A Winged Victory For The Sullen :: “Misschien, heel misschien zijn er eindelijk mensen die genoeg hebben van techno.”

Je hebt er de juiste mix van vertrouwen en zelfspot voor nodig om je band te noemen naar de gevleugelde Nikè van Samothrake. Adam Wiltzie en Dustin O’Halloran — kanjers in hedendaags neoklassiek en ambient — deden het, brachten een dijk van een debuutplaat uit, en niet veel later hing choreograaf Wayne McGregor aan de lijn. Dat hun plaat zijn dansers in vervoering bleef brengen. Of ze de score voor zijn nieuwste dansstuk wouden schrijven – van een winged victory gesproken. Toen alle puzzelstukjes in elkaar gingen passen, bleek het materiaal eigenlijk een volwaardige plaat te zijn. Atomos, zo is die nieuwe plaat uiteindelijk gaan heten: “Atomen zijn de bouwstenen van alle leven. Iets kleins dat iets groters wordt – of beter: klein en groots zijn, allebei tegelijk. Innerlijke en uiterlijke ruimte, dat is waar deze plaat over gaat.”

enola: Wayne Mcgregor gaf jullie naar verluidt volledige artistieke vrijheid. Geen richtlijnen dus?

Wiltzie: Geen richtlijnen nee, maar hij zorgde wel voor veel inspiratie. Dat waren vooral visuele hints; veel beelden. Bij een bepaald stuk muziek wou hij een drastische verandering teweeg laten brengen, waarop hij ons vroeg: “Wat als je in een zwart gat terechtkomt en er aan de andere kant weer uitvalt? Hoe zou dat klinken?” Hij had in ieder geval een concept voor het hele stuk, en door ons debuutalbum zag hij dat wij dat konden vertalen naar muziek. Daarom heeft hij het ons natuurlijk gevraagd.

O’Halloran: Wayne sprak vaak in metaforen, en dan nog vaak in wetenschappelijke metaforen ook. Hij had een programma gecreëerd waarbij je een of andere vorm van input — een foto, of een film — moest inladen. Het programma herkende vormen in die input en simuleerde op basis daarvan allerlei bewegingen. Eigenlijk zat zijn stuk tjokvol high concepts, die hij ons ook allemaal trachtte uit te leggen. (lacht) Ik denk dat we allebei wel probeerden volgen, maar wat die allemaal uitkraamde – hij zit gewoon zo diep in die wetenschappelijke wereld. We knikten wel met ons hoofd, maar echt begrijpen zat er niet altijd in.

Uiteindelijk wou hij vooral een stuk dat leefde in een eigen wereld, en wij kregen de vrijheid om de toon daarvan te bepalen, een soort auditieve schelp rond het stuk.

enola: In tegenstelling tot jullie vorige plaat was deze verrassend snel ingeblikt, he?

Wiltzie: Ja, want we hadden maar vier maanden om het te doen. De première was in oktober vorig jaar, en pas vier maanden ervoor konden we aan de slag. Dat was, eerlijk gezegd, enorm bevrijdend.

O’Halloran: En lastig. (lacht)

Wiltzie: Achteraf gezien misschien wel, maar ik vond het vooral bevrijdend in de zin dat we geen tijd hadden om lang bij de dingen stil te staan. Dat gaf ons de vrijheid om gewoon te blijven werken en vooruit te gaan. Ik voelde me helemaal niet opgesloten, gewoon iedere dag dat gevoel van ‘yeah, next and gone’. Tijdens het hele proces hadden we op geen enkel moment door dat dit onze tweede plaat ging worden. We hebben het er zelfs nooit over gehad. Pas tijdens de première, toen we de hele zwik in een keer speelden, ging het licht branden. ‘Hey, this sounds like a record.’

O’Halloran: We hebben de hele tijd als gekken zitten werken. De avond voor de première moesten we zelfs nog een aantal strijkerspartijen afwerken die Wayne op dat moment nog niet eens gehoord had. Hij had natuurlijk wel een idee van de losse structuren, maar we hadden nog geen tijd gevonden om het volledig op punt te zetten.

Nadat we het materiaal een aantal keer volledig hadden gespeeld, hebben we wel nog wat kleine dingen herwerkt. Maar eigenlijk hebben we de hele plaat in een keer geschreven, dan pas beluisterd, en pas dáárna alles opgenomen.

enola: Zien jullie eigenlijk het verband tussen de dans en jullie muziek?

Wiltzie: Euhm… (kijkt snel naar Dustin)

O’Halloran: De manier waarop de dans gebruikt werd, had ik niet zien komen. De dansers bewegen helemaal niet op de muziek, maar er zijn momenten waarop de muziek een eigen leven opeist en een cocon rond de dans creëert. Het is niet alsof de dansers luisterden naar de beat of zoiets. Weet je, misschien was dat in zekere zin ons naïeve idee van dans – hoe Wayne met de muziek aan de slag ging, ik denk dat dat in de danswereld eigenlijk al stevig ingeburgerd zit. (lacht) De interactie tussen dansers en muziek is veel geavanceerder. Voor hen is het een soort atmosfeer waarbinnen ze bewegen.

Wiltzie: Vooral bij ons denk ik, want de bewegingen van onze muziek zijn heel open.

enola: Jullie muziek wordt vaak omschreven met termen als minimal, ambient, drone, neo-klassiek. Is dat voor jullie een hoop nat?

Wiltzie: Jup, allemaal hetzelfde. Dat is gewoon jullie job: jullie moeten dingen in categorieën onderbrengen, anders wordt het verwarrend. Je kan daar niet omheen, of je het nu over literatuur of beeldende kunst hebt. Je hebt categorieën nodig om de dingen te organiseren. Maar ik denk niet dat het ook maar enig verschil maakt.

O’Halloran: Het verhaal is natuurlijk ook groter dan die termen doen vermoeden. Er zijn steeds meer platen, meer kunstwerken, of meer boeken, en die worden onvermijdelijk een deel van je verhaal. Maar de hoop is natuurlijk dat je op een dag iets gecreëerd hebt dat in een eigen wereld leeft. Uiteindelijk moet je losbreken van die labels om vooruit te geraken.

enola: De hedendaagse elektronische muziek heeft de mond vol van lagen en rijke texturen. Dat is exact wat ambient – of hoe je het ook wil noemen – altijd heeft gebracht, maar krijgt het ook de aandacht die het verdient?

Wiltzie: Heeft het die ooit gekregen? Er is gewoon een hele kleine niche van mensen die dit soort muziek appreciëren. Er zijn geen vocals, daar verlies je al een hoop mensen mee. En geen drums – dan schrijf je meteen een heel deel van de populatie af. Wel, niet echt afschrijven eigenlijk. Ze hebben er het geduld en de luisterbereidheid niet voor, of het kan hen gewoon niet schelen.

O’Halloran: Ik zag een tijdje terug Tim Hecker spelen in Berlijn. 3000 man stond er – ik heb nog nooit zo veel volk op de been gezien voor dat soort muziek. Nu, Tim Hecker zou ik ook geen ambient noemen, eerder een geluidsbeeldhouwer. Toen dacht ik, ‘wel, misschien zijn er toch een paar plekken in de wereld waar onze muziek thuis kan komen.’ En misschien, heel misschien is er eindelijk een klein percentage mensen dat genoeg heeft van techno. It’s been going on for a long, long time. (lacht)

Wiltzie: Ik denk niet dat het eraan zit te komen, Dustin.

enola: Jullie hebben allebei ook andere projecten. Adam, jij bent de helft van Stars of The Lid, en zat ook in Sparklehorse. Hoe verhouden die bands zich tot A Winged Victory For The Sullen?

Wiltzie: Het is allemaal met elkaar verbonden. Het een kan niet bestaan zonder het ander. Zoals het eerste artikel dat je ooit schreef: zonder die tekst had je hier niet gezeten. En het was vast erg shitty – je zou mijn vroege muziek eens moeten horen.

Waar de nuance zit tussen A Winged Victory For The Sullen en Stars of The Lid, daar heb ik echt geen idee van. Dat soort vragen kan ik niet beantwoorden. Het voelt allemaal hetzelfde aan – als kleine tijdscapsules. Het is allemaal in elkaar vervlochten, en het is onmogelijk voor mij om daar een of ander direct perspectief op te bieden. Ik kan je wel zeggen dat ik veel liever samenwerk dan op mijn eentje te ploeteren. Ik heb dat nodig.

O’Halloran: In mijn geval, het enige verschil waar ik helemaal zeker van ben, is dit: als ik geen soloplaat maak, als ik dus met Adam samenwerk, gaat de muziek veel minder noten hebben. (lacht). Adam is een auditieve architect die de kracht van negatieve ruimte begrijpt. Hij is daar veel beter in dan ik. Het is een beetje als Jenga: je zoekt wat je eruit kan halen terwijl je toch nog een rechtopstaande structuur overhoudt. Zo gaat het vaak: we maken iets, en dan zien we wat eruit kan zonder dat de hoop in duigen valt.

enola: Iets anders dan. Jullie cureren binnenkort een avond in de reeks Silence is Sexy voor de AB?

Wiltzie: Wel, Kurt [Overbergh, nvdr], de Dalai Lama van de AB, wil de stop eruit trekken. Maar ik zei hem: ‘nee, laten we nog een laatste, geschift weekend doen’. Ken je het vroegere Dominofestival? Zoiets. En we gaan ervoor. Binnenkort zitten we samen om een datum te prikken – normaal gezien ergens in het voorjaar. Wij gaan spelen, en samen met de bands die we uitnodigen verzorgen we dan de Silence Is Sexy end game. De coda.

Concrete plannen zijn er nog niet, behalve dan dat het in de lente zal zijn. Ik kan je wel wat namen geven, maar als die niet kunnen komen op de data die Kurt voorstelt, sta ik ook voor lul. En jij ook. Schrijf alleen de waarheid. Dat wil zeggen: Hendrix komt, Joplin, en waarschijnlijk Syd Barret ook. Pink Floyd komt integraal Dark Side Of The Moon spelen.

enola: Genoteerd. Als laatste vraag: zouden jullie ooit overwegen om muziek gratis weg te geven zoals U2?

Wiltzie: We doen dat ieder dag hoor. Het heet Spotify.

O’Halloran: Hij gebruikt geen Spotify – ik wel. Ik had ook weinig keuze: mijn nieuwe Macbook heeft geen cd-speler. En dit is waar het helemaal fucking ridiculous wordt: je kan de muziek van je telefoon niet naar die nieuwe computer overzetten, want hij synchroniseert enkel met een iTunes-bibliotheek of zoiets. Spotify was de enige manier om te luisteren naar de muziek die ik al had.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in