Exodus: Gods and Kings

In zekere zin is Ridley Scott zichzelf al heel zijn carrière lang aan het voorbereiden op een film als Exodus. Met grootse historische epossen als Gladiator, Kingdom of Heaven en zelfs het alom verguisde 1492: Conquest of Paradise ontpopte hij zich tot een ontegensprekelijk oppervlakkige, maar ook onmiskenbaar onderhoudende meester van de bombastische spektakelfilm. Het was maar een kwestie van tijd voordat hij gewoon alle remmen losgooide en zich ongegeneerd op een bijbelfilm smeet, en dan nog liefst een waar Cecil B. DeMille zaliger trots op zou zijn. Exodus is dan ook Ridley Scott op zijn meest Ridley Scotts: het ziet er fantastisch uit, het is groots, het is log, het is lang, het is bombastisch, het is spectaculair en uiteindelijk betekent het zo goed als niets.

Het verhaal mag genoegzaam bekend zijn: Christian Bale speelt Mozes, de geadopteerde prins van Egypte die niet weet dat hij eigenlijk een kind van Hebreeuwse slaven is. Joel Edgerton is Ramses, zoon van de farao, troonsopvolger en eigenlijk zo goed als de broer van Mozes. Na een ommetje door de slavenbuurt ontdekt Mozes wie en wat hij echt is, Ramses verbant hem uit Egypte en voor je het weet, zijn we vertrokken voor brandende struiken, zeven plagen en een wandelingetje door de Rode Zee.

Een vraag waar elke hedendaagse religieuze film mee worstelt (en moét worstelen), is in welke mate hij zich wil afzetten tegen, of conformeren met, de letter van de bijbel. In de jaren vijftig, tijdens de hoogdagen van het genre, was het simpel. Cecil B. DeMille vertrok voor The Ten Commandments simpelweg vanuit de veronderstelling van een gelovig publiek: God was God, het verhaal had letterlijk plaatsgevonden en waar de bijbel hiaten in de plot achterliet, verzon hij er zelf wat melodramatische plotwendingen bij. Tegenwoordig, in meer sceptische tijden, kom je met die pilaarbijterij moeilijker weg – Mel Gibson slaagde er in wel in met The Passion of the Christ, maar over het algemeen is het toch geen slecht idee om goed na te denken over hoe je je film positioneert, zodat zowel de gelovige als ongelovige bereid is om de portefeuille te trekken. Om precies die reden maakte Darren Aronofsky van Noah een semi-ecologische fantasy-interpretatie van de bijbel. Scott daarentegen, doet nog iets anders: hij heeft een agnostische Mozesfilm gemaakt, waarin hij om het al-dan-niet bestaan van God heen trippelt met voorzichtige pasjes.

Zo worden de zeven plagen van Egypte én het scheiden van de Rode Zee min of meer toegeschreven aan natuurlijke fenomenen – plotse aanvallen van krokodillen maken de Nijl bloedrood, de kikkers willen aan dat vervuilde water ontsnappen, die trekken vliegen aan, die brengen dan weer ziektes naar de mensen enzovoort. De Rode Zee splijt zichzelf niet op simpel verzoek van Mozes, zoals in The Ten Commandments, maar spoelt goed getimed over de Egyptenaren heen in de vorm van een tsunami. En de conversaties die Mozes heeft met God – vertegenwoordigd in de figuur van een koleriek kind van een jaar of tien – zouden ook gewoon alleen in zijn hoofd kunnen plaatsvinden. Misschien. Zou kunnen.

Het probleem daarmee is dat Scott met dit verhaal finaal niet om die God heen kan. Hij probeert zijn film zo te construeren dat ook agnosten en atheïsten zich er in kunnen vinden, maar Exodus blijft au fond een religieus verhaal waar je het expliciet gelovige niet uit kunt filteren. En misschien moet dat ook niet: uiteindelijk blijft de bijbel een cultureel artifact, dus als je één van die verhalen gaat verfilmen, lààt het dan ook maar over God gaan.

Los van die religieuze vraag, die Scott noch het legertje scenaristen dat aan Exodus werkte ooit opgelost krijgt, is er ook de veel eenvoudiger kwestie van personageontwikkeling. Scott heeft in een interview al laten vallen dat de eerste versie van Exodus vier uur duurde en eerlijk? Je merkt dat een beetje aan het 150 minuten tellende resultaat. De vader van Ramses (John Turturro) ligt van de ene scène op de andere plots op sterven en zijn moeder (Sigourney Weaver) komt tijdens twee of drie scènes even kijken, maar heeft zelfs nauwelijks dialogen. Op het moment dat Ramses beslist om Mozes te verbannen, wordt er gesuggereerd dat hij hierin gemanipuleerd wordt door zijn moeder, maar dat hele conflict wordt niet verder uitgelegd. Ondanks een speelduur van twee en een half uur, krijg je de indruk dat er heel wat extra momenten uit de film geknipt werden, die de relaties tussen de personages en hun persoonlijke motivaties beter hadden uitgelegd. Dat zou trouwens niet de eerste keer zijn: Kingdom of Heaven had krek hetzelfde probleem, dat voor een groot deel verholpen werd in de 45 minuten langere director’s cut. Ik kijk dan ook al uit naar de langere versie van Exodus op dvd, waarin de personages meer tot hun recht komen en het verhaal wat minder bokkensprongen maakt.

Los van dat alles blijft Exodus natuurlijk in eerste instantie een spektakelfilm, waarin Scott zijn visuele talent en zijn kwaliteiten als ensceneur van grootse actiescènes nog maar eens bewijst. In vergelijking met Scotts vroegere jaren zijn zijn films – sign o’the times – een stuk sneller gemonteerd, maar in tegenstelling tot veel jongere regisseurs weet hij zijn actie altijd duidelijk te choreograferen. Hoe kinetisch het allemaal ook aanvoelt, we blijven goed georiënteerd, we weten altijd wie er zich waar bevindt en meestal zit er zelfs iets van logica achter. Het is zelfs een beetje triestig dat Scott met zijn 76, Steven Spielberg met zijn 68 en James Cameron met zijn 60 jaar oud zo weinig echte opvolging hebben als actieregisseurs onder de jongere generatie. De grote showstoppers in Exodus zijn oprecht indrukwekkend. Jammer wel dat de muziekscore deze keer minder memorabel is; waar zit Hans Zimmer als je hem nodig hebt om een bombastische tadadaaaah-score te schrijven? Ondertussen blijven de acteurs grotendeels place holders in dat gigantische spektakel: Christian Bale probeert menselijkheid naar een iconische figuur als Mozes te brengen en slaagt daar gedeeltelijk in – wat al heel wat is, gezien de omstandigheden. Joel Edgerton heeft de interessantste rol als Ramses, hier niet zozeer neergezet als een slecht mens, maar wel als een zwakkeling, die aanvankelijk bijgestuurd wordt door Mozes, maar zich daarna verliest in zijn eigen zwakke karakter. In opzet is dat een boeiende figuur, maar we zullen moeten wachten op de langere versie om meer van die complexiteit te zien.

Nu goed, Exodus is dus min of meer geworden wat je er van had kunnen verwachten: het is een hol, oppervlakkig spektakelstuk, waarvan we alleen maar kunnen hopen dat er ooit een langere versie uit zal komen die wat minder hol en oppervlakkig is. Maar het spektakel-gedeelte, dàt is er wel al. En hoe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in