Monster :: R.E.M. verpakt dood en verlies in een neonglans

Als het over de klassieke platen van R.E.M. gaat, is er eentje die steevast schromelijk over het hoofd gezien wordt. Met zijn release na Out of Time en Automatic for the People is Monster een vreemde bocht in het verhaal van de band, maar wel een belangrijke. De gitaarplaat bracht R.E.M. opnieuw naar de podia, een plaats waar de band zichzelf in leven zou houden in de tweede helft van zijn bestaan.

De carrière van R.E.M. geldt als het schoolvoorbeeld van hoe het artiesten tijdens een lange carrière vergaat: opbouwen, commerciële piek, neergang en — met een beetje geluk — heropstanding. Over de opgang en piek van R.E.M. valt weinig te discussiëren, het is de neergang die voor onenigheid zorgt. Volgens sommigen begon die na Automatic for the People, maar hoe verguisd ook, opvolger Monster laat een band horen die nieuwe wegen inslaat en daar creatieve pieken bereikt.

Begin 1994 zat R.E.M. met een stevig luxeprobleem. In de jaren ervoor was het viertal uit Athens, Georgia met albums Out of Time en Automatic for the People en de daarbij horende hitsingles, uitgegroeid tot een van de grootste rockbands van de planeet. En dat zonder te toeren sinds 1989. Een loodzware what’s next ging boven de band hangen.
“Eigenlijk zouden we moeten splitten”, liet Peter Buck zich in een interview tussen Automatic en opvolger Monster ontvallen. Tijdens het maken van die laatste plaat kwam R.E.M. enkele keren gevaarlijk dicht bij een breuk.

Voor het eerst zag de band zich geconfronteerd met de noodzaak aan een plan voor het aan een album zou beginnen werken. De voorgaande platen waren spontaan tot stand gekomen: toeren, songs schrijven, het liep allemaal wat door elkaar en wanneer een tournee ten einde kwam, trok het gezelschap de studio in om het gepende materiaal op te nemen. Een aanpak die werkte, zelfs na Out of Time. Het handvol akoestische concerten dat het viertal na de release speelde, bepaalde mee het karakter van opvolger Automatic for the People, waarvan de release gevolgd werd door de “1992 World Tour”, bestaande uit een gezellige benefietavond voor Greenpeace op 19 november in de 40 Watt Club in Athens.
Een plan dus. Want waar de band eind jaren tachtig voor semigrote zalen stond, zou een terugkeer naar de podia na twee platen die miljoen stuks verkocht hadden, vermoedelijk voor een gi-gan-tisch publiek gebeuren. Tijd om de mandolines en akoestische gitaren op te bergen en de versterkers uit de begindagen te laten aanrukken.

Zoals U2 zichzelf aan zijn groter publiek had aangepast met Achtung Baby en de bijhorende multimediale tour, zo zou R.E.M. grofweg een gelijkaardige zet moeten doen, daar was de band het over eens. En aanvankelijk ziet het er goed uit, maar halfweg de voorbereidingen, in oktober 1993, wanneer een zestal ruwe songs ingeblikt zijn, slaat het noodlot toe: River Phoenix, rijzende ster in Hollywood en close met Michael Stipe, overlijdt aan een overdosis op de stoep van Johnny Depps club The Viper Room. Stipe blokkeert, sessies worden geschrapt en de plaat die Monster zal worden, staat maandenlang on hold.

Zelfs al zou hij een letter op papier hebben kunnen krijgen, Stipe wil het eenvoudigweg niet. Genoeg nummers over dood en verlies, is de mening van de frontman na Automatic. De richting die hij met zijn teksten uit wil, gaat ergens heel anders naartoe en een eerste aanzet was te vinden op die vorige plaat, “Fuck Me Kitten”, dat op de hoes zedig als “Star Me Kitten” vermeld staat. Een plaat met meer seks, meer trash en meer agressie, maar dan met een androgyn kantje: dàt is waar Stipe heen wil op het nieuwe album. Zoals The New York Dolls, T-Rex, Lou Reed, David Bowie en Iggy Pop het hem getoond hadden tijdens zijn tienerjaren. Die laatst zal uiteindelijk genamedropt worden in het met een wervelende gitaarecho aftrappende “I Took Your Name”.

Creepyness

Hoewel hij pas in het volgende decennium publiekelijk over zijn seksualiteit zal praten, schuwt Stipe het thema niet tijdens de sessies van Monster, die uiteindelijk in februari 1994 hernomen worden. “Tongue”, dat later tijdens liveshows door Stipe meermaals als zijn favoriet in de R.E.M.-catalogus omschreven wordt, is een ode aan cunnilingus. “Do you give good head/Am I good in bed?”, vraagt Stipe in “I Don’t Sleep I Dream”.
“Star 69” roept herinneringen op aan “Star Me Kitten”, zij het dat hier nooit een fuck aanwezig was in de titel. “Star 69” is op dat moment een functie die Amerikaanse telefoonmaatschappijen aanbieden in de strijd tegen creepy telefoongedrag: duw sterretje-6-9 en de laatste beller wordt opnieuw gecontacteerd.
Want dat is het andere, bijna algemeen aanwezige element op Monster: creepyness. De figuren die zich door de songs bewegen, worstelen met seks, identiteit, doen dingen waarvan elke ouder hoopt dat zijn kroost er in een wijde boog omheen zal lopen.

Muzikaal wordt een en ander zowel in de verf gezet door als bedolven onder een muur van reverb en feedback. Peter Buck heeft de elektrische gitaar herontdekt en bespeelt ze zoals hij het als puber deed in de punktijd: powerakkoorden rammend, iets dat nooit eerder bij R.E.M. te horen viel. Dat zorgt voor lichte consternatie bij het publiek wanneer “What’s The Frequency, Kenneth” die 21ste september, enkele dagen voor het album, op de wereld wordt losgelaten.

Dat single en plaat er die herfst effectief in afgewerkte vorm zijn, mag een klein wonder heten. Amper zes weken nadat de sessies in het voorjaar hervat worden, maakt Nirvana-frontman Kurt Cobain een einde aan zijn eigen leven. Voor de leden van R.E.M. een tweede, nog grotere klap. Sinds enige tijd waren Buck en Cobain buren en die laatste had van Stipes gastvrijheid gebruik gemaakt om op adem te komen na weer maar eens een mediastorm. Na de Rome-overdosis van Cobain in maart, stuurt R.E.M. de Nirvana-frontman vliegtuigtickets om hen te vervoegen in Atlanta, maar tevergeefs. “It was bad. Really bad”, vat Stipe het samen in Rolling Stone. Het rauwe “Let Me In” zet het verlies om in muziek.

Als kers op de taart krijgt R.E.M. te kampen met persoonlijke problemen. Aanvankelijk leek een en ander nochtans van een leiden dakje te lopen. R.E.M. plaatste zichzelf in podiumopstelling in de studio in Atlanta, om zoveel mogelijk livegevoel door de sessies te laten stromen. Met behulp van vaste producer Scott Litt en de door hem binnengebrachte piepjonge technicus Pat McCarthy, die later achter de knoppen zal zitten bij Up, Reveal en Around The Sun, worden nummers nagenoeg zonder overdubs vastgelegd.
Mike Mills’ appendix krijgt echter kuren tijdens het opnemen van “What’s the Frequency, Kenneth?” (waarin de door de pijn veroorzaakte tempofouten in de baslijn behouden zijn), drummer Bill Berry wordt geveld door de griep en een tandabces verhindert Stipe vervolgens zanglijnen in te blikken.

Split

“Het is verbazingwekkend hoe ver je in deze business kunt raken door gewoon op tijd op afspraken te verschijnen”, liet Buck zich in de begindagen van R.E.M. eens ontvallen. Al zijn die dagen in ’94 lang voorbij. Wanneer de band in LA belandt om de plaat af te mixen, zorgen alle grote en kleine drama’s die onderweg hebben plaatsgevonden er voor dat de emmer op overlopen staat. Het lijkt een kwestie van tijd voor R.E.M. opgedoekt wordt. Er is immers geen plaat om af te mixen: door alle vertragingen is er te veel werk op de plank blijven liggen en op het moment dat Stipe verondersteld wordt aanwezig te zijn op mixsessies, is hij nog lyrics aan het schrijven.
Wanneer puntje bij paaltje komt, blijken de vier bovendien elk een eigen kijk te hebben op hoe die nieuwe gitaarplaat nu eigenlijk écht hoort te klinken. De geplande release én geboekte tournee van 1995 komen stevig op de helling te staan wanneer de band bijna implodeert. “Eigenlijk waren we gesplit”, gaf Buck toe in Rolling Stone: de vier leden zien elkaar tijdens de sessies een tijdlang simpelweg niet, noch in de studio, noch erbuiten. Tot, even onnozel als efficiënt, een ontmoeting belegd wordt waar besloten wordt dat het tijd wordt om opnieuw als eenheid te werken.

Wanneer nauwelijks enkele maanden later Monster in de winkel ligt, is het niet aan de plaat te horen dat een lijdensweg aan de release voorafgegaan is. R.E.M. is geslaagd in zijn opzet en heeft zijn lang aangekondigde gitaarplaat gemaakt. Het is niet helemaal gelukt dood en verlies buiten de deur te houden, maar zelfs wanneer de donkere kant de bovenhand neemt, baadt die in de weirde neongloed waarin heel Monster gedompeld is. De band heeft, met zijn meest onkarakteristieke plaat tot dan, zichzelf heruitgevonden. De schijnbare sul Mike Mills ontdekt noodiesuits, Stipe ontpopt zich het komende jaar tot het ultieme podiumbeest (bekijk de tourfilm Road Movie en zie een frontman ontstaan) en Berry en Buck herontdekken de stuwende kracht van gitaar en drums, door te doen wat ze eeuwen eerder al deden in een afgedankte kerk in Athens.

Monster is twintig jaar na datum nog steeds de vreemde eend in de bijt in het R.E.M.-oeuvre, maar bleef tot op het einde een cruciale plaat voor de band. Niet alleen omdat het de facto het laatste wapenfeit is van de klassieke line-up — opvolger New Adventures in Hi-Fi wordt grotendeels tijdens de Monster-tour ingeblikt –, maar ook omdat tot het laatste concert in 2008 de plaat aanwezig blijft in het livegebeuren. Check nogmaals Road Movie en stel vast dat alle volgende tournees gebaseerd waren op de tour van 1995. Bovendien vat Monster R.E.M. op een cruciaal moment midden in zijn dertigejarige carrière: op het toppunt van hun roem, hun beeld van eigenzinnige, ietwat ongrijpbare band waarmakend door met een plaat op de proppen te komen waarvan zelfs doorgewinterde fans vaak niet wisten wat ze er mee aan moesten, maar die ook in 2014 nog steeds een meeslepende en mysterieuze kracht bevat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in