Godzilla

Godzilla is back! Zestien jaar na het debacle van Roland Emmerich haalt Hollywood Japans bekendste zeemonster vanonder het stof. De taak om Big G te laten opboksen tegen ander hedendaags blockbustergeweld hebben Warner Bros. en Legendary op de schouders gelegd van Gareth Edwards. Het was een hele gok van de studio’s om Evans als regisseur aan te stellen van Godzilla, want de kerel had enkel nog maar het lowbudgethitje Monsters op zijn palmares staan. Nu we het resultaat onder ogen hebben gekregen blijkt dat onze vrees (grotendeels) onterecht was. Edwards bewijst met deze monsterlijke reboot dat hij ook dure Hollywoodproducties aankan, én met intelligentie en kunde weet te benaderen.

1999. Japans wetenschapper Ichrio Serizawa (Ken Watanabe) en zijn assistente Vivienne Graham (Sally Hawkins) worden gevraagd een mijnsite in de Filipijnen te onderzoeken. Ze ontdekken er een kolossaal skelet en enkele eivormige artefacten, waarvan er eentje is uitgekomen. Het schattige diertje baant zich een weg richting Japan en verwoest er een kerncentrale. Tijdens die catastrofe komt de vrouw (Juliette Binoche) van toezichthouder Joe Brody (Bryan Cranston) om het leven. Brody gelooft niet dat het om een aardbeving gaat en trekt op onderzoek. Vijftien jaar later ontdekt hij samen met zijn zoon (Aaron Taylor-Johnson) dat de Japanse en Amerikaanse overheden gigantische prehistorische beesten achterhouden. Wanneer er eentje losbreekt is er maar een natuurkracht die het schepsel kan stoppen: Godzilla (Gojira voor de vrienden).

Het is lang wachten totdat onze gigantische geschubde vriend opduikt, want regisseur Edwards kiest ervoor om het eerste uur van de film op menselijk drama te doen steunen. Door die beslissing vermijdt Edwards dat Godzilla vervalt in het zoveelste platvloerse cgi-spektakel. Met klassiekers als Jaws en Alien in het achterhoofd moedigen wij monsterfilms die menselijke personages centraal stellen dan ook zeer aan. Al wil dat niet zeggen dat Godzilla een film is die onmiddellijk de status van een klassieker verdient. We volgen Bryan Cranston en zijn zoon, maar het scenario graaft niet diep genoeg om personages voor te schotelen waarmee je je emotioneel kan identificeren. Zeker de vrouwelijke personages van Binoche en Elizabeth Olsen zijn niet meer dan bordkartonnen constructies. Cranston doet zijn uiterste best om de film met emotie en drama te injecteren, maar dat werkt enkel totdat de film besluit dat Aaron Taylor-Johnson het hoofdpersonage is. Zijn personage en acteerprestatie blijven zeer vlakjes, wat het maar juist genoeg maakt om te geven om wat er met hem gebeurt.

Maar kom, ergens past het gegeven van oppervlakkige personage binnen het gehele B-filmconcept van Godzilla. Hoewel de film een zekere sérieux hanteert, negeert het nooit zijn origine. De plot van de originele Japanse Godzilla uit 1954 was compleet van de pot gerukt, maar heeft nog steeds een zeker gewicht door de link met de bommen op Hiroshima en Nagasaki tijdens Wereldoorlog II. Edwards doet ongeveer hetzelfde. De plot van het verhaal blijft te belachelijk voor worden, maar wordt naar hedendaagse normen verbonden met de opwarming van de aarde en het feit dat de natuur het stilletjesaan gehad heeft met de arrogantie van de mens. De vlakke acteerprestaties en geflipte verklaringen voor wat er zich op het scherm afspeelt zorgen ervoor dat je nooit de indruk krijgt dat je dit effectief allemaal serieus hoeft te nemen. Het is nog steeds een B-film, maar toevallig eentje met een prijskaartje van 160 miljoen dollar.

Na een dik uur ontvouwt zich dan eindelijk het monsterlijke spektakel op het scherm. Een gigantisch ogende Godzilla duikt op om een stel vliegende monsters met een voorliefde voor radioactieve energie – M.U.T.O.’s genaamd – te voorzien van een paar rake meppen. Maar geen nood, Edwards laat het nooit vervallen in een Transformers-achtige symfonie aan special effects en geluiden. Ook de vergelijking met Pacific Rim gaat niet op. Zo denk je na een goed uur dat het eerste echte gevecht er aankomt, maar dan kiest Edwards er voor om enkel fragmenten van het monstergevecht te tonen via nieuwsbeelden op een televisietoestel. Daarvoor moet je als regisseur ballen hebben, zeker als je publiek al zo lang zit te wachten en net anders gewend is van een moderne zomerblockbusters.

Maar beloond word je als kijker. Edwards brengt niet enkel monstergevechten, maar regisseert ze ook. San Francisco dient als de arena van Godzilla en de M.U.T.O.’s en Edwards transformeert de stad alsof het een schilderij van Francisco Goya was. De monsters en de stad worden één met de rook van het puin. Suggestie is een belangrijk en dankbaar instrument voor de regisseur. We zien de monsters dan ook niet vaak in hun geheel. Meestal zien we een staart of kop door de dichte stofwolken verschijnen. De strafste scène in de film is wanneer enkele militairen worden gedropt boven San Francisco op de tonen van Gyorgy Ligeti’s Requiem, een muziekstuk dat onsterfelijk werd door Kubricks 2001: A Space Odyssey. Huiveringwekkende cinema. Interessant is ook dat de regie een zekere found footage-kwaliteit kent. De camera wordt vaak gepositioneerd in auto’s, tussen het puin, vanuit deurportieken, ramen, noem maar op. Dat is een zeer bewuste keuze om het menselijke perspectief van de film kracht bij te zetten. De hele film draait om wat het is om je als mens te bevinden tussen het imposante natuurgeweld van Godzilla en co. Godzilla is niet zomaar een monster in deze film, maar wordt met recht en rede in de verf gezet als een goddelijk creatuur.

Het scenario van Godzilla kon beter, maar dat neemt niet weg dat deze monster movie geweldig fun is en dat ondergetekende lustig meebrulde van plezier met de grote groene jongen. Edwards kan zeker nog enkele dingen bijleren, maar toont met dit imposante Hollywoodspektakel dat hij op de goede weg is. Samengevat: Gojira is terug en springlevend!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in