John Cale :: 20 december 2014, Peace Village (Menen)

Na afloop van John Cales concert hoorden we een groepje muziekliefhebbers achter ons krakelen dat het zonde is dat dergelijke muziek de radio nooit meer haalt. Het is allemaal zo mainstream geworden, meneer, en gelijk hadden ze. Hulde aan Gone West om Cale in een tent op het gestolde bloed te zetten, en zijn kerstboodschap te brengen.

Die kerstboodschap bestond uit twee delen, netjes gescheiden door een pauze van vijftien minuten, zoals het een man van stand betaamt. Het eerste deel, een compositie in vier bedrijven rond de vermeende Kerstbestanden die Duitsers en geallieerden kortstondig lieten klinken alvorens elkaar andermaal de verdoemenis in te schieten, werd gevolgd door een integrale opvoering van meesterwerk Paris 1919, ook al zo’n twijfelaar op lemen voeten.

Cale betrad het podium ietwat nors, zoals we hem kennen, met die Welshe stugheid, kwiek een handje zwaaiend en dan aan de arbeid, met de klompen kniediep in de modder. Zijn kerststuk borduurde niet verder op clichématige kerstvertellingen, maar wrong tegen, en was al van bij de prelude gevangen in de ijzige wind die ook met kerst 1914 over diezelfde vlaktes gewaaid moet hebben. De goesting van de bard vastgezet in een net van strijkers. Echt van de grond komen deed de compositie pas in het tweede bedrijf, het muzikaal door blazers, gitaren en Cales allesverwoestende bariton stevig gestutte “A Refusal To Mourn The Death, By Fire, Of A Child In London” – origineel ontsproten aan de pen van Dylan Thomas, nog zo’n Welshe Eden Hazard. Het was makkelijk het sterkste bedrijf, want “Caligula” waaide toch vooral wat alle richtingen uit – we snappen het wel, evenwicht was niet het ordewoord in 1914, maar muzikaal weifelde het toch wat – en “Young, Proud And Dead” was toch vooral matige poëzie. Alles samen een sinister liflafje van een half uur, in zijn geheel overweldigender dan de afzonderlijke delen, maar alles in acht genomen ook niet meer dan een voorschot op Paris 1919.

Na de pauze volgde niet meteen de rijk georchestreerde opvoering van Cales klassieker zoals aanvankelijk beloofd, en daar waren we niet rouwig om. Zo was “Child’s Christmas In Wales” kaal, met enkel een metalige drum en een enkel basakkoord, want het staat niet om het leven van Britten al te langdurig te celebreren in Mesen – de joie de vivre hield honderd jaar geleden ook niet lang stand. “Hanky Panky Nohow”, op plaat zo’n vrolijk baasje, kreeg dan weer wel een stevig dreunende, het leed van de wereld dragende uitwerking, een lot dat later ook “Paris 1919”, ondertussen wel met blazers en stijkers, beschoren was. Naar Cales zeggen omdat het moeilijk opvoerbaar was zonder volledig orkest, maar naar ons aanvoelen toch vooral omdat de postmoderne versie de avond beter sierde. Een sterke versie, dat wel, maar het genie van de pingelaar ging aan de wat monotone achtergrondzangeressen een beetje verloren.

Het mooist was Cale in “Andalucia” en “Graham Greene”, waarin het ijs ontdooide, hij verder ging dan dansen met een statig knikkende kin, en zijn vooral bij hoge noten steeds brozer wordende stem begeleid werd door amechtig breekbare pasjes. “Half Past France”, dat het best aansloot bij de kerstcompositie, verhalend over een dolende soldaat die aan tijd en plaats geen boodschap meer heeft, haalde met zijn moker de schwung nog even uit de avond, maar wat gaf het. Naar het eind van “Antarctica Starts Here”, en al helemaal bij afsluiter “Macbeth”, nu wel een twintig minuten durende lofzang op het leven, scheefgetrokken door die vreselijke tekst, zoals Cale dat het liefst heeft, ging de tent het zenit in. Cale kwam nog even terug, zong “I Wanna Talk 2 U”, wenste ons fijne feesten, en vertrok heupwiegend met de gratie van de heer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in