Jessica Pratt :: On Your Own Love Again

Beeld u een nasale meisjesstem in die over onbereikbare liefde zingt, in goede banen geleid door een meewarige klassieke gitaar. Droom van de modderige, verlaten terreinen van het Monterey Pop Festival of Woodstock in de herfst, en laat u onderdompelen in warm vinylgeruis. Maar verlies uzelf niet meteen in psychedelische drugs, want deze naam moet u echt onthouden: Jessica Pratt.

Het titelloze debuut van de in San Fransisco wonende hippie was ook al doordrongen van dezelfde lo-fi psych folk, zij het dat de songs op Pratts nieuwe album On Your Own Love Again over het algemeen zwaarmoediger zijn. Daar zullen zowel haar recente relatiebreuk als de dood van haar moeder voor iets tussen zitten, al zien wij de 27-jarige songschrijfster nog eerder in de Stille Oceaan dan in haar eigen verdriet verdrinken: ondanks alle melancholie schijnt er toch een waterig zonnetje aan de horizon, dat ons eraan herinnert dat Californië ook in de winter nog altijd “The Golden State” is.

Pratt heeft enkel het getokkel van een amper gestemde gitaar en het gemijmer van haar bijna Kate Bush-achtige sopraanstem nodig om een thuisopname af te leveren die bol staat van de emotionele spanning. De subtiele dissonantie van haar gitaarspel gaat echter vaak op in een meer melodieus geheel dat verrassend aangenaam wegluistert. Zo heeft “Strange Melody”, met zijn psychedelische akkoordsequenties, zijn titel niet gestolen: de doe-doe-doe’s in het midden knipogen zowaar naar “Hungry Like The Wolf” van Duran Duran.

Niet dat de geestverruimende modulaties van de klassieke psychedelica ver weg zijn, maar het is ongetwijfeld een van de meest eclectische nummers op On Your Own. Ook “I’ve Got A Feeling” begint met een gemene, hoekige gitaar maar ontpopt zich tot een glorieuze folksong zodra Pratt haar mond opendoet. De instrumentale en vocale harmonieën zorgen voor een gelaagdheid die de seizoenen met elkaar doet versmelten: wie had durven denken dat een naar de sixties hunkerend meisje op haar eentje zo’n rijk geluid zou kunnen voortbrengen?

Nochtans laat On Your Own na de eerste luisterbeurten een bedrieglijk eenvoudige indruk achter. Een nummer als “Game That I Play” kabbelt aanvankelijk aardig voort zonder al te veel brokken te maken, totdat rond de drieminutengrens plots een heel andere song neerdaalt die van een akoestische Jefferson Airplane-demo had kunnen komen. De korte afsluiter annex titeltrack doet ons dromen van een van de verlaten mijnstadjes die Californië rijk is, en is muzikaal gezien het verre nichtje van Stanley Myers’ soundtrack voor The Deer Hunter. Maar Pratts wrange woorden verraden dat dit geen hoopvol nummer over een nieuwe start is: “I tried to believe in you somehow/But every time I do I get down and out”.
Bij het speelse refreintje vol la-la-la’s van “Jacquelyn In The Background” zakken we dan weer nietsvermoedend achterover, terwijl we genoegen nemen met de gezellige nostalgie van het nummer. Op het einde van de derde strofe gaat de platenspeler echter steeds trager draaien, totdat het geluid enkele volle tonen is gedaald. Het effect is werkelijk spookachtig, en hoewel het nummer sereen eindigt alsof er niets is gebeurd, blijven wij verweesd achter. Misschien zijn de goudaders van het Westen toch nog niet helemaal uitgeput?

De tweede plaat van Jessica Pratt is ongetwijfeld meer vintage dan hip, maar de Californische jongedame met de herkenbare stem recycleert haar favoriete hippiemuziek op een hoogst persoonlijke manier die het geheel toch een hedendaagse waarachtigheid geeft. Laat u vooral niet vangen door de logge somberheid van de meeste nummers: u zult meer dan een paar luisterbeurten nodig hebben om te voelen hoe warm de winter kan klinken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in