EUROSONIC 2015 :: “Damn you, Maharishi”

Het begint een traditie te worden: eenmaal die eindeloze feestdis van eind december is verteerd, richten we onze blik op de toekomst. Wat mogen we aan schone muziekjes verwachten, en wie zal de hype van het jaar worden? Slechts één plek waar we daarvan een handig overzicht krijgen: Groningen, waar in een onoverzichtelijk kluwen zalen een keur van bands om onze aandacht strijden. Stuurden wij naar dat Eurosonic Festival: (mvs) en (lt) en een immer hun lens op vrouwen fixerende (th) en (kp).

Woensdag 14 januari

20u. Huize De Beurs.    Bàm: Eurosonic start dit jaar met een dreunende post-rockaanval. Toch kan het Duitse trio Warm Graves niet echt overtuigen. De band heeft zich duidelijk laten beïnvloeden door Apse, en schildert dus gelijkaardige auditieve spooklandschappen, waarbij vooral de drummer een hoofdrol opeist, maar weet geen eigen verhaal te vertellen. Dit is niet meer dan epigonisme, en tot overmaat van ramp weten de muzikanten hun ondanks alles toch ietwat boeiend begonnen nummers niet af te ronden, waardoor ze maar eindeloos blijven doordrammen in hetzelfde thema. Neen, dan kunnen we beter eens elders kijken.

20.25u. Huize Maas.     Het was immers kiezen of delen waar we mee begonnen. Dat Warm Graves, of toch maar Joana Serrat? Het wordt dus half-half en honderd meter verder komen we toe midden in de set van de Spaanse singer-songwriter. Countryfolk, een dominante pedalsteel incluis, uit het Iberisch schiereiland, het is bijna even onzinnig als kwam het uit Zweden, maar kijk: daar hebben we bij First Aid Kit ook nooit moeilijk over gedaan. Serrat bezit een warme, smachtende stem die prachtig past bij de traditionele inkleuring die de songs van haar bandleden krijgen, en heeft een neus voor knappe melodieën, met “The Blizzard” als beste voorbeeld: een bloedmooie ballad, warm als een dekentje. Zit hier iemand op te wachten? Misschien niet, maar laat Radio 1 dat aanstekelijke “Green Grass” één keer draaien, en u smeekt om meer. Nog geen negen uur, en Eurosonic heeft al een kleine belofte opgeleverd. We hebben slechtere jaren gekend.

20.50u. News Café.     In de op dit vroege uur al verdacht onfris ruikende kelder van het News Café staat een meisje dat er zelf gelukkig wél fruitig uitziet. Gekleed in een soortement wetsuit oogt de Brits-Nederlandse Bea nog wat onwennig, maar haar muziek — Ibiza-synthjes, met een stem die op z’n Grimes vlotjes van diepe laagtes naar ijzingwekkend hoge uithalen overschakelt — wint het vlotjes van haar onzekere podiumact. Tot het meisje zonder waarschuwing de dansbaarheid opzij zet voor wazige triphop en net iets te gladde baslijntjes: voor ons het signaal om héél snel andere oorden op te zoeken.

21.20u. Huize Maas.    Iets te vroeg terug in Huize Maas, waar de concertzaal die in september 2013 afbrandde efficiënt maar een tikje te spartaans is heropgebouwd. Minder zin voor verandering bij Jacco Gardner — behalve dan als het gaat om de samenstelling van zijn band — die met zicht op een nieuwe plaat nog steeds een halve eeuw te laat is geboren. Dit blijft psychedelisch gefröbel dat met zijn hoofd te hard in de sixties is blijven steken, en wij denken maar één ding: “damn you, Maharishi!”. En “nog een geluk dat er geen sitar aan te pas kwam”, dat ook wel.
Zeiden we al dat het vandaag meisjesdag is? My Bubba mag dan wel één mannelijke gitarist meegebracht hebben, centre of attention zijn toch My en Bubba, een Zweedse en een Ijslandse die elkaar gevonden hebben dankzij een onmiskenbare liefde voor klassieke folkliedjes. In nummers als “Our Water Hours” resulteert dat in sympathieke, maar oh zo brave suikerzoete samenzang. “Dogs Laying Around Playing” krijgt dan weer een complexe handjeklapchoreografie mee: opnieuw charmant, maar verder toch vooral een goed afleidingsmanoeuvre van de lichtjes slaapverwekkende set van deze dames.

22.15u. Grand Theatre.    Nog steeds een werkpuntje voor de Eurosonic-organisatie: gehypete artiesten moet je nìet in de bovenzaal van het Grand Theatre zetten. 120 man past erin, leerden we gisteren, dus wie minder dan een halfuur op voorhand komt aanschuiven, is er aan voor de moeite. Zo ook bij SOAK, een jongensachtig meisje uit Ierland, met alleen een gitaar en een ruwe, ongepolijste stem, en één van de genomineerden voor BBC’s Sound of 2015. Haar gitaarspel roept in opener “Explosion” herinneringen aan Cat Powers You Are Free op, maar het nummer zelf verbleekt daar toch nog wat bij. Wat niet wil zeggen dat hier niet héél wat potentieel te horen valt: SOAK weet haar vertellingen in donkere, mooie melodieën te gieten, en haar kwetsbaarheid in “24 Windowed House” en “B A NoBody” is aandoenlijk én overtuigend. Volgroeid is het nog lang niet, maar dat moet ook niet, op je achttiende.

22.50u. Huize De Beurs.    Dat het geluid in Huize De Beurs nergens naar lijkt, dat herinneren we ons nog van Ballet School op dezelfde plek vorig jaar. Bij Warm Graves werd dat nog maar eens bevestigd, maar de charmante Spaanse jongedames van Hinds (formerly known als Deers tot The Dears dat niet meer leuk vonden) pikken het niet. Hun voortdurend met klachten in schattig Spenglish onderbroken soundcheck gaat zonder onderbreking over in de echte set, maar ook daar kunnen de dametjes zich niet verzoenen met de minder dan ideale omstandigheden. Aanstellerij of professionalisme? Gezien het rammelende gehalte van hun eigen songs – verre van technisch perfect afgeleverd – neigen we naar het eerste, maar het spelplezier dat van de vier twintigers afdruipt, is wel overweldigend.

Op zijn best roepen de songs immers dat lukrake maar oh zo catchy gooi-en-smijtwerk van Moldy Peaches zaliger op, al drijft onze geest bij momenten ook af naar The Strokes en het hobbelendste van Black Lips. Kan alvast niet meer stuk: hitje “Bamboo”, een stukje schaamteloze meidenpop dat half wordt gegild en de beste “papapirapam”’s van de laatste vijf jaar bevat. “Dit was ons slechtste en vreemdste concert”, geven ze nog mee vooraleer ze afsluiten met een nummer over Davy Crocket dat hevig leunt op “Louie Louie” en voor alle gemak ook nog een “Gabba Gabba Hey”-refrein meesleurt. Origineel; neen. Aanstekelijk; alweer. En dus is de conclusie snel gemaakt: dit is een inkijkje in een garage waarvan de poort te vroeg is opengegaan. Werkt enkel bij zo’n coole meiden, dus of dit meer dan een gimmickje wordt, zullen we nog moeten zien. Voorlopig houden we het nog op “This year’s Soko’s” en ook wel: “trouw met ons”.

00.20u. Vera.     Er dient alweer stevig aangeschoven vooraleer we de Vera binnenraken voor Oscar & The Wolf, maar zelfs met Dotan en Blaudzun om trots op te zijn blijft “Belgen boven” toch het devies in Nederlandse rockmiddens. En ja, normaal weigeren wij landgenoten te gaan aanmoedigen in het buitenland als we minder voor de hand liggende groepen kunnen gaan zien, maar soms wil je er ook gewoon bij zijn, bij die grote doorbraak. En die lijkt voor Max Colombie en de zijnen nu echt wel binnen handbereik. Van bij de opkomst in dat ondertussen vertrouwde glitterjasje, vreemd dansje incluis, merk je dat de frontman meer dan ooit gefocust is; vastbesloten het taterende publiek man per man en vrouw per vrouw bij het nekvel te pakken. Met een overdonderend “Strange Entity”, dat op een fiks herkenningsapplaus wordt onthaald, lijkt dat alvast te lukken. Je merkt ook dat de groep ondertussen een kwantumsprong voorwaarts heeft gemaakt, en de grote podia ruikt: de beats zijn zwaar aangezet (durven we zeggen “randje plat”?), het gebaar grootser dan ooit. “Princes” is uiteindelijk de kers op de taart, één die ervoor zorgt dat luidkeels een bis wordt afgedwongen en na lang aandringen volgt die ook. Als vanouds wordt Gala’s “Freed From Desire” door de mangel gehaald, en dan speelt de band doodleuk nog eens “Strange Entity”. Een ererondje dat niet meer dan verdiend is. We zijn Oscar kwijt aan de wereld, jongens: leer het maar aanvaarden. En ons bent u kwijt aan ons bed, want wat is (mvs) ondertussen ziek. Damn you, koorts; dat het morgen beter moge worden.

Donderdag 15 januari

Ja! Een nachtje slaap heeft die dekselse koorts doen zakken, die ietwat vervelende sinussen krijgen we wel klein met een aspirine. En wat betekent zo’n gezondheidsbulletin? Dat we terug aan het werk gaan, verdorie! Eerst schrijven, en dan eens kijken of een instore gig ook zo “worst and weird” moet zijn voor Hinds.

15.20u. Plato    Neen dus. Ook zonder verregaande beef met de geluidsman blijft dit het charmante rommeltje dat we gisteren zagen, maar de zang is overduidelijk beter op elkaar afgestemd. En dat speelplezier, dat is er ook onder dit hard tl-licht van een winkel voor een paar handjevol toeschouwers. U mag daarvan denken wat u wil, maar wij vinden dat schoon. En voor we ’t weten lopen we nog na “papapirapam”-mend de straat op. Iemand heeft ons verteld dat er hier in een café Duvel en La Chouffe van ’t vat is te krijgen. Kijk, dat zijn nu eens ideale omstandigheden voor (lt) en (mvs) om een strategisch plan van aanpak op te stellen. En dan is het tijd om dat ten uitvoer te brengen.

20u. Grand Theatre.     De avond openen en meteen de hele concurrentie naar huis spelen: Aurora kan dat. Alweer een jonkie van slechts achttien jaar, doodsbang om zich heen kijkend in het indrukwekkende Grand Theatre; maar van zodra ze zich naar de microfoon gedraaid heeft, grijpt ze je bij het nekvel om pas aan het eind van het nummer weer los te laten. Ze fladdert met haar handen als een slecht bediende marionet, maar dat leidt gelukkig de aandacht niet al te veel af van haar songs. Want die heeft ze: er is het griezelige, folky “Murder Song”, maar net zo goed de met drums en synths dichtgeplamuurde pop van “Under Stars”. Ze doet bij momenten denken aan een minder duistere Lykke Li, en in het energieke “Running With The Wolves” zelfs een beetje aan Kate Bush. Dit meisje heeft een hoge, glasheldere stem waar ze alle kanten mee uit kan, en dat toont ze ook graag, zeker in haar slotnummer: een uitgeklede cover van “Life On Mars” – niets wat niet eerder gedaan is, maar daarom niet minder mooi. Dat ze, door plankenkoorts bevangen, al in de eerste strofe haar tekst kwijt is, zien we voor één keer wel door de vingers.

20u. Huize De Beurs.     Ondertussen ergens anders: het Ierse Sisters dat een ouderwets New Wave-meets-grungegeluid met de directheid van popmuziek brengt. Het is in klassiek zwart zittende rock die meer dan een beetje doet denken aan de 4AD-stal van Pixies en andere gitaarmuziek uit het begin van de jaren negentig. Dat de groep ondertussen behoorlijk wat podiumervaring moet hebben, blijkt: de groep speelt strak en gedreven. Best aardig allemaal, en een nummer als “February” met zijn Kim Dealbaslijntje en aanstekelijke melodie mag er zijn, maar de stem van zangeres-bassiste Aoife blijkt toch iets te iel voor deze muziek. Het is dan ook pas met “Hush Hush”,waarin gitarist Niall haar vocaal weerwerk bezorgt, dat Sisters even midscheeps doel treft. Dit is een bom van een single. We willen graag meer van deze band horen, maar liefst niet te snel: eerst moeten ze meer van dit soort songs schrijven.

20.45u. De Spieghel.    “Golden Earring meets Tom Waits” denken we bij de eerste aanblik van Hell’s Kitchen: drie oudere Zwitsers die hun bluesrock een extra hoekig tintje geven met percussie zo divers als een versleten wastrommel, een metalen afvoerbuis en wat dies meer zij. Dit is geweldig. Songs als “Since I Was A Child” zijn sterk, de aflevering strak, en aan vergane Nederlandse rockglorie moeten we al snel niet meer denken, maar was er serieus iemand in Zwitserland die dacht: “als we dit inzenden naar Eurosonic wacht hen zeker de grote doorbraak”? Niettemin: een niet te missen tip voor elk zichzelf respecterend bluescafé dat eens iets Zwitsers op de affiche wil.

21.45u. Simplon.     Neen, van Young Karin hadden we meer verwacht dan belegen triphop en aanverwante saaie elektronica met vrouwenzang. Noem het een researchfoutje, maar kunt u het ons dan ten kwade duiden dat we uiteindelijk liever een pint – noem het een biertje – gingen pakken in het gezellige barretje naast het bovenzaaltje van Simplon? In elk geval heeft ons plannetje gewerkt: een kwartier later raken we wel degelijk binnen in de grote benedenzaal voor de hype van Eurosonic. En kijk eens aan: Years & Years bevestigen die status nog geen beetje.
In tegenstelling tot veel van wat het festival te bieden heeft, is deze band af. Als in: klaar voor het grote werk. Alsof al die R&B uit de jaren negentig niét verschrikkelijk fout was, zo stoeit deze band met het gladste van toen, vult dat aan met dancehall- en reggaetonbeats maar vooral: verschrikkelijk catchy melodieën. “Take Shelter” is ook live een absolute dansbom, “Desire”, met zijn steeldrums een broertje van Hot Chips “I Feel Better”, is al even meeslepend. Dat frontman Olly Alexander een geweldige stem heeft – soulvol en honingzoet – zorgt dat het allemaal ook klopt, al moet hij nu ook niet te hard doorgaan in zijn fascinatie voor het suikerigste van die nineties. In een blokje vol ballads moeten we iets te hard aan Michael Jackson en R. Kelly denken, en zelfs zonder minderjarige kinderen in de buurt vinden we dat nooit een goed idee. Maar voorts hoort u ons niet klagen. Years & Years wordt nog dit jaar groot, en dat zal niet meer dan terecht zijn.

23.05u. Stadsschouwburg.    Van de ene hype naar de andere. Ook van de Frans-Cubaanse tweelingzusjes Lisa-Kaindé en Naomi Diaz wordt dit jaar immers veel verwacht, maar echt imponeren doet Ibeyi in de prachtige stadsschouwburg vooralsnog niet. Hoorden we vooraf in het intrigerende “River” echo’s van CocoRosie, dan blijkt dat live – waar we dankzij de alweer lange aanschuifrij dat nummer zelf niet horen – een stuk minder boeiend. De folky samenzang en voorzichtige percussie biedt weinig boeiende songs; het is niet meer dan doorsnee vocale wereldmuziek waarin de beloofde invloed van James Blake, op plaat overigens wel aanwezig, zo goed als onhoorbaar is.

23.00u. Grand Theatre.     Altijd jammer: aanschuiven voor iets wat er op papier veelbelovend uitzag, maar in werkelijkheid een dikke sof blijkt te zijn. Sorry, Beatrice Eli, nooit eerder op deze twee Eurosonicdagen hadden we zo veel spijt van onze keuze. Hoe catchy de frisse electropop van “Moment Of Clarity” en lesbische fantasie “Girls” op plaat ook klinken, live is dit vooral een erg gênante vertoning. Het had natuurlijk geholpen als dit méér bleek te zijn dan wat live-on-tape meescanderen en richtingloos over het podium hobbelen, waarbij bovendien nergens echt duidelijk wordt of Eli dit eigenlijk wel voor haar plezier doet. Met “Party In My Pants” (jawel) hebben we genoeg gezien: dit feestje kan ook wel zonder ons.

23.45u. Praedinius Gymnasium.     Ook al huilen met de pet op. Op plaat – noem het Spotify — beloofde de Franse FM Laeti aangename soulpop, maar wat ze met een band zelfingenomen sessiemuzikanten brengt is gladjakkerij van het foutste soort dat ons doet ontaarden in een spelletje om ter snelst “liftmuziek” roepen. “Sanctuary” mag dan een fijne single zijn, hier is het platte zever, en het wordt er niet beter op. Maar kijk, het fijne Motowndeuntje “Wanna Dance” – een “You Can’t Hurry Love” voor de campingdiscobezoeker – werkt wél. Er zal dus altijd wel werk zijn voor Laetitia Bourgeois. Dorpsfeesten genoeg in Le Midi, elke zomer.

00.30u. Platform Theater.     Het wringt. Van bij de eersten noten krijgen we een héél slecht gevoel bij dat Cairo Liberation Front. Wat hebben twee duidelijk met zichzelf heel erg in hun nopjes zijnde Hollanders aan te vangen met op zichzelf ook wel overeind blijvende Egyptische jongerenmuziek? En hoe cynisch moet je zijn om je publiek dan theedoeken toe te smijten – laat ons het erszatz-Arafatsjalen noemen – om ze meer in de sfeer te brengen? Gooi er nog een koppel buikdanseressen bovenop en het stinkt wel héél hard naar cultural appropriation. Foute, foute boel.

01.15u. News Café.    Afsluiten doen we met een streepje live-elektronica dat al eens aan Caribou doet denken. Het Italiaanse JoyCut bestaat uit twee percussionisten die stevig meehameren met een knoppendraaier. Soms, zoals in opener “Wireless” roept dat herinneringen op aan euforische jaren negentigtrance, elders komen we in meer atmosferisch, alweer naar Apse neigend post-rocklandschap. JoyCut intrigeert daarmee in elk geval, en zendt ons tevreden de nacht in. Nog een pint, nu (mvs) er duidelijk door is? Naah, want nu blijkt (lt) doodmoe. Alweer geen Knarie vanavond. De mede-Belgen zullen het zonder ons moeten doen. Morgen misschien!

Vrijdag 16 januari

Hebben we de voorbije dagen van ons lijstje kunnen schrappen: zowat elke naam die we moésten en zouden zien. Vraag is dus: kan deze laatste dag ons nog verrassen, of wordt dit de uitboldag te veel? Dat zullen we moeten zien. Bring on the music!

15.50u. CoffeeCompany.    Eerst even recapituleren. Wat hadden we woensdag ook alweer geleerd? Oh, dat ze ook in Spanje hun hartzeer prachtig in countrymelodieën kunnen verpakken. En dus staan we vandaag terug in de met vrolijk gekwetter gevulde koffie-en taartzaak CoffeeCompany om Joana Serrat in al haar sologlorie te zien. Het blijkt een fijn weerzien. De kleine Spaanse kiest deze keer voor andere nummers dan de uitschieters enkele dagen geleden, en zo zonder de inkleuring van de band moeten we ook een pak minder aan ondergaande zonnen over westelijke prairies denken. Nog meer nu blijkt ook hoe goed Serrats stem is, en dus doen we het enige wat een mens dan mogelijk kan doen: we kopen een plaatje en krijgen een dankbare glimlach bovenop.

16.10u. Vera.    Ondertussen, op Negersonic… – Wacht, wàt? Jawel. Op vrijdag neemt DJ De Rooie Neger de namiddagprogrammering voor zijn rekening, en daar mag vandaag een Belgische Trots te elfder ure aantreden om Peter Pan Speedrock te vervangen. En dat wij daar verwacht worden, want anders spreekt voormalig enolafotograaf Anton Coene niet meer met ons. En dat de band vanavond ook niet in ons programma past, en het dus nu wel moet want anders… Enfin, voelt u die enorme sociale druk? Wij anders wel.
Niet dat we ons de beslissing voorts beklagen. Zoals dat dan de gewoonte is speelt Raketkanon ook hier weer alles kapot, en dat mag in dit geval letterlijk worden genomen wanneer de microfoon van Pieter-Paul Devos het laat afweten en hij dus zonder zijn vertrouwde effecten moet zingen. Niet dat het veel uitmaakt; ook zonder is zijn manische performance bijzonder indrukwekkend, de kracht en energie van het viertal achter hem verwoestend.

20u. De Spieghel Up.    Net wat we nodig hadden om deze avond goed te starten: een Vikingraid. Het Deense Fossils vindt een bas en een drum meer dan voldoende, en bewijst zijn gelijk daarin met een zinderend optreden. Dit zijn geen songs maar explosies van kortaangebonden bas en drum; je treedt er niet mee in discussie, je ondergaat. Het is rock tot essentie herleid; pure groove, een belevenis om te zien. “You like 2Unlimited? They’re from here, no? This is our version”, wordt het laatste nummer aangekondigd. Wij herkennen geen “No Limits” of andere eurodance-onzin,

maar de riff is er niet minder monsterlijk door. Geweldige band, en nog goed voor de spijsvertering ook. Die pizza vulcano ligt ons niet langer op de maag.

20u. Simplon.     Ondertussen gaat (lt) op zoek naar ander vertier. Dat blijkt op dit vroege uur nog niet zo eenvoudig: voor een driekwart lege Simplon mag Kate Havnevik als eerste een poging wagen. Het programmaboekje verkoopt dit als een engelachtige stem, met overweldigende liedjes, maar vertrouwen op het oordeel van een ander blijkt hier geen goed idee. Mevrouw Havnevik – ze lijkt in dit onflatteuze licht wel een nichtje van Wendy Van Wanten – kiest voor slecht geacteerde pathos, teksten over “emotional blackmail” en iemand die “the author of this nightmare” is, met een soundtrack van belegen synths waar wij haast een eurosonggevoel van krijgen.

20.45u. De Spieghel Main.    Uit de mist doemt een imposante figuur op. Lange zwarte jas, hoed, lange bles voor de ogen; Andreas Kildedal Westmark is het soort frontman die er voor zorgt dat het plaatje klopt. Want ja, Get Your Gun heeft wel iets van bezeten predikers, zoals hun zompige bluesrock het beste van Sixteen Horsepower en Alice In Chains oproept. Loodzwaar en sloom brengt de groep zijn doemerige nummers die het slependste van de grunge in herinnering brengen, al zorgt de krassende viool voor een eigen inkleuring. Bijna pakkend overigens hoe de groep de mantra “try to be my father’s son” aanheft, maar het is “Call Me Rage” dat uiteindelijk de laatste twijfelaar overtuigt. Ook wij zijn vanaf nu gelovige.

21.35u. Stadsschouwburg.    Kate Tempest is meer dan zomaar een rapster. Ze is een dichteres, en een verhalenvertelster. En die laat ze dan ontsporen in razende raps, wanneer dat nodig is, maar net zo goed schroeft ze die terug. Om het trucje opnieuw te herhalen. Het werkt geweldig, zeker met een band rond haar – twee percussionisten, een man achter knoppen en toetsen en een extra vocaliste – die daarvoor de perfecte omgeving creëert. Het vraagt meer verstaanbaarheid dan hier vandaag wordt geboden, maar zelfs zonder dat je haar verhaal kunt volgen, sleept de cadans van woorden wel mee. Indrukwekkende meid.

21.45u. Groninger Forum    En nog maar eens een nieuwe telg uit de nimmer aflatende stroom aan lieve-meisjes-met-gitaren. Flo Morrissey past perfect in het plaatje, met haar frêle looks (je zou haar nog lang geen 19 schatten), en een zangstijl die het midden houdt tussen het ijle van Marissa Nadler en de ouderwetse folkklank van Josephine Foster. Met “Pages Of Gold” heeft ze alvast één knappe single op zak, maar daarin sukkelt ze zo met haar gitaarspel, dat ze het nummer eigenhandig onderuit haalt. De rest van haar materiaal steekt er verder ook maar wat bleekjes tegen af: in “Betray” en “Show Me” hoor je een kindje dat nog niet helemaal klaar is voor dit soort podia. Herkansingen op Eurosonic, mag dat? We zien haar in dat geval graag volgend jaar terug.

22.20u. Der Aa-Kerk.    Wat een dankbare ruimte om in te spelen, deze kerk, en The Slow Show trekt meteen alle registers open met een intro vol religieus gezang vooraleer single “Dresden” ons hun universum vol broeierige baritonrock binnentrekt. En dan begint het twijfelen. Want kijk, we zouden een hoop kunnen mopperen over hoe de band wel heel nadrukkelijk naar The National opkijkt, met niet alleen een groepsnaam aan hen ontleend, maar ook dat hele geluid met die omfloerste blazers, maar The Slow Show is ook gewoon goed. Waar het aan eigen smoel ontbreekt, weten de nummers dat wel te compenseren. Zelfs een eigen “God Only Knows”, geen cover dus, moet niet onderdoen voor de gelijknamige klassieker van The Beach Boys in schoonheid. Geen erg dus, dat ongegeneerde Nationalfandom, we zien The Slow Show nog tot grootse dingen in staat. En wie weet begint dat al met die debuutplaat in maart.

23u. Minerva Academie.     Carmen Villain heeft pech. Spelen in de Minerva Academie – een enorme, kale trappenhal – is voor niemand een cadeau, en al zeker niet als je geluid steunt op repetitieve, ietwat valse gitaarpartijen met bergen echo. In deze ruimte waait het allemaal een beetje weg, en dan is het moeilijk om gefocust te blijven op de monotone zang van dit Noorse ex-model – denk een extreem ongeïnteresseerde Cat Power op narcotica – en de drone-achtige laagjes die haar toetseniste-gitariste er aan toevoegt. Af en toe sluipt een voorzichtige melodie de songs binnen, en weet Villain zich even uit haar net niet catatonische toestand los te trekken: op die zeldzame momenten vangen we een glimp op van wat dit zou kunnen zijn, met een beter geluid en flink wat minder afstandelijkheid. Wat een prachtige vrouw, maar wat een jammerlijk saaie set.

23u. USVA.    In de categorie “wat heb ik nou aan mijn fietsbel hangen”: wie in IJsland vond het een goed idee om DJ Flugvél og Geimskip naar Europa af te vaardigen? Alsof de veertienjarige dochter van Björk en Wayne Coyne een luisterspel heeft gemaakt over katten, de duivel, en boosaardige wetenschappers in space, zo klinkt dit optreden ongeveer. Een geluk nog dat het kind tussen de nummers door nog wat uitleg geeft in het Engels, want ze doet haar verhaal dan ook nog in het bijzonder vreemd klinkend IJslands. Intrigerend? Ja. Goed? Mwah. Als dit ons kleine nichtje was, we waren vertederd en zelfs een beetje trots, maar waarom dit hier moest staan? Gek gevoel voor humor, die IJslanders.

23.45u. Praedinius Gymnasium.    Een einde in schoonheid is ons echt niet gegund, want jongens, wat is dat Orchestre Tout Puissant De Marcel Duchamp vervelend. Gegroeid uit experimentele jamsessies in een legendarische undergroundclub in Zwitserland, zien we enkele chiromeisjes en -jongens vrolijk op alles wat los en vast zit spelen, maar zelfs een lustig behamerde marimba en een alomtegenwoordige trombone kunnen niet verhullen dat dit verschrikkelijk flauwe liedjes zijn. Zelfs Belle & Sebastian, godbetert gegroeid uit een werklozenproject, heeft meer rock-‘n-roll in zich dan dit. Moeten nog veel raclette eten, deze petit Suisses.

Waarna we dan toch – eindelijk! –de deur van Café Knarie kunnen openduwen. Iemand drukt ons een frisse pint in handen. We zijn thuis. Het verbroederen met de andere Belgen kan beginnen. Eurosonic 2015, u was me er een slopend eentje, maar we hebben er van genoten. Tot volgend jaar!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in