The Rover

Never say never: met die leuze van tienermeisjesidool Justin ‘the Biebs knees’ Bieber willen we even de carrière van dat andere tienermeisjesidool, Robert ‘R-Pattz’ Pattinson overschouwen. Dat die ooit debuteerde in Harry Potter and the Goblet of Fire zijn velen al vergeten, maar z’n daaropvolgende boost to fame in de vijf (!) Twilight­-films heeft iedereen – willens nillens – mogen meemaken. Daarin leek hij steeds een overdosis Valium te hebben geslikt, maar uit z’n post-Twilight-carrièremoves blijkt dat Pattinson wél serieuze ambities heeft. In Water for Elephants en Bel Ami acteerde hij nog met veel vallen en opstaan, maar in Cosmopolis liet hij echt wel wat talent zien. En nu, in de futuristische southern (qua genreverschil met ‘young adult vampierfictie’ kan dat tellen) The Rover, schiet Pattinson vol in de roos.

The Rover is het nieuwste project van David Michôd, de in cinefiele kringen gelauwerde regisseur van Animal Kingdom. Die film uit 2010 heeft het nooit tot in de bioscopen van ons Belgenlandje geschopt, maar zou volgens mensen die het kunnen weten wel dik de moeite geweest zijn. Nu we The Rover hebben gezien, kunnen we er eens te meer vanop aan dat die mensen gelijk hebben gehad.

Vrolijke Fransen die hopen op een licht (ont)spannende dosis popcornvermaak kunnen alleszins beter thuisblijven. In een nabije, post-apocalyptische toekomst – ‘ten years after the Collapse’ – in de broeierige droogte van de Australische outback hebben de meeste mensen nog maar weinig om voor te leven. Wat er precies is gebeurd, weten we niet, maar de impact ervan is wél zichtbaar: honden voelen zich niet veilig in een omgeving waarin het verpauperde uitschot der aarde eet wat het te pakken kan krijgen, geld is niets meer waard, en je kans op overleven is recht evenredig met je schietkunsten. Zo ook voor de zwijgzame Eric (Guy Pearce): het enige bezit dat hij nog heeft is een aftandse wagen, waarmee drie bandieten op de loop gaan. Er zijn ergere dingen, zou een mens denken, maar Eric is vastbesloten z’n auto terug te stelen. Om z’n weinig epische queeste tot een goed einde te brengen, rekruteert hij Rey (Pattinson), de simpele, stotterende broer van één van de drie criminelen.

De aanwezigheid van Guy Pearce en de desolate, van een sinistere sfeer doordrongen Australische woestijn roepen onvermijdelijk herinneringen op aan The Proposition, de door Nick Cave geschreven western down south van John Hillcoat. Net als in die film speelt het woeste landschap een rol op zich, die niet onderschat mag worden. Als de mensheid ergens ten onder gaat, moet het wel in Australië zijn; dat de natuur er niet genereus is, zorgt er nog steeds voor dat de overlevers getekend zijn door de gesels van droogte, ontbering en dagelijks vechten tegen een lijdensweg. De wet wordt er gedicteerd door het recht van de sterkste: dat laat littekens na, en zorgt voor cynisme en verbittering.

Laat dat dan ook de adjectieven zijn waarmee een personage als dat van Eric beschreven dient te worden. Het enige dat we over hem weten, is dat hij ooit een landbouwer was, en z’n vrouw heeft vermoord – het is niet veel, maar meer dan genoeg om te kunnen stellen dat hij de donkerste keerzijde van de niet nader gedefinieerde collapse heeft gezien. Guy Pearce zet Eric neer met een soort ingetogen verbetenheid; iemand waarvan je voelt dat hij in al z’n onderkoeldheid ook kookt van woede en wrok. Scoot McNairy (Killing Them Softly, Argo en 12 Years a Slave) timmert intussen stevig, en met succes, aan een reputatie van gedegen bijrolacteur.

Zoals u inmiddels wel durft vermoeden, wordt de show echter gestolen door Robert Pattinson. Rey is, vergeleken met Eric, een nogal zwakke figuur, die door z’n broer en diens kompanen voor dood werd achtergelaten bij een klus. De manier waarop Pattinson die rol vertolkt, doet wat denken aan de prestatie waarmee Brad Pitt twintig jaar geleden z’n imago van pretty boy van zich afwierp in Twelve Monkeys. Het is een nogal showy rol, met een dik accent en veel tics die tonen dat Pattinson zich een personage eigen kan maken, maar tegelijk ook doen uitkijken naar even straffe maar meer ingetogen rollen. The Rover is hoe dan ook het voorlopige hoogtepunt uit Pattinsons carrière.

Michôd volgt z’n outlaws aan de hand van de genreconventies, maar steeds met een eigen twist. The Rover kenmerkt zich door een vaak uitgebleekt kleurenpalet: overdag schijnt de zon ongenadig hard op de stoffige vlakte, ’s nachts verlichten neonlichten de oprit van groezelige motelletjes. De trage, door een dissonante soundtrack begeleide beeldvoering wordt onderbroken door harde cuts en plotse uitbarstingen van kort maar hevig geweld. In een scène halverwege de film, waarin Rey zich in een kamer van zo’n groezelig motelletje terugtrekt, laat Michôd trouwens een behoorlijk knap staaltje van spanningsopbouw zien – wij moesten zelfs even terugdenken aan een gelijkaardig moment uit het magistrale No Country For Old Men. Om maar even te zeggen dat Michôd zijn cultimago van hedendaags filmauteur volledig rechtvaardigt in The Rover.

Het talent van Michôd, maar ook dat van Pearce en Pattinson leiden je zo zonder al te veel moeite naar het einde van de film. Dat de laatste paar shots na de climax een beetje breken met de sfeervolle, mysterieuze toon van de rest van de film, is ergens wel te betreuren, maar het neemt niet weg dat The Rover één van de meest eigenzinnige, maar ook één van de meest fascinerende films van de zomer zal zijn – en bovendien een geweldige aanzet vormt voor het verdere verloop van Robert Pattinsons carrière, waar wij steeds meer naar uitkijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in