BEST OF: Faith No More

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Faith No More.

1. We Care A Lot (1987)

Faith No More bracht dit nummer maar liefst drie keer uit: twee keer met Chuck Mosely en één keer met Mike Patton (een liveregistratie, weliswaar). De Moselyversies verschillen muzikaal niet zo gek veel van elkaar, maar — hoewel die eerste ruwe versie zijn charmes heeft — de tweede poging zit wat strakker in het pak, met Billy Goulds bas meer op de voorgrond en een vrijere rol voor Jim Martins gitaarwerk. Ook de voordracht van Chuck Mosely klinkt gemeend, verbeten, maar even verwaaid als altijd, ook met dank aan de wat vreemde, licht hilarische teksten. Het blijft zijn meest memorabele prestatie voor Faith No More, dat na zijn vertrek een heel andere band zou worden.
Hoogtepunt: 3’55”. “It’s a dirty song but someone’s gotta sing it”: de zin die onbewust de hele carrière van Faith No More samenvat.

2. Epic

Deze single vanop The Real Thing, de eerste plaat met Mike Patton aan de microfoon, is nog steeds het grootste verkoopsucces van Faith No More. Niet verwonderlijk: de funkmetal van bands als de Red Hot Chili Peppers en Primus vierden hoogtij in Amerika, en een single als “Epic” was dan ook gefundenes Fressen voor MTV, die het ding aan flarden draaide. De basis van “Epic” is pure, onversneden funkmetal met die typische catchy basslap, afwisseling tussen rappen en zingen en een loodzware drum/gitaarfundering. En het zijn net die imposante, maar ook verrassend flexibele gitaarlijnen van Jim Martin die dit nummer er doen uitspringen, met de monumentale solo op het einde als ultiem bewijs.
Hoogtepunt: 4’06”. De finale is ingezet, de gitaren zijn naar een denderende climax geklommen, en de extra blazersectie heeft de bombarie naar een fenomenaal hoogtepunt doen stijgen. En dan volgt een onwaarschijnlijke, maar vlekkeloze overgang naar een eenvoudig, maar even episch pianoslot. In al zijn eenvoud misschien meer bombastisch dan al die voorgaande waanzin.

3. Surprise! You’re Dead!

Het eerste onmiskenbare teken aan de wand dat Faith No More niet de generische funkmetalband zou zijn die MTV en consoorten er van wilden maken. “Surprise! You’re Dead!” is een smerige, gemene, boosaardige lap mid-tempo thrash, gedragen op een moordddadige staccato-riff van Jim Martin met Mike Patton in de rol van uw ergste nachtmerrie. Het is ook meteen de eerste keer dat Pattons vocale capriolen prominent komen bovendrijven: hij brult, tiert, sist, gromt en schreeuwt zich te pletter als een bezeten psychopaat. Als dit het eerste is wat je zou horen nadat je het licht aan het eind van de tunnel hebt bereikt, wel, succes ermee…
Hoogtepunt: 2’03”.” Hhh-hhahh-hhahaha!!!!! Oooopen yourrrr eeeeeeeeeyes!!!!!!!!”. We weten het uit goed ingelichte bron (Jeff Hanneman), maar Satan zelve zou een cassetje van dit fragment gebruiken om zijn demonische lach mee te oefenen.

4. War Pigs (Live at Brixton Academy)

Over Satan gesproken: deze Black Sabbath-cover is ook een pareltje. Faith No More is nooit vies geweest van een covertje op zijn tijd, maar deze steekt er toch met kop en schouders bovenuit. Het nummer verscheen reeds op The Real Thing, maar voor een uitzinnig Brixton Academy komt dit “War Pigs” pas écht tot zijn recht. Als het publiek luidkeels ‘Oh Lord Yeah!’ meebrult, weet je gewoon dat dit een regelrechte homerun wordt.
Hoogtepunt: 6’30”. Jim Martin doet een Tony Iommitje. Tony Iommi fronst een wenkbrauw, tuit zijn lippen, geeft een goedkeurend knikje en rolt rustig verder een sigaretje.

5. Midlife Crisis

In 1992 breekt Faith No More definitief met het nochtans succesvolle verleden. Een duidelijke sprong weg van het generieke geluid vanop The Real Thing, komt de band op Angel Dust met een eigen, zij het nogal apart geluid. Duidelijkste en meest geslaagde exponent hiervan is deze geniale monstersingle. Een lange drumintro, verbeten parlandovocalen, simplistische maar ultrazware gitaarlijnen, geen funky baslijn te bespeuren en een finale in canon: het kon niet anders dan dat “Midlife Crisis” een totale commerciële catastrofe zou worden. Het draaide enigszins anders uit. O, wist u trouwens dat dit nummer over Madonna gaat? Toen “Midlife Crisis” verscheen, was ze nochtans maar 34. Hoog tijd voor een re-release.
Hoogtepunt: 3’06”. Na een perfect getimede halve seconde stilte barst die grandioze finale los. Dat fantastische refrein, die primitieve gitaar en Pattons stem die zich ontdubbelt tot een onmenselijk, maar melodieus saterkoor, om vervolgens weer bijeen te komen in een bijtend “bleed enough for two”: zo maken ze ze niet meer, meneer.

6. Malpractice

Het vunzigste, smerigste nummer op het geweldige, maar volslagen paranoïde Angel Dust is ongetwijfeld “Malpractice”, dat één en al agressie, bombast en smeerlapperij uitademt, alsof het nummer in een stinkende beerput is opgenomen. Moddervette gitaarlijnen, knallende snaredrums, over-the-top synths, potsierlijke strijkers en Patton in slachtersmodus: veel heftiger wordt het niet. Faith No More heeft wel meer stinkende klootzakken van nummers geschreven, maar deze gaat toch met de pluimen lopen.
Hoogtepunt: 2’24”. En toen, te midden van de totale waanzin, was er een slaapliedje. Gewoon. Omdat het kan.

7. Be Aggressive

Origineel uit de kast komen: hoe doe je dat? Wel: als je Roddy Bottum heet (ja, die naam heeft-ie ook niet zelf gekozen) en keyboardspeler bij Faith No More bent, geef je gewoon een wel érg weinig tot de verbeelding sprekende tekst aan je zanger, en gier je jezelf te pletter als hij vol overgave “I swallow! I swallow! I swallow!” staat te brullen. Dat opgefokte cheerleaderkoor maakt het campfeest compleet. Voeg daar dan nog een verschroeiende gitaarsolo aan toe, en je kan helemaal de kast uitknallen.
Hoogtepunt: 0’00”. Iemand een kerkorgel besteld?

8. The World Is Yours

Van de bak gevallen tijdens de opnames van Angel Dust, maar opgepikt op verschillende postume verzamelcd’s. “The World Is Yours” heeft echter een niet te onderschatten waarde en relevantie: een typisch Faith No More-nummer uit het creatief hoogtepunt, maar lonkend naar het meer onderhuids dreigende geluid van de latere jaren. De mysterieuze bas- en synthlijnen ondersteunen de sporadische, welgekozen uitbarstingen van gitaargeweld en vocale tirannie. Patton is hier ook opvallend goed bij stem, en spreidt op vijf minuten weer een potpourri aan vocale showboaterij tentoon, zonder het nummer aan flarden te zingen. Quasi onbegrijpelijk dat dit nooit op plaat is verschenen.
Hoogtepunt: 4’32”. Patton haalt zijn ruwste, meest gefrustreerde stemgeluid boven, en zingt uit volle borst de finale in. “This will hurt someone else”, wees daar maar zeker van.

9. The Gentle Art Of Making Enemies

King For A Day, Fool For A Lifetime (wat een albumtitel) toont een meer uitgebalanceerde, evenwichtige gedaante van Faith No More. De soms wat van de pot gerukte bombast heeft plaatsgemaakt voor coherentie, en de gewelddadige uitspattingen zijn wat gaan liggen. Maar Faith No More heeft zijn smerige kantje allesbehalve uitgewuifd: getuige hiervan dit “The Gentle Art Of Making Enemies”, oftewel de muzikale variant van psychologische oorlogsvoering. De nadruk ligt minder dan vroeger op heavy gitaarwerk (hoewel die riff aan het begin er ook best mag wezen), wat Patton vrij spel geeft om, geholpen door een werkelijk fantastische tekst, zijn vocale spectrum verder aan te scherpen.
Hoogtepunt: 0’48”. “Don’t you look so surprised / Happy birthday… fucker / Now blow that candle out / We’re gonna kick you, kick you”. Auwch….

10. Evidence

Faith No More goes cheap jazz: we zijn er absoluut zeker van dat menig fan een stevige wenkbrauw gefronst heeft toen ze dit de eerste keer hoorden. De ganse song ademt de bedorven lucht uit van een verlepte cocktailbar waar net een razzia heeft plaatsgevonden, maar heeft niettemin een waas van bedwelmende schoonheid om zich hangen. De uitstekende compositie is hier niet vreemd aan: “Evidence” is zonder twijfel een van de best gearrangeerde nummers uit de FNM-catualogus. Ook het lichtvoetige en gevarieerde gitaarwerk van invalgitarist Trey Spruance (Mr. Bungle, Secret Chiefs 3) zit er knal op. Faith No More, ook te boeken voor al uw marginale trouwfeesten.
Hoogtepunt: 1’38”. De eerste keer dat dat bloedmooie refrein opduikt. Al bijna 20 jaar kippenvel.

11. The Last To Know

Oftewel: de begrafenisstoet van Jim Martin. Het enige nummer op King For A Day, Fool For A Lifetime waar de gitaarriff nog eens de eerste trompet mag blazen, maar dit keer is het Trey Spruance die het zessnarige beest mag temmen. Het hoogtepunt van Martin bij FNM was de feilloze interpretatie van Black Sabbaths “War Pigs”. Op “The Last To Know” mikt Spruance er bijna achteloos een eigen feilloze Sabbath-riff tussen. Een dikkere middelvinger naar de onlangs ontslagen Martin bestaat niet.
Hoogtepunt: 1’51”. Die riff… Man toch, die riff…

12. Stripsearch

Een van de zeldzame hoogtepunten op het matige Album Of The Year, en meteen ook het meest atypische Faith No More-nummer uit de collectie. De gitaar is hier zo goed als volledig naar de achtergrond verwezen. Roddy Bottums ijle synthesizers en Billy Goulds warme basgeluid spelen de flankverdedigers van een Mike Patton die zijn oneindig variabele stem van zijn meest oprechte kant laat horen. Maar Faith No More zou Faith No More niet zijn, moest er op het einde niet een stevige angel verscholen zitten.
Hoogtepunt: 3’39”. Met een zweepslag op de snaredrum duikt het nummer, aangevuurd door een zeldzame spartaanse gitaarlijn, de duistere, onheilspellende dieperik in.

13. Last Cup Of Sorrow

“This is getting old and so are you: het zouden profetische woorden blijken. De metaalmoeheid is intussen stevig in de band geslopen, maar met ” Last Cup Of Sorrow” zou Faith No More zich voor een laatste keer van zijn beste kant laten zien (de makke single “Ashes To Ashes” even terzijde gelaten). Maar dat doen ze wel met brio. Het grote gebaar wordt weer niet geschuwd, maar ook het gevaar is gewoontegetrouw weer alomtegenwoordig, al was het maar als knipoog aan de hoogdagen van de band. Mike Patton – voor de eerste keer met stemvervormer — klinkt als een berekende telefoonpsychopaat, om ondersteund door de grommende gitaar van John Hudson naar een waarlijk prachtig refrein te culmineren, waar de hele band nog eens het beste uit zichzelf haalt. Check ook eens de ge-wel-di-ge videoclip, waarin op schitterende wijze een nogal afwijkend eerbetoon op Hitchcocks Vertigo wordt gebracht.
Hoogtepunt: 1’03”. “It’s your last cup of sorrow/What can you say?/Finish it today.” De gifbeker die de band voor zichzelf heeft uitgeschonken staat klaar, maar wordt alsnog in een onwaarschijnlijk knap refrein gegoten.

14. Just A Man

Afsluiter van King For A Day, Fool For A Lifetime. Chronologisch misschien wat uit de haak, maar dit nummer verdient absoluut zijn plaats als sluitstuk van een Faith No More-compilatie. Niet dat dit een typisch FNM-nummer is, verre van zelfs. Met zijn oosterse invloeden en zoetgevooisd karakter springt “Just A Man” er op zijn zachtst gezegd nogal uit. In de tekst contempleert Patton in fijne, frêle verzen de menselijke hybris, om te besluiten dat de mensheid zich meer met de voeten op de grond moet houden, in plaats van zich machtiger voor te doen dan hij is. Een lesje nederigheid, dat dan weer verrassend genoeg, uitmondt in een fenomenaal…
Hoogtepunt: 3’16”. EEN GOSPELKOOR!! Ha-haaaaa!!!

15. * Bonusnummer* I Started A Joke

Als uitsmijter kunnen we u de cover van dit Bee Gees-niemendalletje écht niet ontzeggen. Als grap opgenomen tijdens de King For A Day, Fool For A Lifetime-sessies, en na het splitten van de band als single uitgebracht om de verzamelplaat Who Cares A Lot? te promoten. Muzikaal stelt het even weinig voor als het origineel, maar het is – nogmaals — Mike Patton die hier als volleerde crooner de show steelt, en het origineel wel heel erg bleekjes doet uitvallen. Goed fout, maar gewoon ook héél erg goed. De kitscherige videoclip, met een jonge Martin Freeman met een fout kapsel en een cameo van Patton met een valse neus, is ook om in te kaderen.
Hoogtepunt: 1’02”. Mike Patton zet zijn strot wagenwijd open, en zingt de oorspronkelijke Bee Gees-versie totaal in de vernieling.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in