Relatos Salvajes

De Engelse filosoof Thomas Hobbes wist het al: homo homini lupus, de mens is een wolf voor zijn medemens. Een adagium dat de Argentijnse regisseur en scenarist Damián Szifrón ter harte genomen heeft. In Relatos Salvajes (Wild Tales voor de anglofielen) voert hij namelijk zes korte verhaaltjes op waarin hij zijn personages de ene rotstreek na de andere laat uithalen. Zes kortfilms met als onderliggend thema: frustratie, haat, agressie, wraak. Szifrón weet ze samen te weven tot een opzienbarende komedie.

Dat vonden ze blijkbaar bij de Academy ook, want Relatos Salvajes is één van de vijf film die eind februari meedingen naar de Oscar voor beste buitenlandse film. Best opmerkelijk. Vooral omdat de film niets meer is dan een verzameling korte en minder korte verhaaltjes die niet onder een overkoepelende plot samengebracht worden. Szifrón schreef in de loop der jaren een aantal ideetjes uit in de hoop ze ooit te kunnen uitwerken tot volwaardige films, merkte dan dat ze als kortfilms eigenlijk op hun best waren en besloot om de hele zwik dan maar te draaien en uit te brengen. Hij kreeg er zelfs de steun van Pedro Almodóvar voor, de man die vijfenzeventig procent van de Spaanse films die u en ik kennen op zijn naam heeft staan.

Almodóvar zal zich een beetje in de nog relatief jonge Szifrón herkend hebben, denken wij dan. Het gevoel voor humor dat uit Relatos Salvajes spreekt, doet namelijk erg denken aan de toon van films als Los Abrazos Rotos en Átame!, met personages die zichzelf ontzettend ernstig nemen maar tegelijkertijd in de meest absurde situaties terecht komen. Wat anders te denken van een ingenieur die op z’n Kafka’s ten strijde trekt tegen de bureaucratie achter parkeerboetes of een serveerster die op fluistertoon met de kok discussieert over het al dan niet vergiftigen van één van hun klanten? Aan de andere kant zijn alle personages in Relatos Salvajes heel herkenbare ‘gewone mensen’ die zich geconfronteerd zien met alledaagse ergernissen (files, verkeersagressie, bedrog) en bij wie het potje na lang sudderen overkookt. Dat maakt de verhalen vaak nogal wrang. Hoewel ze op het eerste zicht behoorlijk komisch lijken, zitten er een paar pijnlijke waarheden achter verscholen. Dat komt bijzonder sterk naar voren in de verhalen van de ingenieur en van een rijke zakenman die zijn tuinman geld aanbiedt om de celstraf van zijn zoon over te nemen. Die verhalen zijn best grappig uitgewerkt, en worden nog eens zo hilarisch door straf acteerwerk, maar ze laten na het lachen een bittere nasmaak achter.

Net als in veel verhalenbundels zit er wat kaf tussen Szifróns koren. Zo had het stukje over de serveerster wel wat meer in zijn mars dan wat het uiteindelijk geworden is en lijkt het verhaal over verkeersagressie door zijn bruutheid wat uit de toon te vallen. Daar staat dan weer tegenover dat de andere verhalen fantastisch zijn. Niet alleen druipen ze van de sardonische humor, ze zijn ook fantastisch geacteerd en prachtig in beeld gebracht. Elk verhaal heeft zijn eigen, duidelijk afgelijnde stijl en toon, compleet met een eigen sound (de score is trouwens ook opmerkelijk). Toch blijf je zien dat de verhalen door dezelfde regisseur verfilmd zijn en passen ze prima binnen het ruimere kader van de film. Stuk voor stuk worden ze gekenmerkt door een zekere tragiek, een gevoel dat de personages in problemen zitten die ze niet verdienen maar waaruit geen ontsnapping mogelijk is. De herkenbaarheidsfactor doet veel: zo is het moeilijk om geen sympathie te voelen voor de ingenieur die eerst een smak geld moet neerleggen voordat hij zijn, volgens hem onterecht weggesleepte, auto terug krijgt én dan thuis door zijn vrouw nog eens door de mangel gehaald wordt ook. Net zo met de kersverse bruid die leert dat haar man misschien toch niet de droomprins is die ze verwacht had of de zakenman die moet kiezen tussen financieel gepluimd worden en zijn zoon in de gevangenis zien verdwijnen. De humor van de film komt dan ook grotendeels voort uit een vorm van herkenning – dat is des te stuitender omdat je tegelijkertijd geconfronteerd wordt met een onwaarschijnlijke absurditeit. En toch is geen enkel element van de verhaaltjes uit de lucht gegrepen of surrealistisch. Alweer: Kafka is bijzonder dichtbij.

De eigenzinnige en unieke toon van de film, balancerend op een wel héél fijne lijn tussen tragisch en komisch, maakt Relatos Salvajes moeilijk te plaatsen. De film lijkt gepromoot te worden als een komedie, maar wie verwacht om dijenkletsend door het gangpad te gaan rollen, zal zich toch nog eens moeten beraden. Relatos Salvajes zet duidelijk in op de duistere kant die in ieder van ons zit. Dat leidt tot absurde situaties die uiteindelijk een stuk minder grappig zijn dan ze lijken. Alleen hadden we het gevoel dat Szifróns talent voor het tragikomische beter uit de verf was gekomen in een film die één verhaal biedt. De verzameling kortverhaaltjes, in het schoon Vlaams heet zoiets een portmanteau-film, heeft te weinig impact om echt memorabel te zijn. Het voelt allemaal net iets te vrijblijvend aan, alsof het niet echt uitmaakt wat er met de personages gebeurt. Daarmee is Relatos Salvajes net niet indrukwekkend genoeg om een echte topper te zijn. Maar wel grappig. Dat is ook al veel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in