Boyhood

Tot voor kort waren er niet veel mensen die Richard Linklater tot de grote Amerikaanse auteur-cineasten rekenden. Er was waardering voor zijn werk, dat wel, maar over het algemeen werden zijn films toch beschouwd als “niet visueel genoeg” en “niet gewichtig genoeg”. Het laatste jaar is daar verandering in gekomen: met Before Midnight werd, voor wie daar nog aan twijfelde, definitief duidelijk hoe briljant die hele Before-reeks wel was, en nu keert hij terug met wat wellicht zijn magnum opus zal blijken: Boyhood, een pakkend portret van een jongen die langzaam maar zeker een man wordt, een moeder die aan hetzelfde tempo opnieuw een zelfstandige vrouw wordt en een vader die met lichte tegenzin volwassen wordt. De wereld keek er naar en besefte: jawel, Richard Linklater is wel degelijk een van de grote Amerikaanse auteur-cineasten.

Het productieproces van de film is al even opmerkelijk als het eindresultaat: Boyhood werd gedraaid op slechts 39 dagen, maar dan wel gespreid over een periode van 12 jaar. Om het coming of age-verhaal te vertellen van Mason, een kind van gescheiden ouders in de suburbs van Texas, begon Linklater te filmen in 2002 met de toen zesjarige Ellar Coltrane. In de tussentijd bracht Linklater de cast sporadisch opnieuw samen om meer scènes te filmen en zo ontstond, op meer dan een decennium tijd, een prent waarin we de jonge acteur samen met zijn personage zien opgroeien.

Dat resulteert in een tranche de vie waar maar weinig plot in terug te vinden valt. Masons ouders zijn al gescheiden wanneer we hem op zijn zes jaar ontmoeten. Zijn moeder (Patricia Arquette) heeft de onfortuinlijke neiging om op de verkeerde mannen te vallen – meestal zatlappen, al dan niet met losse handjes – en zijn vader (Ethan Hawke) is een groot kind, die in de weekends de toffe papa mag uithangen, met uitstapjes en cadeautjes, terwijl mama de ondankbare taak van opvoedster op zich moet nemen (probeer maar eens te tellen hoe vaak ze haar kinderen aanmaant om hun autogordel te gebruiken; de sportwagen van hun vader hééft niet eens gordels). Met al dat hebben Mason en zijn zus Samantha (Lorelei Linklater, de dochter van Richard) een vrij normale jeugd – moeilijker dan die van sommige kinderen, dankzij de slechte smaak in mannen van hun moeder, maar makkelijker dan die van veel andere. Boyhood toont ons hoe Mason/Ellar evolueert van fotogeniek kind naar awkward teenager, hoe hij zijn eerste liefje vindt en weer kwijtraakt, hoe zijn relatie met zijn ouders en zus gaandeweg verandert (zonder ooit af te nemen in affectie) en hoe hij gaandeweg ontdekt wat er voor hem belangrijk is in het leven.

Veel is dat niet, maar tegelijk is het natuurlijk alles. Richard Linklater heeft geprobeerd om het leven vast te leggen terwijl het geleefd wordt, in al zijn dagdagelijksheid. Aan de oppervlakte kan Boyhood banaal lijken, met scènes waarin Mason bijvoorbeeld voor het eerst zijn moeder aan het werk ziet als docente aan de unversiteit en meteen een heel andere, onvermoede kant van haar leert kennen, of een lange sequens waarin Ethan Hawke zijn doodgegeneerde puberdochter probeert te overtuigen van het belang van veilige seks. Boyhood is een film van subtiele observaties, waarbij alle personages steeds in hun waardigheid worden gelaten. De stief-grootouders van Mason worden bijvoorbeeld opgevoerd als ouderwetse Texanen, die hem voor zijn verjaardag een bijbel cadeau doen (“De woorden van Jezus staan in het rood gemarkeerd!”) en hem leren schieten met een geweer. Maar Linklater ridiculiseert of veroordeelt deze mensen niet – dat is nu eenmaal de cultuur waarmee ze zijn opgegroeid, of je die nu achterhaald vindt of niet.

Zo ontwikkelt de film zich gaandeweg, op zijn eigen bescheiden manier, in een fascinerend, ontroerend experiment met de tijd. Dat is een thema waar Linklater regelmatig op terugkomt in zijn carrière: de Before-reeks onderzocht de invloed van tijd op een relatie; in Boyhood zien we de impact van de tijd op twee opgroeiende kinderen, op de verstandshouding tussen een gescheiden koppel en op de relatie tussen ouders en hun kinderen. Je ziet iedereen in de film continu evolueren naar iets of iemand anders – de personages van Hawke en Arquette maken duidelijk dat volwassen worden een proces is dat nooit klaar is; ze zijn er zelf óók 12 jaar lang mee bezig, zij het op een andere, complexere manier dan de kinderen.

Het feit dat je alle acteurs gaandeweg effectief 12 jaar ouder ziet worden – wat het meest zichtbaar is bij de kinderen, maar natuurlijk ook sporen achter laat bij Hawke en Arquette – kan aanvankelijk misschien een gimmick lijken, maar draagt fundamenteel bij aan de geloofwaardigheid en diepgang van de film. Als Boyhood op een meer traditionele manier gedraaid was – met verschillende acteurs om de kinderen op verschillende leeftijden te spelen – zou het moeilijk zijn geweest om de film op emotioneel vlak even consequent te houden. Je voelt hoe het echte leven en de fictie zich in elkaar vastbijten in Boyhood – de tijd oefent aan hetzelfde tempo zijn invloed uit op de personages als op de acteurs.

De enige reden waarom de verzamelde emotionele kracht van de Before-reeks er tóch nog een tikkel bovenuit steekt, is omdat daar de invloed van de tijd ook nog eens op de kijker inwerkt. In die films werden Ethan Hawke en Julie Delpy telkens negen jaar ouder, evenals hun personages, evenals (in principe) de kijker – vandaar ook dat mensen die pas achteraf de drie films kort na elkaar bekijken, nooit het volledige effect zullen kunnen ervaren. Het is beter om als kijker mee te groeien met de films. Maar als individuele filmervaring, is Boyhood zonder meer het sterkste dat Linklater ooit heeft gemaakt en het mooiste dat dit jaar al in een cinemazaal is gepasseerd. Een diepzinnige maar nooit hoogdravende film, mild-menselijk en altijd vergevingsgezind voor zijn personages. Een miniatuur-epos van een uitzonderlijke gevoeligheid en intelligentie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in