Waxahatchee :: 31 januari 2015, Botanique

De vloer van de Botanique lag naderhand bezaaid met scherven – minuscule stukjes gebroken harten. Dat is nu eenmaal wat Katie Crutchfield met een mens doet.

Het voelde een beetje aan als die keer dat we Titus Andronicus in de Charlatan zagen voor een man of vijftien – familie van het voorprogramma inbegrepen. Katie Crutchfield, sinds haar vorige album Cerulean Salt allerminst een nobele onbekende meer, kreeg een plekje in de Witloof Bar geprogrammeerd, de charmante maar ook kleine kelder van de Botanique. Gelukkig is dat net het soort plaatsen waar Crutchfield zich het best in haar sas voelt, met haar verleden in elfendertig punkbands voor wie de Charlatan al luxueus zou aangevoeld hebben.

Waxahatchee is altijd al een veredeld soloproject geweest, en voor ze met de hele band op de hort ging, had Crutchfield nog zin in een paar intiemere solo-optredens. Ook in dat opzicht is deze zaal geknipt: de hele avond lang lijkt het alsof haar je haar warme adem op je huid kan voelen trillen. Haar sowieso al intieme songs wonnen daardoor aanzienlijk aan zeggingskracht, en dat terwijl ze enkel gewapend met haar gitaar en een schamel effectpedaaltje zich op haar breekbaarst opstelde. Dat, en haar fantastische stem. U begrijpt: er hing elektriciteit in de lucht.

Ook al heeft Waxahatchee een derde plaat op komst (en wat voor een) en ook al brak de band pas echt door met tweede plaat Cerulean Salt, toch plukte Crutchfield hoofdzakelijk uit debuut American Weekend – je vertaalt nu eenmaal niet ieder nummer naadloos naar een unplugged-versie. Opener “Michel” liet meteen merken waarom u daar niet om hoeft te kniezen: American Weekend staat tjokvol songs die open en bloedeerlijk de kommer en kwel van Crutchfields relaties weerspiegelen. Soms pijnlijk, maar altijd met het hart op de goeie plaats en een weemoedige terugblik naar wat wél goed ging. Zelfs wanneer in “Catfish” de tristesse als een venijnige coda om de hoek tuurt, blijft Crutchfield begeesteren met beeldschone snapshots over die kerel die haar hart brak.

Waxahatchee heeft evenwel geen boodschap aan meelijwekkend fatalisme, en dus bijt Crutchfield even snel weer van zich af met een puntig en vinnig “Grass Stain” en het met haar tweelingzus gebrachte nagelnieuwe “Under A Rock”. En wanneer de twee zussen in “Blue Pt. II” op hetzelfde moment de tekst schuldig blijven, zorgt dat voor het meest ontwapenende moment van de avond: “Did you notice, because we’re twins we fucked up that song on the exact same time? It’s magic.”

Die magie liet Crutchfield niet meer los. Doorleefde, naakte, rauwe en kwetsbare versies van “Tangled Envisioning”, “Peace & Quiet” en “Bathtub” volgen elkaar in sneltempo op. Het afsluitende “Nocculala” doet het deze keer zonder piano, maar Crutchfields stem neemt het werk moeiteloos over. Amper 50 minuutjes stond ze daar in die kelder, maar de emotie die in die korte tijdspanne gebald zat, was navenant.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in