Glimps Festival :: 11, 12 en 13 december 2014, Gent

Als het weer wat kouder geworden is, de dagen korter en de kerstmarkt het centrum van Gent inpalmt, is het ook weer tijd voor Glimps Festival. Onder de noemer ‘Tomorrow’s Music Now’ werden voor de vierde keer goed bewaarde geheimen uit binnen- en buitenland naar de Arteveldestad gelokt.

Je hebt ze tegenwoordig van IJsland (Icelandic Airwaves) over Frankrijk (MaMa) tot Texas (SXSW): showcasefestivals worden met de jaren steeds belangrijker in het livecircuit. Sinds zijn oprichting in 2011 is Glimps zijn status van het kleine broertje van het Groningse Eurosonic, dat al in 1986 werd opgericht en voor acts als Stromae, Franz Ferdinand en Editors een opstapje naar het eerste succes was, serieus aan het ontgroeien. Wij onthouden onder meer de gesmaakte passage van BRNS in 2012 in het Trefpunt en een stampvol café Video bij Robbing Millions vorig jaar. Een van de missies van een showcasefestival als Glimps is bewijzen dat er ook buiten Amerika en Engeland muzikaal leven is, en aan de andere kant van de taalgrens valt er heel wat te beleven. Hoewel Luxemburg het focusland is, lijken ook de hipste groepen uit de bloeiende Deense indiescene goed vertegenwoordigd: Get Your Gun, Blaue Blume en The Wands zijn bands om naar uit te kijken op vrijdag en zaterdag. Maar van de ene zaal naar de andere crossen om af en toe ook eens verrast te worden, ook dat is Glimps.

Dag 1

Op het handige festivalplan vallen ons donderdag meteen twee locaties op: nieuwkomer in het Gentse artistieke circuit Gouvernement, dat sinds kort zéér interessante groepjes programmeert, en de Minnemeers, dat eigenlijk al sinds 2010 geen concertzaal meer is. Het mocht dan op de eerste Glimps-dag ongenadig kou zijn, er waren meteen al drie muzikale parels waar het talrijk opgekomen publiek zich aan kon opwarmen.

We zakken echter eerst af naar de Handelsbeurs waar bookingskantoor Toutpartout drie bands uit zijn portefeuille voorstelt. De eerste is Briqueville, de nieuwste schrik onder de (post-)metal bands. Of zeggen we beter hype? Briqueville zou zijn basis hebben (of niet) in Steendorp, bestaat uit vijf imposante, anonieme figuren met gouden maskers en monnikspijen en begraaft zijn platen in een jutezak om de fans die vervolgens te laten zoeken. Ze werkten nog maar een drietal optredens af, maar hun titelloze langspeeldebuut sloeg in als een bom.

Wel, het langverwachte optreden heeft de impact van een atoombom. In “Akte 1” en “Akte 2” — want zo worden hun nummers genoemd — bouwen postrock- en doom-achtige gitaarlijnen op naar een verschroeiend hoogtepunt. In se voldoet Briqueville aan de basisvereisten van doommuziek: lange nummers, zwaargestemde gitaren en een gemiddeld tempo dat nooit tot de middenregionen reikt, uitgezonderd de afsluiter. Maar we horen ook strakke solo’s, spoken word, samples van donder en bliksem en Arabische invloeden. En vooral: er zit ziel in deze band. Briqueville daalt af in de diepste krochten van de psyche, kruipt onder de huid en blaast nog eens het trommelvlies de vernieling in. Hét hoogtepunt volgt tijdens “Akte 3”, wanneer de primitieve gitaren en spaarzame maar efficiënte drumbombardementen (wat een impact!) de toeschouwer knock-out slaan. Briqueville stond misschien voor een van de beste livedebuten dit jaar, en wie weet welke andere band ze met deze goed geoefende setlist al hebben kunnen imponeren.

Nog meer spaarzame maar daarom niet minder indrukwekkende klanken in de Handelsbeurs met A/T/O/S. Over dit duo is al evenmin veel geweten, al staan soulvolle zangeres en producer, die zijn liefde voor Burial niet onder stoelen of banken kan steken (niets op tegen, hoor!), wel herkenbaar op het podium. A Taste Of Struggle — zo spreek je de bandnaam mooi uit — is bekender in het buitenland dan in het kleine België, zo wordt ons verteld. Op het podium is echter niet veel te zien, uitgezonderd een reusachtige dj-booth. De muziek zou beter tot zijn recht komen met een simpele koptelefoon, want we horen vooral flarden trage dubstep, ontspannende lounge en de triphop van Tricky en Portishead. Hoe passievol de heerlijke vocalen van zangeres Amos ook klinken, dit had live nog veel beter later op de avond gewerkt, bij voorkeur in een ondergrondse club.

We haasten ons dan maar per fiets naar Minnemeers voor de vrolijke bende PAON, die we wegens een vreselijk dilemma op vrijdag liever al op de eerste dag aan het werk zien. Twee jaar geleden werd het viertal al terecht bejubeld, maar volgend jaar wacht wellicht pas echt de doorbraak van een van de pareltjes van Nada Booking buiten Wallonië. Aurelio Mattern (Lucy Lucy), Ben Bailleux-Beynon (The Tellers) en hun twee kompanen hebben er in ieder geval de nummers voor. In “Shine On Me” klinken de sfeervolle melodietjes en opgewekte orgelgeluiden werkelijk verrukkelijk. Maar van deze band is duidelijk een hoek af. De drummer kent wel wat van verrassende wendingen en er wordt ook eens uitgepakt met een mondharmonica. Catchiness, psychedelica en surf lijken met andere woorden helemaal hun dada. Als we al een concerttip voor volgend jaar mogen meegeven: op 18 maart stelt PAON nieuw werk voor in de AB.


Dag 2

De hamvraag na een nieuw avondje Glimps’en is welke bands je thuis spontaan opnieuw zou opzoeken. Ook op dag twee maken enkele acts een zodanige indruk dat we er graag een plaat van in huis zouden halen. Of nog beter: al uitkijken naar het volgende optreden op Belgische bodem. Afterpartees, nochtans getekend bij het puike Excelsior Recordings, doet zijn best, maar de nummers lijken maar niet te willen aanslaan. Het vijftal is al een klinkende naam bij onze noorderburen, maar misschien dat er daar een markt voor bestaat? Wij voelen ons iets te oud voor poppunk. Het probleem is dat de feestende Nederlanders een garageband willen zijn, maar er rammelt eigenlijk niets. Dan véél liever de rock-’n-roll van Traumahelikopter, die vorig jaar op Glimps nog het mooie weer maakten, of Mozes And The Firstborn, die ook nog eens naar Gent mogen afzakken.

Get Your Gun daarentegen is zo’n band die nog lang zal grijsgedraaid worden. Het onheilspellend duistere bluestrio, dat in februari 2012 al café Video aandeed (doe zo voort, jongens!), beweert daags na het optreden in een interview nog nooit van The Birthday Party en 16 Horsepower gehoord te hebben wanneer ze voor het eerst een nummer op de wereld loslieten. Maar de intrigerende nummers van debuut The Worrying Kind doen wel akelig denken aan de post-punk en Americana van respectievelijke bands. Al heeft de band wel een eigen, intense sound die je meesleurt naar het meest verlaten deel van Denemarken — waar deze mannen vandaan komen — die in de volgestouwde zaal van de Charlatan als een vulkaanuitbarsting ontploft.

De imposante frontman is een kruising van een Deadwood-personage en een Amish en zijn stem doet soms denken aan Nick Cave in diens beginjaren, maar hij sleurt je meteen mee in zijn universum waarin duisternis en zwaarmoedigheid overheersen. De toeschouwers hebben maar twee opties: meegesleurd worden in die draaikolk of weglopen naar een ander zaaltje en de band voor de rest van je leven haten. In de Charlatan lijken de voorste regionen zich helemaal over te geven aan Get Your Gun. Dit optreden had meer weg van een duiveluitdrijving dan een gewoon rockconcert. Dus als Cave nog een support zoekt, moet hij misschien gewoon maar Get Your Gun vragen.

We blijven in Scandinavië hangen, of is het eerder New York? In café Video wordt al gauw duidelijk waarmee de vier leden van het Finse Black Lizard opgevoed werden: op een streng dieet van The Velvet Underground. De duistere klanken en volume hebben ze gemeen met de Denen, maar Black Lizard intrigeert live totaal niet. De muziek op het eerste gehoor wel, want rauwe en vooral repetitieve gitaarlijnen zetten meteen de toon. Ook de primitieve percussie is best te pruimen, maar het is de allesbehalve indrukwekkende zang van Paltsa-Kai Salama die vlug gaat vervelen. Een doorsnee optreden dat met andere woorden iets te vlug vergeten is.

Tijdens Glimps kan je ook een pak jazztalent ontdekken, evenals zaaltjes waar zelfs de doorwinterde Gentenaar nooit een avondje doorbrengt. Dus trekken we naar het gezellige Campo in Nieuwpoort voor het quartet rond drummer Fabio Accardi. Voor de doorwinterde muzikale ontdekkingsreiziger wellicht een nobele onbekende, maar verdomme, wat kon hij een portie drummen! Hetzelfde geldt voor Vince Abbracciante, een in de jazzwereld veelgevraagd accordeonspeler die zich in de kijker speelt met enkele aangrijpende melodieën. Maar ook Accardis pianist charmeert met zijn nerveuze toetsen in “Frevolidia”. De slordigheidjes van het begin van de set buiten beschouwing gelaten, denken we dat dit gezelschap wel een aanrader is voor liefhebbers van rusteloze, complexe jazz.

Zaal Miry, de grootste van het prachtige Conservatorium, is net iets te groot voor de schuchtere Will Samson, die aarzelend start met een moedige getuigenis over zijn slecht werkende baspedaal. Van bij de opener is duidelijk wat er schort aan zijn set. Het fragiele geheel, gevormd door zijn hoge falsetstem en subtiele soundscapes, wordt teniet gedaan door diepe bassen. Bovendien komen de dreunen nogal steriel over en hebben we het gevoel dat Samson zijn sirenestem iets te veel wil forceren. Zijn muzikale voorbeelden zijn al even duidelijk: hij balanceert tussen de singer-songwritermuziek van Bon Iver, de elektronica van James Blake en post-rock van Sigur Rós. We kunnen ons dus goed inbeelden dat dit in de woonkamer op een lazy sunday goed tot zijn recht komt, maar er is nog altijd werk aan de live presentatie ervan. Waarom werd hij bijvoorbeeld niet bijgestaan door enkele muzikanten? Als we dit Britse talent nog een tip mogen geven: iets meer doseren kan ook wonderen doen.


Dag 3

Noem het gerust beroepsmisvorming, maar op elke editie van Glimps proberen we ons voor te stellen op welk zomerfestival de bands die zich in de kijker spelen het best zouden passen. Ook de derde dag had enkele revelaties in petto, die hopelijk ook de aandacht getrokken hebben van programmatoren, organisatoren en radiomakers.

Dour mag alvast Bajzel (Pools voor rotzooi) boeken. Deze geniaal gekke Pool reisde met zijn solocircus — de puurste definitie van onemanshow — al de hele wereld rond, zo lazen we. Wanneer hij het eerste nummer inzet, is meteen duidelijk waarom hij zo’n fenomeen is. De man switcht aan de hand van tientallen pedalen moeiteloos tussen industrial, garage, sexy electro, Spaanse folk en zelfs hardcore dance, en maakt tegelijkertijd veelvuldig gebruik van gitaarloops en vervormde stemmen. Het is moeilijk om in te beelden dat hij dat allemaal alleen doet.

Op vlak van spelniveau staat Bajzel er nog mijlenver van weg, maar qua attitude past hij in het rijtje weirdo’s met Connan Mockasin en Ariel Pink: ze hebben allemaal duidelijk een vijs los en een hekel aan voorspelbaarheid. Beeld u even in dat deze man in het holst van de nacht in de Charlatan geprogrammeerd stond en niet als eerste band in een nog niet volgestouwd café. Dat kon het feestje van het jaar geworden zijn!

Bij de Turken van The Away Days — inmiddels al de hemel ingeprezen door NME, The Guardian en SPIN — in café Video gaat er iets rustiger aan toe; misschien iets te rustig voor wie nog aan het bekomen is van Bajzel. De vier bedeesde kerels vormen een van de meest beloftevolle namen uit de Turkse indiescene en die status bewijzen ze met verve. Ze balanceren tijdens de meeste nummers voorzichtig tussen zeemzoete droompop en subtiele shoegaze van Ride en Slowdive. “Sleep Well” is in dat opzicht de meest geslaagde evenwichtsoefening.

The Away Days mocht ook al afreizen naar andere befaamde showcasefestival als SXSW en The Great Escape, en tourde al uitgebreid in Groot-Brittannië. Aan de uitvoering is dan ook niets aan te merken. Nuance en subtiliteit zijn kernwoorden die ook live volledig tot hun recht komen. En met een nummer als “Paris”, waarin ook de indie van Foals binnensluipt, bewijst The Away Days dat hij al een single heeft om u tegen te zetten. Als het quartet er nog zo enkele meer maakt, gaan we ze nog vaak terugzien in België. Waarom al volgend jaar niet op Les Nuits Botanique? Maar ook fans van The Pains Of Being Pure At Heart mogen zich nu al aangesproken voelen.

Noteer: als er één Glimps-act is die binnenkort een hele club of festivaltent aan het dansen zal krijgen, is het Comausaure wel. Akkoord, een laptopmuzikant is niet de boeiendste liveact om naar te kijken, maar wat de 19-jarige knul uit zijn apparaten haalt, nagelt de toeschouwers in Gouvernement –een ideale locatie voor een kennismaking met deze dj — meteen aan de grond. Zijn elektronica heeft de melodische gevoeligheid van Darkside, dendert bij momenten ongenadig verder als Gesaffelstein en is bij momenten even toegankelijk als Tiga. En afsluiter “Stop Following Me” wordt nog een klassieker. Die Comausaure is eentje om zéér goed in het oog te houden.

Van futureske muziek naar de teletijdsmachine van The Wands, waarmee we Glimps in schoonheid afsluiten. Maar daarvoor moest eerst een Deens dilemma opgelost worden. De excentriekelingen van Blaue Blume staan namelijk op hetzelfde moment geprogrammeerd als de — euh — zonderlingen van The Wands, die van bij de eerste noot aan The Doors doen denken. The Wands bestaat in theorie uit twee vrienden voor het leven — Christian Skibdal en Mads Gräs –, maar op een podium zien we een vijftal aan het werk.

In termen van strakheid brengt The Wands zeker niet het beste van Glimps, maar qua uitstraling en muziek zit het helemaal juist. Live voelt The Wands aan als een LSD-trip waarin je volledig opgezogen wordt. Elk instrument heeft een karaktervol, authentiek geluid. In “War Live” zijn de orgelgeluidjes om duimen en vingers bij af te likken, in “Sound Of The Machine” het meezingbare refrein. Zo’n psychedelisch rockfeestje zou zeker niet misstaan op Roadburn. In Gent wordt de afterparty zelfs overbodig gemaakt door de Deense acid rockers. Maar u mag ook zeker The Wands’ debuut The Dawn eens checken.

Moesten we een vlieg zijn, dan zouden we alle bands op Glimps eens gaan bekijken. Want het moet gezegd: dit was muzikaal de sterkste editie tot nu toe — een boodschap voor Blaue Blume, Bed Rugs, Black Flower en anderen: we maken het wel goed! We hebben post-metal, triphop, zwaarmoedige blues, jazz, een Gekke pool en Franse techno en zoveel meer gehoord, en zien enkele namen ongetwijfeld volgend jaar terug in of andere concertzaal of zomerfestival. Tot slot nog een compliment voor de organisatie én vrijwilligers: dit festival liep als een goed geoliede machine. Doe zo verder!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in