Benjamin Booker :: Benjamin Booker

Het voorprogramma van Jack White, een optreden op Lollapolooza en een tv-optreden bij David Letterman himself. Er zijn slechtere manieren om je in de aanloop naar de release van een debuutalbum bezig te houden.

Eerder dit jaar speelde Benjamin Booker samen met drummer Max Norton een fel gesmaakt optreden op het SXSW-festival in Austin, Texas. Een duo met gitaar en drums? Dan wordt er uiteraard meteen de link gelegd met The White Stripes en The Black Keys. Daar zit zeker een kern van waarheid in, al geeft Benjamin Booker zelf eerder The Gun Club, T. Rex en Blind Willie Johnson aan als invloeden. Voor dit titelloze album heeft de 25-jarige kerel uit New Orleans overigens wel geopteerd voor een volledige band.

Het resultaat is een album dat vooral gekenmerkt wordt door stevig rockende songs, die ergens het midden houden tussen de garagerock uit de jaren ’60 en de collegerock uit de jaren ’80, met een heel stevige scheut blues erbij. De typische warme, maar toch ietwat lijzige stem van Benjamin Booker is zowel een zegen als een vloek. Net omdat ze zo uniek is, ben je er weg van of kan je ze niet uitstaan. Maar voor wie ze kan pruimen, geeft ze de muziek nog extra cachet.

Opener “Violent Shiver” is meteen zo’n lekker rommelige garagerocker, maar ook een soort intentieverklaring (“Where I’m goin’, where I’m goin’? / Where I’m goin’ I’ll never know”). Ook de volgende songs baden in dezelfde sfeer. Vooral “Chippewa” is een sterke bluesrocker, die niet had misstaan op de legendarische Nuggets-verzamelaar van Lenny Kaye. Pas bij het vierde nummer mag de voet even van het gaspedaal. Het ingetogen “Slow Coming” lijkt eerder een soulnummer, maar dan wel een lo-fi variant. Maar het zal een van de weinige rustpunten zijn in een plaat die het vooral van de energie moet hebben.

“Have You Seen My Son?”, een van de sterkste songs, eindigt op een heerlijke bluesy gitaarsolo, die ergens tussen Dinosaur Jr en Led Zeppelin zit. En daar is het goed toeven. “Spoon Out My Eyeballs” begint met een op fluisterende toon zingende Booker, maar langzaamaan gaat de song steeds sneller tot ze als een soort drietrapsraket ontploft op het ritme van de voortdenderende drum. Uit “Old Hearts” blijkt dat ook de proto-punk van MC5 geen vreemd terrein is voor Benjamin Booker.

Steeds blijven de songs ergens in een aangenaam rommelige sfeer zitten, en spat het spelplezier ervan af. Terwijl The Black Keys steeds verder weg gaan van de bluesrock en Jack White zich dreigt te verliezen in allerlei gimmicks is er nu dus Benjamin Booker om opnieuw de blues te spelen zoals die door de 21e-eeuwse jeugd hoort gespeeld te worden. Als slotsong “By The Evening” je op het einde zowaar plots uit het niets doet denken aan “Sailing” van Rod Stewart, haal je meteen de mantel der liefde boven, want eigenlijk is het desondanks nog een goede song geworden.

Benjamin Booker is zeker geen perfect album, verre van. Daarvoor zijn de songs soms wat te inwisselbaar en schemeren zijn invloeden nog iets te veel door. Maar de tekortkomingen die er zijn worden volledig goedgemaakt door de overgave en goesting waarmee Benjamin Booker er tegenaan gaat. In deze tijd van plastiek muziek en allesoverheersende radioformats is dit het soort muziek waarop je moet hopen om het grote publiek een antigif te kunnen aanbieden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in