Billy Joe Shaver :: Long In The Tooth

“Long in the Tooth” is een uitdrukking die verwijst naar iets dat oud en uit de mode geraakt is. Maar als dat betekent dat je een lap goeie klassieke country op het bord krijgt, is er geen enkele reden tot klagen.

In de jaren ’70 was Billy Joe Shaver, samen met o.a. Willie Nelson en Guy Clark een van de sleutelfiguren binnen de outlaw country, die zich afzette tegen de heersende Nashville country. Met Long In The Tooth is de ondertussen 75-jarige Billy Joe Shaver toe aan zijn eerste plaat met nieuw werk in zeven jaar. Een periode die vooral overheerst werd door een incident aan Papa Joe’s Texas Saloon (hoe country kan een naam zijn) in Texas waar hij iemand neerschoot na een ruzie. “No one tells me to shut up” zou hij volgens ooggetuigen naar het slachtoffer geroepen hebben. Wat er moge van aan zijn, uiteindelijk werd hij vrijgesproken op basis van wettige zelfverdediging.

Met een album van 10 songs in amper 32 minuten is het duidelijk dat er hier geen tijd en energie aan futiliteiten verspild wordt. Dit is het werk van een muzikant die nog eens gewoon wil doen wat hij graag doet en goed kan: knappe, traditionele countrysongs schrijven en die brengen zoals hij ze graag hoort. En in zijn donkere, bij momenten krakende stem hoor je de levenservaring doorklinken. Billy Joe Shaver is een man die geleefd heeft.

“It’s Hard To Be An Outlaw”, de opener van het album, kan meteen gelden als mission statement van het hele album. In dit duet met Willie Nelson neemt hij het country-establisment in Nashville op de korrel (“They go and call it country, but that ain’t the way it sounds/It’s enough to make a renegade want to terrorize the town”) om duidelijk te maken dat hij hier de echte country brengt. Getuige ook het door de obligate steel gitaar opgeluisterde “Sunbeam Special”. Al is geen enkele song meer country dan het aan Johnny Cash schatplichtige “Music City USA”

Tijdens de dronken honky-tonk van “Last Call for Alcohol” (uitgesproken als “alcyhall”) waan je je in een louche Texaanse saloon (Papa Joe’s misschien?), op de hakkende country (zelf noemt Shaver het rappen, maar dat is overdreven) van het uptempo en verrassend catchy titelnummer kan je niet blijven stilzitten. Enkel op het in een suikervat gevallen “I’m In Love” gaat de oude loverboy even uit de bocht. Hoewel, iemand met drie huwelijken achter de rug (met dezelfde vrouw nog wel) kan je dit wel vergeven. Dan is het andere ingetogen liefdesliedje (“I’ll Love You As Much As I Can”) beter geslaagd.

De sociaal bewogen kant van Shaver komt tot uiting in songs als het ijzersterke “The Git Go”, waarin hij zich beklaagt over de onrechtvaardigheid van het leven, en vooral dat het altijd hetzelfde verhaal is voor de kleine man (“Money breeds war, as long as there’s a man alive/Rich kids go to college, and the poor kids fight / It’s been that way since the git go”). Ook in “Checkers and Chess” bespeelt hij het thema van de klassenstrijd.

Is dit vernieuwende muziek? Absoluut niet. Is dit een mijlpaal in de geschiedenis van de countrymuziek? Neen. Wat is het dan wel? Simpelweg eenvoudige, maar sterke country van een ouder wordende muzikant, die gewoon nog eens zijn ding wou doen. Ons advies: haal die Stetson uit de kast, zet de schommelstoel op de front porch en geniet van deze Long In The Tooth.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in