Einstürzende Neubauten – Lament :: 8 november 2014, 4AD

Wat doe je als je moet vieren dat honderd jaar geleden een oorlog begon die je won? De hand reiken, en aan het verliezende kamp vragen een performance over de gruwel te maken. Einstürzende Neubauten namen de uitdaging maar wat graag op, en net op de plek waar de Duitse troepen in Diksmuide gestopt werden, lieten ze hun Lament voor alle gesneuvelden in première gaan. Het was meteen lang geleden dat we de band nog eens zo vitaal zagen.

Zo is Lament ontstaan: als een antwoord op de vraag van het Vlaamse Gewest om een performance rond de Groote Oorlog te maken. En een performance was dit klankspel. Zelf al was de inkleding sober, de muziek van de Neubauten is nooit van theatraliteit verstoken geweest. Neem nu de grote metalen ton die tijdens openingsnummer “Kriegsmaschinerie” wordt rondgetold zodat een donderend, omineus geluid ontstaat; een beeld dat je niet snel vergeet. Met schroot, kettingen en ander metaal herschept de band op die manier de geluidshel van kogels en shrapnel. Frontman Blixa Bargeld houdt ondertussen pancartes naar boven. “War does not break out. It waits for a singular, but thousandfold: “hurrah!””. En in één klap is het lawaai gedaan: het beest van de oorlog is wakker, de machine heeft zich onstuitbaar op gang gezet.

Hoe zijn we hier beland? “Hymn” en “The Willy-Nicky Telegrams” roepen het nog eens in herinnering. Het eerste is een herwerking in Hochdeutsch van talloze volksliederen, waaronder “God Save The King”; een spottende reflectie op het dwaze nationalisme dat de geesten aan het einde van de negentiende eeuw vergiftigde. Het duet daarna, waarin bassist Alexander Hacke en Bargeld de dovemanstelegrammen tussen Tsaar Nicolas en Kaiser Wilhelmen – volle neven van elkaar – recreëren, bevestigt de these van Christopher Clark, de diepe technobas en het gebruik van autotune versterken de dromerige bevreemding: dit zijn Sleepwalkers die geen idee hebben tot welke gruwel hun gevaarlijk spel van afdreigen zal leiden.

Voor “In de loopgraaf” haalt Bargeld teksten van de verzonnen Vlaamse dadaïst Paul van den Broeck van stal. De frontman fluistert de Vlaamse tekst, N.U. Unruh bespeelt een “prikkeldraadharp”. Met ijzeren staven natuurlijk; deze band is geflipt, niet achterlijk. Later zal “Achterland”, het tweede gedicht, nog griezeliger zijn; oorlog als een spookhuis in het hoofd.

Indrukwekkender is ook de tour de force “Der 1. Weltkrieg (Percussion Version)”. Een klein kwartier lang hameren Unruh, Hacke en drummer Rudolf Moser hetzelfde ritme; één slag per dag van de oorlog, een klankbuis per land dat deelneemt aan de oorlog. Terwijl een geluidsband droog de feiten afleest, beperkt Bargeld zich tot de occasionele aankondiging van een nieuw land dat in de waanzin stapt. Het is bezwerend luistermateriaal; klassieke Neubauten waarin een hyperrationeel, mathematisch uitgangspunt in een fysieke uitputtingsslag ontaardt. “On Patrol In No Man’s Land”, een cover van de zwarte Amerikaanse legerband The Harlem Hellfighters is daarna niet meer dan een niemendalletje; Britse Music Hall meest Duits Cabaret in een nachtclub waar een grijnzende dood Master Of Ceremony is.

In een zeldzaam moment van enscenering lichten de gezichten van de muzikanten doods op, als op een sepia foto van toen, terwijl de polyfone, montone drone van “Armenia 3” overgaat in “Lament”, het titelende drieluik waarin het oorlogsverslag van daarnet plaatsmaakt voor een treurzang. Over een door het strijkerskwartet achter hen geherarrangeerd motet van de naar verluidt in Diksmuide begraven Clemens Non Papa lossen de bandleden uit kleine recorders om beurten oude stemgetuigenissen van geallieerde krijgsgevangenen die onder Duitse dwang de parabel van de “Verloren zoon” in hun eigen taal reciteerden; onverstaanbaar, maar daarom des te meer ontroerend.

Het culmineert allemaal in “How Did I Die”; de neerslag van Bargelds worsteling met het idee over zijn eigen dood te moeten zingen. Verschillende sterfscenario’s passeren over een voorzichtig opgebouwde melodie de revue, maar ze krijgen de soldaat in kwestie niet klein. “We didn’t die / We didn’t die” juicht Bargeld het militarisme terug, terwijl achter de band het blauw van een nieuwe dag oplicht. De triomfantelijke melodie van de strijkers benadrukt de euforie.

De oorlog is gedaan. De wonden worden gelikt, en in de bissen worden de doden geteld. Bargeld, gehuld in een lelijke jurk, interpreteert quasi-solo Marlende Dietrichs “Sag Mir Wo Die Blumen Sind”, “Let’s Do It A Dada”, een ouder nummer dat hier vanzelfsprekend helemaal op zijn plaats is, volgt. Waren het immers niet de dadaïsten die als eerste kunstenaars reageerden op de gruwel van de Eerste Wereldoorlog? De band hamert zich swingend een weg door het nummer; Hack wijdbeens bassend in het midden.

En zo is het met een laatste “Ich Gehe Jetzt” definitief gedaan. De Eerste Wereldoorlog is al lang geleden. Ze zou bijna vergeten zijn als we om toeristische redenen niet zo fel aan het herinneren waren geslagen; we hebben het einde daarvan nog niet gezien. Maar Einstürzende Neubauten heeft nu al alles gezegd wat er te zeggen was. Was het maar al 2018.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in