Transformers: Age of Extinction

Je kan een film slecht vinden en daarmee is de kous af. Maar dat een film je echt kwaad krijgt, dat gebeurt niet elke dag. Laat het aan Michael Bay over om ons zo ver te krijgen dat we bijna uit onze bioscoopzetel springen en het witte doek verminken met een mes. De regisseur, bekend om zijn obsessief gebruik van explosies, knappe vrouwen en afgrijselijke humor, weet nog maar eens een nieuw dieptepunt te bereiken met zijn vierde Transformers-avontuur. Transformers: Age of Extinction is niet enkel een slechte film, maar het regelrechte bewijs dat Bay zijn kijker en het filmmedium niet respecteert. Daarbovenop levert hij ook nog eens een van de meest plat-commerciële Hollywoodblockbusters uit de filmgeschiedenis af.

Niet dat Bay er veel om geeft, maar we zullen toch even het verhaal uit de doeken doen. Shia LaBeouf mag niet meer meedoen en wordt ditmaal vervangen door Mark Wahlberg. Die speelt een Texaanse uitvinder die een verroeste truck koopt en ontdekt dat hij opperrobot Optimus Prime in huis heeft gehaald. Na de destructieve gebeurtenissen in de vorige film wordt elke Transformer opgejaagd, zowel door de mens als door een buitenaardse premiejager met slechte bedoelingen. Het is aan Wahlberg, zijn dochter en haar vriendje om de wereld en de Autobots te redden.

Het blijft ons een raadsel waarom Bay en zijn scenaristen nog moeite doen om een verhaal te breien rond de transformerende robots, want het mondt toch steeds uit in hetzelfde resultaat. Dat is dan ook een van de grootste problemen van dit vierde misbaksel: herhaling. Tergende herhaling. Het lijkt wel of de makers er zo van overtuigd zijn dat het bioscooppubliek gaat terugkeren voor Age of Extinction, dat ze telkens dezelfde ingrediënten gebruiken, maar via het verhaal en een nieuwe cast het willen laten uitschijnen dat ze iets nieuws doen. Robots die elkaar de kop inslaan en halve wereldsteden met de grond gelijkmaken, dat hadden we nog nooit eerder gezien. Maar je merkt wel dat Bay beseft dat hij vele dingen in de vorige films al eens heeft gedaan, maar geen nood, want de man heeft een oplossing: zijn film langer, luider en ondraaglijker maken. Age of Extinction duurt maar liefst 165 minuten. Jawel, u leest het goed. 165 MINUTEN!!! Epischer dan de vorige films was moeilijk, dus Bay maakt er een ware uitputtingsslag van. Wil je Optimus Prime op een metalen tyrannosaurus zien? Dan zal je ruim twee uur moeten wachten.

Transformers: Age of Extinction bestaat ook vooral om de Aziatische markt te plezieren. De Chinese filmindustrie groeit aanzienlijk en Hollywood wil daar zo snel mogelijk op incasseren. Dat doen ze door grote blockbusters aantrekkelijk te maken voor het Chinese publiek. Omdat we er niet aan twijfelen dat Bay zijn bankrekening graag gespekt ziet, leent hij zijn film maar al te graag om de Chinezen op te vrijen. Subtiliteit is niet het sterkste punt van de filmmaker en de manier waarop hij de Chinezen wil paaien is dan ook even in your face als zijn gebruik van Amerikaanse vlaggen. Bekende sterren uit het land maken hun opwachting, Hong Kong dient als decor voor de vernietigingssymfonie aan het einde van de film, de plaatselijke autoriteiten worden neergezet als een zeer efficiënt apparaat en Stanley Tucci neemt even een rustpauze om een Chinees drankje te nuttigen. Age of Extinction is geen film, maar een product.

Dat blijkt ook voor de zoveelste keer uit Michael Bays gemis aan voeling met het filmmedium. Zijn camera draait, zoomt en tolt alsof hij een reclamefilmpje of een videoclip aan het opnemen is. De soundtrack wordt meerdere keren onderbroken door popsongs die thuishoren in de jaren negentig. Alles voelt fout aan, maar Bay faalt er zelfs in om zich een tongue in cheek-attitude aan te meten. Wahlbergs personage treft Optimus Prime aan in een verouderde bioscoop, terwijl een ander personage een pleidooi houdt over de inspiratieloosheid van de huidige Amerikaanse cinema. Leuke poging, Michael, maar met zulke grapjes kom je enkel weg als je de draak steekt met de heersende conventies en ze niet keer op keer bevestigt. Net als de vorige Transformers-avonturen mondt deze film uit in een luidruchtige aaneenschakeling van onsamenhangende actiescènes, die elk zintuig bombarderen met explosies, kletterend metaal en tenenkrommende dialogen. Een mooi voorbeeldje van dat laatste: “You want a warrant? My face is my warrant.”

Om nog maar te zwijgen van Bays verschrikkelijke humor en seksistische neigingen. Wanneer blijkt dat het vriendje van Wahlbergs dochter ouder dan zeventien is, haalt die een knipseltje uit zijn portefeuille waarop staat dat het in Texas wel legaal is om te daten met een jonger meisje. We weten niet wat je ons met dat moment wil vertellen, Michael, maar het deed ons flink fronsen. Nicola Peltz huppelt in de film rond als een hoopje vers tienervlees dat er alleen voor dient om puberend mansvolk naar de zalen te lokken. Triest.

De enige die zich wat lijkt te amuseren in de film en die tout court het hoogtepunt van de film vormt, is Stanley Tucci. De acteur laat zich niet uit het lood slaan omdat hij in een Michael Bay film zit, maar maakt gewoon het beste van de situatie. Hij is dan ook de enige die met een zeker naturel staat te acteren en een beetje grappig uit de hoek komt. Op Mark Wahlberg hoef je niet te rekenen. Die staat de helft van de tijd met zijn mond open te gapen, domme dialogen uit te kramen of te mekkeren dat ze van zijn dochter moeten blijven. Lang leve de eenheid van het Amerikaanse gezin!

Terwijl Bay in Pain and Gain respectloos zijn personages stond uit te lachen, steekt hij nu zijn middelvinger op naar iedereen die dom genoeg is om naar de bioscoop te trekken en geld te geven voor zijn audiovisuele en commerciële overdaad. Dit is niet de mening van een verbitterde filmrecensent, maar de mening van iemand die van het medium houdt, graag goede blockbusters bekijkt en het spelletje van Bay al lang genoeg heeft gevolgd.

Fuck you too, Michael!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in