HET TWIJFELGEVAL :: Belle & Sebastian :: Girls in Peacetime Want to Dance

Een hoop onverteerbare, ongeïnspireerde kitsch, of toch een frisse heruitvinding? Toen de nieuwe Belle & Sebastian ter redactie op tafel kwam, waren de zware woorden niet van de lucht. Omdat wij weten dat u op zo’n entertainment kickt, vechten onze redacteurs het gewoon voor uw ogen uit.

Hulpeloos meelijwekkend (Jeroen Verschakelen)

De voorbije tien jaar heeft het geluid van het Schotse Belle & Sebastian stevig aan relevantie ingeboet doordat Stuart Murdoch en co domweg vasthielden aan steeds dezelfde melancholische indiepop zonder weerhaakjes. Hun weinig pittige songs leverden enkel in 2010 met Write About Love nog een noemenswaardig album op. Er moest dus iets veranderen, maar wat?

Er was eens een alleraardigst groepje dat aan het einde van de jaren negentig met zijn naïeve popmelodietjes en speelse orkestratie de harten van menig criticus en indieliefhebber wist te veroveren. De schattige Murdoch en zijn vriendjes werden echter te vroeg het slachtoffer van Vadertje Tijd: hoewel ze zichzelf steeds trouw bleven, begonnen de stoute luisteraars hen “braaf” en “voorspelbaar” te noemen. Dus ondernam het arme groepje een queeste om de liefde van de mensen terug te winnen.

Op het nieuwe Girls in Peacetime Want to Dance grijpen Murdoch en de zijnen dan maar af en toe naar de synthesizer. Door die gewijzigde instrumentatie klinken ze echter niet alleen als een anachronisme (zo maakt de gedateerde dance van “Enter Sylvia Plath” het nummer tot een echte draak), maar daarnaast trappen ze ook herhaaldelijk in de Coldplay-val, door te denken dat een nieuwe verpakking ook tot een boeiende song leidt. “Play for Today” maakt dat op pijnlijke wijze duidelijk: “Life is a road/Death is a myth/Love is a fraud/It’s misunderstood” bekt gastvocaliste Dee Dee van Dum Dum Girls, waarna de toetsen er Katrina & the Waves met de haren bijslepen. De potsierlijke beat en onnozele achtergrondkoortjes lijken dan weer een noodkreet aan het adres van Avicii: in zijn zoektocht naar een relevantere sound is Belle & Sebastian het spoor duidelijk bijster.

Girls in Peacetime begint nochtans leuk met de authentieke single “Nobody’s Empire”: dankzij de pakkende pianolijn en glorieuze zangmelodie mag het nummer zonder blozen het label “Belle & Sebastian grand cru” dragen. Daarna gaat het echter gestaag bergaf, en na de eerste helft van het album lijkt het kalf al verdronken. Aan het begin van de tweede helft herpakken Murdoch en co zich eventjes met de folk van “The Everlasting Muse” en met het aanstekelijke “Perfect Couples”, dat prat gaat op een heerlijk refreintje en een funky gitaar ondersteund door exotische ritmes. Maar op de laatste tracks valt de plaat opnieuw ten prooi aan onverschilligheid. Wat er daartussen overblijft zijn nummers als “Allie”, “The Cat with the Cream” en “Ever Had a Little Faith?”: best genietbaar in hun bitterzoete lichtheid, maar tegelijkertijd ook symptomatisch voor de indruk die Girls in Peacetime vergeet na te laten.

Arme Belle & Sebastian. Het sympathieke groepje wil vernieuwen, maar heeft geen idee hoe. Girls in Peacetime Want to Dance is het geluid van een band in crisis: het onschuldige indieorkest probeert enkele nummers een nieuw jasje te geven (lees: ze in een elektronisch keurslijf te dwingen) maar klinkt daarbij zo hulpeloos dat het meelijwekkend wordt. Als het niet zo verdomd moeilijk was om boos te worden op Murdoch en zijn vriendjes, dan hadden hier ongetwijfeld koppen gerold.

Speelser dan ooit (Matthieu Van Steenkiste)

Vier langspelers; zoveel heeft Belle & Sebastian na 2000 uitgebracht. Dat zijn er evenveel als de groep in de eerste vier jaar van zijn bestaan maakte, en dan werden er in die tijd nog wat extra EP’s bovenop gesmeten ook. Zo productief als de Schotten in het begin waren, zo traag gaat het sinds de eeuwwisseling. Maar Girls In Peacetime Want To Dance is dat lange wachten eindelijk nog eens waard.

Dat het tijd was om één en ander grondig te herdenken was al even duidelijk. De slaapkamerpop van dat begin had de groep al even uitgezweet; van toen de muzikanten het podium dan toch gewoon werden, om precies te zijn. Maar dat de white men funk die in de plaats kwam ook zijn beperkingen had, was aan platen als The Life Pursuit ook te horen. Aan het handje van producer Ben H. Allen III (Animal Collective, M.I.A., Cee Lo Green,…) omarmen de muzikanten de pop uit hun jeugd, en die heeft al eens een Eurovisiesongrandje. Het woord dat u daarbij zoekt is “kitscherig”, ja, maar het is kitsch als stijlkenmerk; functioneel als knipoog en als bevrijding.

Bevrijding, want: als je je voorneemt een song te schrijven die de Grieks-Cypriotische inzending voor het Eurovisie Song Festival van 1974 neemt, dan kun je je immers alles permitteren. En dus ook de Sirtaki-achtige polkabreak van “The Everlasting Muse”, of de ABBA-achtige discodreun van “Enter Sylvia Plath”. Het zijn momenten waarop de groepsleden hun leeftijd verraden, maar ook speelser dan ooit klinken. Als een hap frisse lucht, na jaren in die bedompte kamers te zijn blijven hangen.

Het helpt ook dat de meer traditionele Belle & Sebastiannummers eveneens van goeie cuvée zijn. “The Cat With The Cream” is een sfeervolle wegdromer, gedomineerd door mooie strijkers, “The Power Of Three”, gezongen door Sarah Martin, misschien wel de uitschieter van de plaat. “Ever Had A Little Faith?” is dan weer het soort akoestische mijmering waarmee Stuart Murdoch al sinds Tigermilk nooit ontgoochelt.

Persoonlijker hebben we de frontman overigens nog nooit gehoord. In “Nobody’s Empire” documenteert hij opmerkelijk openhartig de jaren dat hij, midden in zijn studentijd, met chronisch vermoeidheid syndroom worstelde. “I clung to the bed, and I clung to the past / And I clung to the welcome darkness / But at the end of the night there’s a green green light / It’s the quiet before the madness”. Geen verhaaltjes over andere personages; gewoon dagboeklyriek, superieur geschreven.

“Be popular, play pop, and you will win my love”, bezweert iemand Murdoch in “The Everlasting Muse”, en dat is precies wat er gebeurd is. Eigenlijk is het allemaal heel erg simpel. Eurosong, disco, of toch maar klassiek: Belle & Sebastian hebben hun beste songs met de sterkste melodieën in jaren geschreven. Precies wat nodig was om nog eens te overtuigen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + vier =