Mommy

Er zijn zo van die immersieve filmervaringen die je dagen lang achtervolgen. Waarbij de eindscène zo hardnekkig op je netvlies blijft branden dat je er duizelig van wordt. Waarbij je, al doe je dat normaal gezien nooit, naar de aftiteling blijft kijken tot hij helemaal afgelopen is. Mommy van Xavier Dolan is zo’n film. En blijkbaar zijn wij niet de enige die daar zo over denken, want de Jury van het Filmfestival van Cannes zijn dezelfde mening toegedaan. Dolan mocht namelijk de prestigieuze Juryprijs in ontvangst nemen (een hele eer, als je weet dat het de derde belangrijkste prijs van het festival is, en dat enfant terrible Dolan net vijfentwintig is geworden). In zijn ontvangstspeech deed hij een oproep naar meer sterke vrouwenrollen in film (hij verwees hierbij naar inspiratiebron The Piano van Jane Campion), iets waar het Mommy niet aan ontbreekt. Vijf jaar na zijn autobiografische debuutfilm J’ai tué ma mère snijdt de Canadese regisseur hetzelfde matriarchale onderwerp aan: het verhaal van een zoon en diens complexe relatie met zijn alleenstaande moeder. Alleen laat Dolan met Mommy zien dat het mes deze keer aan twee kanten snijdt.

Centrale kracht van Mommy is Diana “Die” Despres (gespeeld door actrice Anne Dorval), een weduwe die niet op haar mondje is gevallen en haar eigen boontjes moet doppen in het Québec van de nabije toekomst. Opmerkelijk is de controversiële S-14 wet die wanhopige ouders de mogelijkheid biedt om hun onhandelbare kinderen uit handen te geven als het hen te veel wordt. Diana’s vijftienjarige puberzoon Steve (Antoine Olivier Pilon), een onvoorspelbare en wisselvallige ADHD’er, komt sterk in aanmerking voor deze wet, maar Diana doet er alles aan om haar zoon op de rails te houden. Daarvoor krijgt ze de hulp van haar nieuwsgierige buurvrouw (Suzanne Clèment, die in J’ai tué ma mère de moederrol vervulde), die zich dood verveelt in haar eigen gezin en zich los wil rukken uit het burgerlijk gezinsstramien. Wat volgt is een hobbelig pad vol hoogte- en dieptepunten waarin hoop en wanhoop elkaar afwisselen.

Het is al heel snel duidelijk dat Diana over een olifantenhuid beschikt (na een autocrash, een geschorste zoon en een overvol winkeltasje dat onderaan openbreekt in het midden van de straat zouden wij toch doordraaien) en dat ze vurig vecht voor de toekomst van haar zoon en zichzelf. De 53-jarige Anne Dorval speelt haar rol met glans: haar klederdracht (lees: naaldhakken van tien centimer, doorkijkbloesjes en blonde highlights) dicteren een bepaalde stijl en een gedrag die heel gemakkelijk ordinair zouden kunnen overkomen (zoals dat in Tom à la Ferme bijvoorbeeld het geval was), maar Anne Dorval brengt het geheel zo geraffineerd dat het bijna stijlvol wordt. Ook Antoine Olivier Pilon brengt als Steve een meer dan geslaagd personage. Zijn hysterische interludes vol seksueel onacceptabel gedrag en agressieve uitbarstingen worden uiterst realistisch gebracht door Pilon, die zich tijdens de opnames naar het schijnt kostelijk amuseerde bij het breken van heel wat meubilair.

Iets wat – buiten de felle personages – meteen in het oog spring, is de ongewone 1:1 aspect ratio. Het lijkt alsof Dolan ons naar de kern van alle gebeurtenissen wil zuigen door aan beide zijden van het beeld dikke, zwarte vlakken te plaatsen. Hij bewijst zijn visuele creativiteit doorheen de film meermaals (zoals hij dat ook deed in het kleurige Les Amours Imaginaires in 2010 waarin een dozijn pastelkleurige verfpotten leken ontploft te zijn), bijvoorbeeld door zijn montage te laten interageren met de gebeurtenissen en daardoor ook met de emoties van de toeschouwer. Als een hedendaagse Kuleshov experimenteert hij volop met het medium film. Dat speelse element overheerst niet alleen op het niveau van de montage, maar ook op vlak van de dialogen, de kostuums, kortom: de hele cinematische stijl.

Inhoudelijk is het opvallend dat de kijker nooit partij kiest voor één van de twee personages. Het is net zo moeilijk voor Diana als voor Steve om de turbulente gezinssituatie onder controle te krijgen. Als de één de ander kwetst, is er aan beide kanten frustratie, verdriet en onbegrip. En dat maakt Mommy net zo menselijk: er is geen zwart schaap, er is geen schuldige. Beide personages hebben hun gebreken en kennen evenveel momenten van vreugde (dansen op Céline Dion in de keuken!) als momenten van miserie (Dolan spaart ons niet, er zijn scènes waarbij het 1:1 beeld ons langzaamaan lijkt te verstikken). Daarbij zijn zowel Diana als Steve zo’n ontvlambare en sterke personages dat het ons verbaast dat hun huis niet na vijf minuten in lichterlaaie staat. Dolan geeft de voorkeur aan twee sterke vrouwenrollen, iets dat niet alleen in de Hollywoodcinema uitzonderlijk is. Die frisse wind doet goed en bewijst dat vrouwen wel degelijk in het centrum van een film kunnen staan zonder te vervelen. Want ook al laat Dolan hier en daar een steekje vallen, Mommy wordt nooit saai.

Als u het nog niet begrepen zou hebben: Mommy is een must-see. Het filmpubliek van Cannes stond niet voor niets 12 minuten lang te applaudisseren toen Lana del Rey’s frêle stemmetje de zaal vulde tijdens de eind-credits. Het socio-drama bevat alles wat een film genietbaar maakt: een sterke cast, een niet-alledaags onderwerp en creativiteit die overal vanaf spat. Natuurlijk valt Dolan af en toe in herhaling. Er zijn de herfstbladeren die een constante zijn in al zijn films, de excentrieke personages die we in alle stilte bewonderen en de ongelooflijk catchy soundtrack, die – ook al speelt het verhaal zich zogezegd af in de toekomst – uit de jaren negentig en tweeduizend geplukt zijn (eerlijk gezegd was ik The Counting Crows al volledig vergeten). Enfin, dat zijn kinderziektes als u het ons vraagt: u moest al in de zaal zitten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in