op de achtergrond toebedeeld, terwijl de bas het riffwerk voor zijn rekening neemt. Toch klinkt ‘Straight’ naar onze oren een pak lekkerder dan de platte opgekuiste kost die op Worship, hun vorige plaat, werd uitgedeeld. ‘Love High’ en ‘What We Don’t See’ zijn wel weer APTBS uit de oude doos, waar laag na laag gitaarfeedback het op uw trommelvliezen gemunt heeft. Het geluid is weer fantastisch goed en absurd hard — wat had u gedacht –, maar ons echt bij ons nekvel tegen de muur sleuren, doen deze nummers niet. Daarvoor ontbreekt er een straffe melodie en verrassend songschrijverschap.

Het is wachten tot halverwege de plaat vooraleer APTBS echt iets strafs uit de mouwen weet te schudden. ‘Deeper’ doet zijn titel alle eer aan met een kilometersdiepe bastoon die je eerder op een album van Sunn 0))) zou verwachten. Enorm benieuwd hoe dit live gaat klinken, maar dit kan in elk geval niet gezond zijn voor de oortjes. De bromstem van Ackerman wordt bij momenten geflankeerd door een vrouwenstem, wat een heel mysterieuze sfeer creëert. ‘We’ve Come So Far’ is ook een meer dan degelijk nummer waarin de band op het einde nog eens alle teugels laat vieren en een geluidsorkaan loslaat. Koptelefoon op en het volume gestaag omhoog draaien, u zult sterretjes zien. ‘Now It’s Over’ is het rustigste nummer van de plaat, maar heeft een erg catchy zangmelodie, wat op de rest van de plaat wel eens ontbreekt. Het rustigste nummer wordt gevolgd door de luidste bom, ‘I’m So Clean’ is punk op steroïden en is zo hard ingespeeld dat het lijkt te desintegreren terwijl je ernaar luistert.

APTBS weet jammer genoeg niet echt een vervolg te breien aan het sterke middenstuk. De twee afsluitende nummers zijn opnieuw spijkerhard, maar stellen als songs te weinig voor om te blijven hangen. En zo laat de band ons voor de tweede plaat op rij een beetje op onze honger zitten. Op de volgende plaat moeten ze echt met een nieuw idee op de proppen komen, want ze beginnen nu stilaan als een one-trick-pony te klinken. Wel een van de luidste one-trick-pony’s ter wereld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in