DOSSIER BLACK METAL: The Seventh Day Of Doom :: Luim wordt dodelijke ernst

Er is weinig discussie over wat de eerste death metalplaat was: Seven Churches van Possessed uit 1985 en Scream Bloody Gore van Death uit 1987 worden gemeenzaam als de albums beschouwd waarmee het allemaal begon. Wat black metal betreft, is het niet zo eenvoudig, al is iedereen het er zowat over eens dat (The True) Mayhem de ultieme band in het genre is; een reputatie die de groep meer te danken heeft aan een zorgvuldig uitgebouwde reputatie dan aan zijn muziek zelf.

Opgericht in 1984 in Oslo bestond Mayhem oorspronkelijk uit gitarist Euronymous (Oystein Aarseth), bassist Necrobutcher (Jørn Stubberud) en drummer Manheim (Kjetil Manheim). Twee jaar later nam het trio de demo Pure Fucking Armageddon op met Euronymous en Necrobutcher afwisselend op zang. De geluidskwaliteit was echter zo erbarmelijk dat het wachten was op de Deathcrush EP nog een jaar verder om echt te horen waartoe de band in staat was.

De dood als marketing

Voor Deathcrush en de optredens die er aan voorafgingen, hadden de leden nieuw bloed aangetrokken: Messiah (Eirik Norheim) en niet veel later Maniac (Sven Erik Kristiansen) zouden voor korte tijd de zang op zich nemen. In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt, brak de EP echter weinig potten en zou het relatief lang duren eer de duizend exemplaren verkocht waren. De band die nog lang niet zo strikt in de leer was, koppelde horror aan satanisme en humor. Naast de bandfoto’s uit die periode, die het rock-’n-rollleven omarmen, bevatte de eerste persing van het plaatje ook een duidelijk humoristisch bedoelde mystery track.

Met het vertrek van zowel Manheim als Maniac kort na de opnames (Messiah had de band al verlaten en zong enkel nog een paar tracks als vriendendienst in), leek de obscuriteit te wenken. Gelukkig voor de band was niet alleen de zeventienjarige drummer Jan Axel Blomberg — beter bekend als Hellhammer — onder de indruk van de EP, maar ook de wat vreemde Zweed Per Yngve Ohlin die zijn death metalband Morbid verlaten had na de opnames van de demo December Moon en volgens Necrobutcher solliciteerde bij de groep door een demo op te sturen vergezeld van een gekruisigde muis.

Ohlin, die als artiestennaam Dead aannam, was geobsedeerd door de dood en hulde zich tijdens optredens vaak in kleren die hij enkele dagen ervoor begraven had. Naar eigen zeggen wou hij de stank van de dood rond zich hebben, een reden waarom hij ook vaak aan een ravenkarkas snoof tussen twee zanglijnen in. Hoewel er met Dead slechts twee studio-opnames bestaan (“Freezing Moon” en “Carnage”) wordt hij door velen als de ultieme Mayhemzanger beschouwd. Zijn zelfmoord in 1991 en de manier waarop Euronymous dit misbruikte voor eigen belangen speelde daar een niet onbelangrijke rol in. De gitarist, die foto’s nam van Deads lichaam alvorens de politie te verwittigen, verklaarde dat Deads zelfmoord een reactie was op de manier waarop death metal evolueerde naar entertainment en vals satanisme.

Naar alle waarschijnlijkheid leed de Zweed evenwel aan een depressie of een verminderd realiteitsbesef. Een door verdriet geplaagde Necrobutcher kon zich dan ook niet vinden in het gedrag van zijn gitarist (het was immers een publiek geheim dat Dead en Euronymous, die samen met de andere leden een huis deelden, elkaar nauwelijks konden luchten) en verliet kort erna de band. Nu zijn laatste jeugdvriend verdwenen was, stond Euronymous niets meer in de weg om Mayhem volledig om te vormen naar zijn nieuwe ideaalbeeld van extreme, satanische band voor wie leven en dood geen verschil maakten. Zozeer koesterde hij zijn imago van prins der duisternis dat hij zelfs zijn platenwinkel Hellvete (Noors voor hel) verlichtte met fakkels en grafstenen. Dat zijn band nog steeds maar één EP had uitgebracht, deed er al lang niet meer toe.

Het oude continent

Terwijl Euronymous druk bezig was zichzelf en zijn voornamelijk op papier bestaande band opnieuw uit te vinden, zochten elders in Europa en Zuid-Amerika verschillende groepen hun eigen stem. Het Zwitserse Samael bijvoorbeeld debuteerde in 1988 met de EP Medieval Prophecies en bracht in 1991 het ondertussen tot een klassieker uitgeroepen Worship Him uit. De zwaar door de “proto black metal” beïnvloede band combineerde de rauwheid van Hellhammer met Bathorys kille zangstijl maar voegde daar een extra laag atmosfeer en duisternis aan toe die in het bijzonder het debuut tot een ongemakkelijke duistere trip reduceert. Met het daaropvolgende Blood Ritual zou de groep het jaar daarna een eerste stap richting een nieuw geluid zetten waarbij het primitieve en rauwe van het debuut langzaam maar zeker plaats zou ruimen voor een meer technisch en op latere platen zelfs elektronisch geluid.

Maar niet alleen in Zwitserland was de lokroep van black metal duidelijk hoorbaar. Ook in Athene, te midden van de ruïnes, zocht een groep aansluiting bij een gevoel dat doorheen heel Europa leek te zweven. Rotting Christ, opgericht in 1987 als grindcoreband, brak pas in 1991 echt door met de EP Passage To Arcturo en het album Thy Mighty Contract van twee jaar later. De mix van grindcoregitaren met keyboards en een zangstijl die zich misschien nog het best laat omschrijven als een hees gegorgel, verschilde dag en nacht van wat elders te horen was, en zou definiërend worden voor wat later omschreven werd als het Griekse black metalgeluid. Verschillende nevenprojecten van de (ex-)leden combineerden het black metal geluid verder met avant-garde, thrash of compromisloze death metal waardoor binnen Athene een geheel eigen en unieke black metal scene ontstond.

In diezelfde periode roerden ook bands achter het IJzeren Gordijn zich met wisselend succes. Het Hongaarse Tormentor verwierf dankzij een actieve tapetrading community een ongekende cultstatus met zijn demo The Seventh Day Of Doom (1987). De mix van heavy metal, thrash en frontman Atilla Csihars krakende stem zorgde voor een frisse kijk op black metal en wist zelfs Euronymous te charmeren, zodat hij Cshihar begin jaren negentig contacteerde om de microfoon bij Mayhem te hanteren. Vooraleer het echter zover was, zou de band, die in 1991 splitte, nog het debuutalbum Anno Domini (1988) opnemen.

p>Anno Domini, dat pas jaren later officieel zou uitkomen, maar via het tapetrading circuit gretig afnemers vond, was niet minder dan een zeven mijlsstap voorwaarts voor de groep. Onbewust van wat zich elders afspeelde, zou de groep mee het geluid schrijven van wat later standaard black metal zou worden. Toch valt de eer om — al dan niet samen met Bathory — de eerste black metalplaat (als we het Scandinavisch geluid als ijkpunt nemen) geschreven te hebben, te beurt aan de Tjechische band Master’s Hammer. Opgericht in 1987 bracht de groep de ene na de andere demo uit, die alle excelleerden in extremisme, lo-fi en algehele waanzin. In 1991 volgde (eindelijk) het debuut, Ritual, een album dat alle conventies wegblies en donkere riffs koppelde aan atmosferische tussenstukken terwijl frontman Storm nog krakender dan Csihar zijn teksten in het Tsjechisch uitspuwde. De black/thrash operette Jilemnický Okultista zou een jaar later volgen, waarna de band er met het avant-gardistische en van (black) metal gespeende Šlágry uit 1995 voorlopig de brui aan gaf.

De nieuwe wereld

Hoewel sommige black metalbands het genre midden jaren negentig onder invloed van Burzum als Arisch zouden bestempelen, was daar eind jaren tachtig/begin jaren negentig nog weinig van aan. Het in 1983 opgerichte en zelfs binnen metalkringen weinig bekende Vulcano (Brazilië) kon stevig wedijveren met de befaamde proto black metalbands en vormde een grote invloed op de bekende thrash band Sepultura, die op EP Bestial Devotion (1985) en debuut Morbid Visions (1986) nog sterk aanleunde bij het oude black metalgeluid vooraleer een duidelijk thrashpad in te slaan met Schizophrenia. De Braziliaanse landgenoten van Sarcófago, met originele Sepultura-zanger Wagner Moura Lamounier, bleven echter trouw aan hun geluid en wisten met I.N.R.I. (1987) perfect de underground tijdsgeest te vatten. Harder en smeriger dan hun Europese geestesgenoten gaf de band op zijn eerste twee albums (na Rotting uit 1989 evolueerde de band, tegendraads als altijd, richting death metal) de Zuid-Amerikaanse black metal zijn smerigste gezicht.

Hoe chaotisch en smerig de Braziliaanse bands ook klonken, geen van hen kon tippen aan het Canadese Blasphemy. Op meerdere vlakken een buitenbeentje, verwierf de in 1984 opgerichte band faam met de door chaos, snelheid en hees keelgeblaf gedomineerde demo Blood Upon The Altar (1989), wat op de latere albums Fallen Angel Of Doom (1990) en Gods Of War (1993) nog “verfijnd” werd. Was de band op muzikaal vlak al uniek te noemen, dan was hij dat in zijn levensstijl nog meer. Niet alleen telde de band met Caller Of The Storms een zwarte in zijn rangen, maar was hij net als de meeste van zijn kompanen kaalgeschoren (in een wereld waar lang haar de norm was) en een overtuigd bodybuilder. Drank, drugs en gevechten maakten evenzeer deel uit van hun dagdagelijkse leven als black metal en bezoekjes aan het befaamde Ross Bay Cemetary.

Dat de Verenigde Staten in de eerste plaats een death metalland was, wordt treffend aangetoond door de vele bands die in de late jaren tachtig klassiekers uit het genre neerpenden. Een van de weinige bands die desalniettemin vroeg het black metalpad insloeg, was het obscure maar met een hoog cultgehalte gezegende VON. De in 1987 opgerichte band bracht in zijn bestaan slechts twee demo’s uit, Satanic (1990) en Satanic Blood (1992, de facto Satanic in een betere geluidskwaliteit), die uitblonken in simplisme en eenvoud. De groep dankt zijn cultstatus dan ook voornamelijk aan het feit dat er nauwelijks iets over de band bekend was en dat Kristian/Varg “Count Grischnackh” Vickerness van Burzum de groep ophemelde.

Scandinavië is meer dan Noorwegen

Zweden, bakermat van Entombed en het befaamde Gothenburggeluid, was weliswaar de wieg van Bathory maar liet zich in de jaren negentig vooral kennen als het Europese antwoord op death metal dankzij een heel eigen geluid. Toch omarmde niet elke groep de overheersende stroming. Tiamat, in 1987 opgericht onder de naam Treblinka, opteerde pas na de klassieke black metal van het debuut Sumerian Cry (1989) voor een breder geluid terwijl Marduk de snelheid en gitaaraanvallen van death metal aan een black metalinvalshoek koppelde. Het avant-gardistische Abruptum (1987) rond multi-instrumentalist Tony “It” Särkkä verloor zichzelf dan weer in donkere atmosferen en verontrustende soundscapes. Euronymous tekende de band op zijn Deathlike Silence label en omschreef de muziek als “the audial essence of pure black evil”.

Was de band met Zweden nog amicaal te noemen, dan heerste er overwegend animositeit tussen de Finse en Noorse black metalbands. In het bijzonder het door punk, speed/death en chaos gedreven Impaled Nazarene, wiens debuut Tol Cormpt Norz Norz Norz… (1992) met recht de hemel in geprezen wordt, koesterde een vete tegen Noorwegen en ging zelfs zo ver om op het album “No orders from Norway accepted” te laten drukken. Frontman Mika Luttinen kreeg immers geregeld dreigtelefoons uit Noorwegen, al zou later blijken dat Beherits Nuclear Holocausto (Marko Laiho, een Fin) achter deze telefoontjes zat. Beherit zelf debuteerde in 1991 met The Oath Of Black Blood, een album dat zich in het bijzonder door de chaotische manier van spelen en het hese zanggeluid liet vergelijken met het Canadese Blasphemy.

Nog voor de plaat goed en wel uitgebracht was, had de band er echter al afstand genomen omdat het label buiten hun weten om gebruik had gemaakt van de demo Demonomancy en de EP Dawn of Satan’s Millennium, beiden uit 1990. Met Drawing Down The Moon verscheen in 1993 eindelijk het echte debuut van de band. De hese manier van zingen werd behouden maar de vaak opgefokte songs werden vervangen door een tragere en atmosferischere variant die de kracht en impact van de band veel beter wist te capteren. Pure chaos bleef voorbehouden voor landgenoten Archgoat (opgericht in 1989) terwijl Barathrum (opgericht in 1990) dichter bij het oude Celtic Frostgeluid bleef en vooral voor slepende, trage songs opteerde.

The Black Circle: dood en verderf

Terwijl Mayhem ter plekke leek te trappelen, kreeg black metal over de hele wereld in verschillende verwante stijlen en stromingen vorm. Euronymous had echter niet stilgezeten en was druk bezig jonge muzikanten (tieners) rond zich te verzamelen. Als charismatische en — volgens iedereen die hem kende — joviale jonge twintiger wist hij verschillende muzikanten uit de metalscene van Oslo te overtuigen om death metal in te ruilen voor black metal en zijn wereldvisie van destructie te delen. Veel jonge bands zoals Thou Shalt Suffer, Eczema, Old Funeral en zelfs Darkthrone (die in 1990 debuteerden met de death metalplaat Soulside Journey) waren bereid mee te stappen in zijn idealen en verlieten hun oude bands voor de lokroep van black metal.

Dankzij Euronymous’ talent voor zelfpromotie en het feit dat hij als oudgediende in de scene een indrukwekkend netwerk had, kreeg de troep rond hem (ook muzikaal) overdreven veel aandacht. Gevoed door Euronymous zelf was er snel sprake van een “black metal circle” die het alleenrecht opeiste te bepalen welke bands wel en welke niet black metal speelden. Hierbij werd niet zozeer muziek als een leidinggevend criterium gebruikt maar wel de mate waarin bands “evil” en satanisch waren. Euronymous slaagde er op die manier zelfs in bands als Hellhammer en Venom te bestempelen als black metal, zelfs al gaf Venombassist Cronos toe dat voor hem satanisme niet meer dan een vehikel tot choqueren en verkoop was.

De eerste Noorse black metalplaten kwamen er in 1992 in een gulp uit: Burzum (het eenmansproject van Count Grischnackh) debuteerde met het nog steeds ijzingwekkende Burzum, Darkthrone bracht het genrebepalende A Blaze In The Northern Sky uit en Immortal volgde met Full Moon Mysticism. Demo’s van andere Noorse bands sloten aan bij het geluid terwijl ook Mayhem eindelijk aan zijn debuutplaat werkte. Naast Hellhammer en Thorns-gitarist Snorre Ruchs werden ook Varg Vikerness als bassist en Tormentors Atilla Cshihar gevraagd voor het al lang geplande De Mysteriis Dom Sathanas dat in 1994 verschijnen zou nadat de storm over de Noorse scene gaan liggen was. Dat Mayhems officiële debuut ondanks zijn relatief generische geluid toch zo hoog geprezen wordt, heeft alles te maken met de gebeurtenissen die er aan vooraf gingen.

Dat verhaal hier opnieuw brengen, heeft weinig zin. Talloze artikels en boeken zijn al lang en breed ingegaan op de brandstichtingen op kerken en de twee moorden waarbij vooral die van Vickerness op Euronymous tot de verbeelding spreekt (Emperors drummer Faust vermoordde een jaar eerder, in 1992, de homoseksuele Magne Andreassen). Niet in het minst gevoed door Vickerness’ eigen verklaringen, zou er een soort machtsstrijd tussen beiden ontstaan zijn en zou Euronymous gepland hebben Vickerness te vermoorden. Dat laatste was volgens iedereen die toen beide nabij stond hoogst onwaarschijnlijk, want ook al durfde Euronymous wel eens doodsbedreigingen te uiten, weinigen namen deze ernstig.

Een duivelspact

Black metal is onlosmakelijk verbonden met Mayhem en Euronymous, niet in het minst omdat de band ondanks zijn beperkte output voor 1993 zozeer de scene wist te beheersen. In die optiek mag het vreemd heten dat finaal niet zozeer Mayhem de klank en kleur van het genre bepaalde maar wel stadsgenoten als Darkthrone. Euronymous maar ook Darkthrones Fenriz hielden alvast muzikaal een heel open vizier en beschouwden het koude Noorse geluid slechts als een van de vele mogelijke manieren waarop black metal behoorde te klinken. Het lijkt wel alsof met de dood van Euronymous ook het genre zijn vernieuwende en complexe karakter verloor en zich vast reed in een stroeve mal.

Voor Euronymous was black metal een attitude en geen genre. Onwetend zou hij voor dat denkbeeld een zware prijs betalen want hoe oprecht hij ook dood en verderf predikte, finaal bleef hij een jonge twintiger die zichzelf verloor in een zelfgecreëerd imago. Na de dood van Dead geëxploiteerd te hebben, hingen verschillende tieners die in de knoop lagen met zichzelf en de wereld, aan zijn lippen en volgden ze hem in zijn misantropische leer. Helaas voor hem was er één jongeling die zijn woorden meer dan ernstig opnam en zich finaal ook tegen hem keerde.

Wie interviews met de hoofdrolspelers van de Noorse tragedie leest, merkt hoezeer deze dertigers door scha en schande toegeven dat ze jong en naïef waren en dat het niet loont om de haat te blijven meedragen. De enige die nog steeds zijn oude denkbeelden aanhangt, is Vickerness, de man die Euronymous en Mayhem de roem gaf die de laatste zo wanhopig zocht. Euronymous heeft dan toch een pact met de duivel gesloten, alleen wist hij niet dat zijn leven de prijs was die hij diende te betalen. Lay down your souls…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in