Wallace Vanborn :: The Orb We Absorb

Ze zijn lean, ze zijn mean, en… ze komen uit Gent. Het zal dit olijke power trio niet weerhouden hebben om, met een bandana rond de schedel en gewapend met hun instrumenten, voor enige tijd de verzengende hitte in Joshua Tree te gaan trotseren om de legendarische Rancho De La Luna studio te bezetten. Of ze de troon heelhuids hebben weten te bestijgen, vraagt u?

Kwestie van misverstanden te vermijden, trakteert de groep het publiek alvast op wat de beste, geweldig bekkende albumtitel-hoesfoto-combinatie moet zijn sinds respectabele tijd. De boodschap is duidelijk: onze planeet gaat naar de zak, de schuldigen zijn we zelf, het interesseert ons hoegenaamd geen barst, en we doen met z’n allen lekker blissfuly unaware voort.

Nog voor er enige klank is voortgebracht, is de toon met andere woorden al meteen gezet. De eerste daadwerkelijke noten bevestigen dit nog eens: een in galm en delay badende klaagzang op een treurig bedje van Rhodes akkoorden. “Light In The Dark” duurt net geen minuut, maar volstaat om de excitatiethermometer koorts te doen aangeven. Het daaropvolgende “Supply And The Damned” weet aanvankelijk nog enkele gitaaraanslagen met de zenuwen te spelen, maar groeit al snel tot een mokerslag pal in het midden van je strakke sixpack. “Let the adventure begin,” groet Ian Clement ons. Veiligheidsgordel om, en wijle klaar!

Het klimaat wordt vervolgens behoorlijk zwoel op “Skipping Loops”, waarbij een pulserende, moddervette bas met een glas whisky in de hand, op ubercoole wijze uitdagend rookcirkeltjes in je gezicht lijkt te blazen. Let ook op de korrelige tweede stem, die klinkt alsof Mark Lanegan even goeiedag was komen zeggen. Het feit dat Clement zich op dit nummer tot een meesterverteller ontpopt, maakt het geheel niet onaangenamer.

Laat dat meteen ook een van de sterktes van dit album zijn: de puike woordengoochelarij van die laatste. Of wanneer heeft u voor het laatst nog eens verzen gehoord als “I’ve got them building my empire/They better be filing my files/I just killed some slaves on my way down/So they learn that’s my style”? Bovendien lijkt de man ook stevig gegroeid te zijn als zanger doorheen de vorige twee langspelers. Hij staat er niet alleen, maar lijkt zich ook veel meer te kunnen verliezen in wat hij doet. Luister bij wijze van voorbeeld maar eens naar de kleine nuances die hij uit zijn strot knijpt op “Vampires Big Drain”.

Die vorige albums waren overigens nog geïnjecteerd met een gulle dosis dansbare pop. Ditmaal wordt het disco glitterpak resoluut ingewisseld voor het houthakkershemd, handen die onder de olie zitten, en de frisse pint. Niets te poppy stemeffectjes en radio-vriendelijke oorwurmrefreinen zoals op het eerste album Free Blank Shots, of van het ge-ass-shake waar opvolger Lion, Liars, Guns and God wel eens tot kon aanzetten (niets mis mee, overigens). Gemiddeld genomen wordt het tempo een stevige scheut teruggeschroefd, de hi-hat veel meer in bedwang gehouden, en worden de snaarinstrumenten een paar tonen lager gestemd. De stem wordt ook veel dieper in de mix geduwd, wat bijdraagt tot een vuiger geluid, doordat je meer het gevoel krijgt naar een man te luisteren die zich in het oog van een tornado bevindt, omringd door zinderende gitaren.

De kritiek hoor je al van metersver komen: het geheel neigt net iets te veel naar onze aller favoriete Koninginnen van het Stenen Tijdperk. Dat is weliswaar het risico dat je loopt als je je plaat in dezelfde woestijn gaat opnemen. Anderzijds kan je dit werk bezwaarlijk copy/paste noemen. Elk nummer staat op zichzelf als een huis, en had op een ander opgenomen ongetwijfeld ook lastig kunnen stappen met die overmaatse stierenkloten bengelend tussen de benen. Maar dat u na het luisteren van deze incarnatie het zand uit uw oren zal moeten blazen, staat hoe dan ook als een paal boven water.

De kwaliteit wordt ook netjes aangehouden tot op het einde, met geen enkele misser tussendoor. Speciale vermelding nog voor het gure “Regenerating Mantra”. Iets minder enthousiast zijn we alleen over het als een Indianendans klinkende “Dark In The Light” dat de plaat komt afsluiten. Het had alleszins toch wat meer mogen zijn dan de korte fade-in/fade-out die het nu is, zeker gezien de sterkte van de, slechts een paar seconden langere, intro. Maar of we al uitkijken naar nummer vier? Van een understatement gesproken!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in