Aram Bajakian :: There Were Flowers Also In Hell

Een bluesalbum zonder traditionele bluesschema’s? Gitarist Aram Bajakian brengt het voor elkaar. Deze erfgenaam van Marc Ribot heeft met There Were Flowers Also In Hell een plaat uitgebracht vol grootstadblues die een auditief beeld schept van het leven in New York.

In de New Yorkse downtown muziekscene rond John Zorn moet Aram Bajakian zonder twijfel een van de boeiendste nieuwkomers zijn. Zoals wel meer artiesten in die kring laat hij zich niet op één genre vastpinnen. Hij maakt deel uit van Abraxas (een van de vele groepen in de cirkel rond John Zorn, waarmee hij een deel (Volume 19) uitbracht in diens Book of Angels-reeks), was een van de leden van de tourband tijdens de laatste twee tours die Lou Reed ondernam, stak met z’n trio Kef de Armeense volksmuziek in een hedendaags jasje en trok de hort op met Diana Krall.

Voor dit werkstuk deed hij een beroep op de onvolprezen Shahzad Ismaily (van o.a. Ceramic Dog, wie hem ooit live aan het werk zag, vergeet hem niet licht) op bas en Jerome Jennings op drums (ondanks zijn jeugdige leeftijd heeft die reeds een indrukwekkend cv als sideman opgebouwd, o.a. op tour met jazzgrootheden als Sonny Rollins en Hank Jones). There Were Flowers Also In Hell werd opgenomen op één dag (ook wel uit kostenoverwegingen), wat resulteert in een organisch klinkend album, gekenmerkt door het samengaan van kalme stukken met catchy riffs. Wie gitaarvirtuositeit à la kijk-eens-mama-hoeveel-akkoorden-ik-kan-spelen-op-vijf-seconden verwacht is eraan voor de moeite. Hier hoor je een combinatie van virtuositeit, eenvoud en vooral gevoel.

De rode draad doorheen het album is de combinatie van swingende, vaak repetitieve riffs met eerder mediterende stukken, waar onderhuids heel wat gebeurt. Een beetje zoals je je het leven in New York inbeeldt: de dichotomie tussen de chaotische drukte van pakweg Wall Street enerzijds, tegen de rust van een Roosevelt Island anderzijds. Opener “Texas Cannonball” valt meteen stevig in huis met een melodie die zich in je hersenen vastzet. “Lou Tone” daarentegen is een pakkend eerbetoon aan Lou Reed, dat heel erg rustig begint om dan los te barsten in een ziedende finale. “Orbisonian” lijkt, volgens Bajakian zelf geïnspireerd door Roy Orbison, op een nummer dat zo op John Zorn’s Morricone album The Big Gundown had kunnen staan. Ronduit feest wordt het op het swingende “Rent Party” (al lijkt het feestje soms wel even te ontaarden), probeer hierop maar eens op te blijven stilzitten.

Aram Bajakian is ook een meester in het doseren, zoals hij toont op liefdesliedjes “Sweet Blue Eyes” en “For Julia”. “Labor on 57th” dreigt in het begin een niemendalletje te zijn, tot ook daar plots weer zo’n geweldige repetitieve riff (een beetje Bajakians handelsmerk op deze plaat) door het nummer scheurt. “Medicaid Lullaby”, een klaagzang over de gebrekkige sociale zekerheid voor muzikanten in de VS, is nog zo’n ogenschijnlijk rustig nummer, met een prachtig ingehouden werk van de ritmesectie. Het buitenbeentje op There Were Flowers Also In Hell is echter “Japanese Love Song”, waar de Japanse invloeden inventief verwerkt zijn in minimalistisch gitaarspel. Het lijkt alsof je naar de soundtrack van een of andere obscure Japanse arthousefilm aan het luisteren bent. Een glansrol is voor bassist Ismaily weggelegd in het hevig rockende “The Kids Don’t Want To Sleep”.

Jazzliefhebbers noemen dit waarschijnlijk een rockalbum, terwijl dit door rockers eerder als jazz zal worden beschouwd. Het is vooral een verrassend toegankelijke plaat van een veelbelovend talent. Aram Bajakian is een naam om te onthouden voor de liefhebbers van gitaristen als Marc Ribot, Bill Frisell en Nels Cline. Met dit sterke There Were Flowers Also In Hell levert hij alvast een ijzersterk visitekaartje af.

Deze plaat is te bestellen via de bandcamp-pagina van de artiest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in