Mountain Bike + Cloud Nothings + Mac DeMarco :: 18 mei 2014, Botanique

Dat het eerste weekend van Les Nuits Botanique een schot in de roos was, is bijna een understatement. Op vrijdag mocht het publiek de dansschoenen bovenhalen bij onder meer James Holden en tUnE-yArDs, op zondag overheerste jong geweld dat ons verdomd veel zin deed krijgen in de festivalzomer. Of neen, het was alsof het al zover was dankzij Franstalig talent, een stel jonge, wilde honden uit Ohio en een Canadees met een uitmuntende liveband.

“If we’re getting all loose and goofy, the crowd usually lightens up and starts having a funkier time”, zei Mac DeMarco in een interview. Op de een of andere manier passen de bands, die zondagavond in een zonovergoten Kruidtuin aantreden, allemaal bij elkaar. Of we nu garage rock, lo-fi punk of weirde pop horen: er heerst altijd een losse sfeer waar — het mag dan ook een torenhoog cliché zijn — zomers plezier voorop stond. Veel petjes, pintjes en pretentieloze muziek: je zou voor minder vergeten dat het alweer zondag is. Van sunday blues is er dus nog geen sprake.

Het half-Doornikse, half-Brusselse Mountain Bike — probeer die band maar eens te Googlen om muziek te vinden — is de ideale binnenkomer om het publiek op te warmen, alsof dat nog nodig was in een oververhitte tent. We zijn de Botanique nog niet goed en wel binnengestapt of de o zo herkenbare melodie van “I Lost My Hopes (In Paradise)” trekt meteen de aandacht — hoog tijd trouwens dat Studio Brussel dit nummer deftig oppikt.

De dada van de band met ex-leden van Thee Marvins Gays en Warm Toy Machine? Het antwoord is simpel: rotaanstekelijke garage punk. Hoewel ze soms iets te veel leentjebuur spelen bij hun grote voorbeelden — zie de legendarische compilatieplaat Nuggets –, is het publiek al mee. Tussen enkele op elkaar lijkende nummers trekt de intro van Metallica’s “Enter Sandman” even de aandacht. Misschien een beetje overbodig, maar gelukkig is “Got Power” weer zo’n heerlijk opgewekt nummer. Genoeg redenen dus om de debuutplaat van Mountain Bike aan te schaffen.

Cloud Nothings, het trio rond Dylan Baldi (nog steeds maar 22!), is een band van weinig woorden. Van decibels daarentegen! Vanaf de krachtige start “Quieter Today”, tevens de eerste meebruller, tot “Wasted Days” een dik driekwartier later raast het trio doorheen zijn nummers. Het is niet dat de schreeuwerige, rammelende punkrock in “Stay Useless” en “Psychic Trauma” eentonig klinken, maar op die manier geven Baldi en co. wel de indruk op automatische piloot te spelen.

Maar het zijn de langer uitgesponnen nummers van de band, zoals “Pattern Walks” en “Wasted Days”, die ondanks de tempoversnellingen en intensiteit eentonig overkomen. Neen, geef ons dan nog maar eens de kort maar krachtige en catchy punk in “I’m Not Part Of Me”. Voldoende om ons vroegtijdig knock-out slaan. De eerste (en misschien enige?) crowdsurfers zijn een feit, dus dat is voor een band als Cloud Nothings wel een goed teken, zeker?

Zo onpersoonlijk Cloud Nothings overkomt, zo’n familiale indruk geeft het amper 24-jarige fenomeen Mac DeMarco, die net met Salad Days een ijzersterk plaatje dat zweeft tussen psychedelische pop, lo-fi en pop afleverde. Hoewel opener “Salad Days” en “Blue Boy” nog niet helemaal boeien, weten DeMarco en zijn al even hilarische gevolg het hysterische publiek snel om de vinger te winden met grapjes tussen de nummers door. Maar wees gerust: DeMarco is meer dan die joviale podiumact.

Hij is bovenal een muzikaal talent. Met zijn nonsensteksten, knappe melodie en mooi gitaarspel van Peter Sager is “Cooking Up Something Good” zonder meer meeslepend. Ook “Ode To Viceroy” is dat. Hiermee brengt DeMarco een ode aan zijn geliefde sigaret, die hij later in de set opsteekt en broederlijk doorgeeft aan publiek. Maar als er één nummer is waarmee u deze toch wel excentrieke pop moet leren kennen, is het misschien wel “Freaking Out The Neighbourhood”. Wedden dat het gitaardeuntje in de psychedelische jam uw gedachten naar het paradijselijke Hawaï brengt?

“Still Together” (check dat hoog gezongen refrein!) is een hoogtepunt. In de Chapiteau-tent wordt het zo warm dat we druppels zweet van de tent op onze neus voelen druppelen. Alsof dat nog niet genoeg is, krijgen we als toegift nog een geweldige cover van Neil Youngs “Unknown Legend”. “In Canada, we kneel for Neil”, klinkt het en DeMarco krijgt de hele tent, op een paar new-wavers na, op de knieën. U moest er gewoonweg bij geweest zijn. Dan volgt met “She rides a Harley Davidson/ Her blonde hair flyin’ in the wind” een passioneel duet tussen DeMarco en zijn al even hilarische bassist Pierce McGarry. Wel, in Belgium, we kneel for Mac DeMarco. Tot op Pukkelpop!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in