Teenage Mutant Ninja Turtles

Het zijn mooie tijden voor kinderen van de jaren ’90, dat hebben we al eerder gezegd. Na twee Herculessen krijgen we deze maand een nieuwe film over ieders favoriete reuzenschildpadden. Met Transformers-regisseur Michael Bay in de rol van producer en Jonathan Liebesman (bekend van Wrath of the Titans en World Invasion: Battle Los Angeles) als regisseur hield menig Turtle-fan zijn hart vast. Wij melden u met gepaste vreugde dat dat misschien niet helemààl terecht was.

Moeten we de personages nog aan u voorstellen? Waarschijnlijk niet. In Teenage Mutant Ninja Turtles volgen we de avonturen van vier gemuteerde schildpadden die door hun sensei/vaderfiguur Splinter opgeleid worden tot ninja’s. Leonardo (de leider), Donatello (de techneut), Raphael (cool but crude) en Michelangelo (the party dude) krijgen de zware taak om New York te verdedigen tegen slechterik Shredder en zijn gevreesde Foot Clan, ook al ninja’s. De Turtles bundelen hun krachten met journalisten April O’Neil (Megan Fox, met pedagogisch verantwoorde fietshelm én canoniek geel jasje) en Vernon Fenwick (Will Arnett). Enfin, krachten bundelen… Net als in de cartoons doet April weinig meer dan in de weg lopen. Wat u verder nog moet weten is dat de schildpadninja’s het opnemen tegen een robotsamurai en een zwak doorslagje van Batmans League of Shadows. En dat staat garant voor spectaculaire, zij het ietwat chaotische actiescènes en gespierde oneliners. De plotgaten gapen daarbij wijds onder uw suspension of disbelief, maar dat moet u er maar bijnemen.

Films die culturele iconen van het kaliber van de Turtles op het scherm toveren, hebben meestal wat moeite om de juiste toon te pakken te krijgen. De Turtles zijn altijd een beetje onnozel, nemen zichzelf niet al te serieus – de doodsteek voor dit soort films is dan ook een te ernstige of net te parodiërende toon. Teenage Mutant Ninja Turtles balanceert netjes op het randje van het clowneske, al gaat de film wel een handvol keer over de schreef. Niet alle oneliners zijn even geslaagd en de komische tussenkomsten van Michelangelo willen al eens op je zenuwen werken, maar echt storen doet het nooit. Daarnaast zitten er een aantal fijne knipogen naar populaire cultuur in de film (Batman! Star Wars! No Doubt!) die best leuk gevonden zijn. Zowel regisseur als acteurs weten de balans tussen ernst en komedie dus prima in stand te houden. Fox en Arnett lopen er een beetje voor spek en bonen bij, maar de acteurs die de stemmen van de Turtles verzorgen weten de feel van de oude televisieseries perfect te vangen. Ook William Fichtner is prima als de corrupte industrieel Sacks – hij weet een soort subtiele ironie in zijn rol te leggen waardoor hij boven het niveau van de typische schurk uitstijgt. Dat is belangrijk; er zijn dit jaar alleen al genoeg adaptaties, reboots en sequels uitgekomen die hun bronmateriaal geweld aandeden. Daarom: bijzonder fijn om nog eens een reboot te zien die de toon van het origineel begrijpt en respecteert.

Goeie toon, dus. Wat een Turtles-film nog nodig heeft, is een stevig tempo. De film dendert dan ook met een rotvaart vooruit en stroomt naadloos van setpiece naar setpiece. De actiescènes zullen je misschien niet tot het einde van je dagen bijblijven, maar ze zijn leuk en entertainend. Minpuntje is dan weer het nogal hyperkinetische camerawerk. Wij telden niet meer dan drie shots waarin de camera niet heen en weer zwenkte, trilde, botste of zwalpte. Het duurt even voor je aan al die actie gewend bent, maar na een tijdje merk je ’t niet meer. De film ziet er ontzettend digitaal uit – bij momenten lijk je eerder voor een PlayStation te zitten dan in de bioscoop – maar dat stoort zelden. Alleen een achtervolgingsscène tegen het einde van de film aan lijkt iets te duidelijk ‘getrukeerd’. Over die typische Michael Bay-look (enorm digitaal, lens flares, non-stop camerabewegingen) moet je je even zetten. Als het een troost mag zijn, het aantal ontploffingen ligt in deze prent ver onder Bays gemiddelde.

Het feit dat de tweede bedrijfsnaam die u op de credits tegenkomt ‘Nickelodeon Movies’ is, maakt meteen duidelijk dat dit geen film is voor de doorwinterde Pasolini-kenner. De prent is gericht op kinderen of tieners die te oud zijn voor The Boxtrolls en nog net dat tikkeltje te jong voor de grimmige toon van The Hunger Games of The Maze Runner. Als actieprent voor jongere kijkers komt de film dan ook prima uit de verf. Er is wat malle humor, er zijn brave actiescènes zonder bloed en het strafste vieze woord dat u te horen krijgt is ‘pepperoni’. Betekent dat dan dat iedereen van boven de veertien deze maar liever overslaat? Niet noodzakelijk. Teenage Mutant Ninja Turtles is, alles bij elkaar genomen, een entertainende blockbuster die zijn bronmateriaal eer aandoet. Turtle-fans weten dus waar ze moeten zijn. Cowabunga.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in