The Loft

“Ein-de-lijk!”, jubelt de verzamelde Vlaamse pers. Drie jaar na de opnamen en na ontelbare vertragingen, komt The Loft, Erik Van Looys Amerikaanse remake van zijn eigen megasucces uit 2008, dan toch in de zalen. Eind goed, al goed. Die triomfantelijke berichten vertellen natuurlijk maar een deel van het verhaal, maar goed, het is dan toch het deel van het verhaal dat de mensen willen horen. Het andere deel is dat The Loft pas in januari uitkomt in de VS en dat dan pas zal blijken hoe de toekomst er voor Van Looy zal uitzien – er is tenslotte nog nooit een Amerikaanse film uitgekomen waarvan het succes bepaald werd door godbetert de Belgische markt. Oh ja, en we zullen ons misschien niet sympathiek maken door er op te wijzen, maar januari is in de VS traditioneel de dumping ground voor films waar de verdeler geen vertrouwen in heeft. De strijd is dus nog even niet geleverd, maar hey: alles komt altijd goed.

En de film zelf, hoe is die? In interviews probeerde de regisseur er nog de spanning in te houden: “Misschien heeft iemand anders het wel gedaan!”, maar… nee hoor. The Loft is zo’n 10 minuten korter dan Loft, maar met het blote oog is het zo goed als onmogelijk om enig verschil tussen de twee versies op te merken. De plot is krek hetzelfde, hele flarden dialoog keren terug en ik maak me sterk dat Van Looy in veel gevallen zelfs dezelfde camerastandpunten gebruikt. Alleen jammer dat Wesley Strick (die ooit nog Cape Fear schreef voor Martin Scorsese en nu het scenario van Bart De Pauw mag bewerken), geen fatsoenlijk equivalent heeft gevonden voor “het zaad van ne maat kan geen kwaad”.

U weet hoe het zit: James Marsden is de Koen De Bouw van dienst als psycholoog Chris Vanowen, Matthias Schoenaerts neemt zijn eigen rol over als diens broer Philip, Karl Urban speelt, in navolging van Filip Peeters, de arrogante architect Vincent, Wentworth Miller is Bruno Vandenbroecke als de verlegen Luke en Eric “Cam uit Modern Family” Stonestreet gaat Koen De Graeve achterna als de boertige Marty. Zij delen een loft waar ze in alle discretie hun minnaressen ontvangen, dan ligt er plots een lijk in het bed enzovoort enzoverder.

Dat er aan de plot weinig of niets veranderd is, is uiteindelijk niet meer dan logisch – de originele Loft bestond eigenlijk uitsluitend om zijn clevere whodunit-verhaaltje verteld te krijgen en, ondanks een paar ongeloofwaardigheden en op het einde een plottwist te veel, deed het dat grotendeels met flair. De structuur van Loft zat goed, met een slim gebruik van flashbacks en flashforwards, dus waarom zou je daarmee gaan rommelen? Alleen komen de gebreken van het scenario er deze keer net iets te duidelijk door schemeren. Of het nu komt omdat Wesley Strick inderdaad een paar dingen geschrapt heeft, of gewoon omdat er iets strakker gemonteerd werd durven we niet met zekerheid te zeggen, maar hoe dan ook: in het origineel zat nog net iets meer menselijkheid dan hier. The Loft is koeler, onpersoonlijker, afstandelijker – de back story van de broers Koen De Bouw/James Marsden en Matthias Schoenaerts was in de Vlaamse versie al redelijk summier (Schoenaerts kreeg slaag van zijn vader terwijl zijn broer kon gaan studeren), maar goed, je geloofde het wel nog. Deze keer komt het pas echt over als een verplicht nummertje. Ook de tragiek van het personage van Bruno Vandenbroecke/Wentworth Miller is op een vreemde manier afwezig. In Loft was dat personage voornamelijk te beklagen; in The Loft is hij simpelweg creepy. En op die manier wordt deze Amerikaanse versie op een aantal cruciale vlakken “hetzelfde, maar dan met minder rendement”.

Ook de acteerprestaties zijn niet altijd optimaal. James Marsden is oké, maar eigenlijk iets te jong voor zijn rol – Marsden als oudere, wijzere broer van Matthias Schoenaerts, écht? Koen De Bouw had de leeftijd en de natuurlijke autoriteit om dat aan te kunnen, maar Marsden niet. Wentworth Miller legt te veel de nadruk op de gluiperigheid van zijn personage en Karl Urban is simpelweg houterig – niet meer en niet minder. Dan blijven we over met Matthias Schoenaerts, die ook weer de kwetsbaarheid van zijn personage afbouwt om er méér dreiging in te leggen en stilaan echt moet oppassen voor type casting als gewelddadig krapuul. Eric Stonestreet komt eigenlijk nog het beste uit de verf: zijn personage is van nature een showsteler en hij speelt het met verve. Ook jammer voor de dames: zowel Rachael Taylor (Veerle Baetens in het origineel) als Isabel Lucas (Marie Vinck) zien er uit als glamoureuze fotomodellen die per ongeluk op een filmset verzeild zijn geraakt en moeten wennen aan het idee dat ze dialogen moeten debiteren.

Dat klinkt allemaal zeer negatief, maar vergis je niet: ondanks dat alles blijft The Loft wel een scherpe thriller. De plotwendingen die in 2008 werkten, werken nog altijd en ook de fotografie van de alomtegenwoordige Nicolas Karakatsanis (zie ook The Drop, binnenkort Welp en nog heel wat prestigieuze Amerikaanse producties in het komende jaar) is mooi gepolijst. Het kleurenpalet is warmer dan in de Vlaamse versie en er wordt mooi met de focus van het beeld gespeeld. Mogen we het wel jammer vinden dat Van Looy zo weinig gebruik maakt van zijn locatie? De film speelt zich in New Orleans af, maar daar merk je nauwelijks iets van. Op zich siert het hem dat hij geen “toeristenfilm” heeft willen maken, met de obligate shots van de Franse wijk en river boats op de Mississippi, maar The Loft had net zo goed volledig in Vlaanderen gedraaid kunnen zijn.

Nu goed, kort gezegd: The Loft is professioneel gemaakt entertainment, maar op bijna alle vlakken een maatje kleiner dan het origineel. We hopen echt dat er voor Van Looy een mooie carrière in de VS is weggelegd, maar we hopen vooral dat hij snel met een fris, nieuw verhaal komt, waarin hij de menselijke factor niet vergeet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in