Channel Zero :: Kill All Kings

Nu mag je van Channel Zero vinden wat je wilt, maar dat de Belgische metalveteranen ruimschoots hun deel ongeluk hebben gehad, daar bestaat weinig discussie over. Dat er überhaupt een nieuwe plaat is, is op zijn minst al een overwinning te noemen. Maar of die plaat zelf een triomf is…

Als Channel Zero een carrièreprijs zou krijgen, moet het wel de prijs voor strijdlust zijn. Midden jaren ’90 leken de sterren nochtans gunstig te staan voor de vier Belgen. Unsafe (1994) en Black Fuel (1996) deden de vaderlandse grond voor de eerste keer sinds de laatste inval van de Duitsers daveren, en een internationale doorbraak leek een formaliteit. Een jaar later gooide de band platgetourd en platzak de handdoek in de ring.

Tijdens de dertien jaar stilte die volgden, groeide Channel Zero uit tot een ware mythe in de Belgische alternatieve muziekscene. Een mythe die de band uiteindelijk deed besluiten om de draad weer op te nemen. Maar dat zou dan zonder gitarist en muzikale motor Xavier Carion zijn, die werd vervangen door ex-Soulfly en Snot-gitarist Mikey Doling. De tweede carrière van Channel Zero lanceerde zichzelf als een raket, tot drummer en mede-oprichter Phil Baheux’ hart het vorig jaar begaf. Het definitieve einde dreigde, maar door de wilskracht en vastberadenheid van de overgebleven leden is er nu Kill All Kings.

De meest opvallende karaktertrek van Channel Zero 2.0, om het maar even oneerbiedig te zeggen, is ontegensprekelijk het gitaargeluid. Mike Doling heeft in de paar jaar dat hij de Belgische rangen vervoegde heel duidelijk zijn stempel op de sound van Channel Zero gedrukt. En of je dat nu leuk vindt of niet, die sound is heel anders. Waar Carion duidelijk beïnvloed was door zowel de technische thrashmetal van de oude Metallica (luister maar eens naar het debuut van Channel Zero) als de groovende hooks van Dimebag Darrell, trekt Doling resoluut de kaart van de opgepompte thrash van Tesament en — vooral — Machine Head. Een bitch voor fans van het eerste uur, maar de band zelf lijkt zich uitstekend thuis te voelen in deze meer testosterongerichte aanpak. Ook op Kill All Kings wordt van meet af aan met opgepompte spierballen gerold. Enige subtiliteit is er in openingsnummer “Dark Passenger” niet te bespeuren, tenzij in het best knappe refrein, waaruit blijkt dat de strot van Frankie De Smet-Van Damme wel héél erg goed gesmeerd is.

Hetzelfde vergaat het met single “Electronic Cocaine” en “Burn The Nation”, en wanneer de eerste noten van “Digital Warfare” uit de speakers vliegen, begint de eerste wenkbrauw zich te fronsen. Vier midtempo thrashnummers met grofweg dezelfde opbouw en gelijkaardig gitaarwerk na elkaar: daar begint een bescheiden eenheidsworst-alarm af te gaan. En ook “Ego” neemt een gelijkaardige start, vooraleer toch wat gas terug te nemen in de tweede helft van het nummer. Het is ook hier dat interimdrummer Roy Mayorga zich voor de eerste keer echt laat horen met een inventief drumbreakje. Mayorga is een oude makker van Doling (beiden speelden samen nog bij Soulfly) en levert gedegen vakwerk af zonder echt een duidelijke stempel op de plaat te drukken. Die bescheidenheid siert Mayorga, maar helpt ook niet meteen om de plaat een eigen smoel te geven.

Ook “Crimson Collider” is weinig opzienbarend. Het is wachten tot het titelnummer “Kill All Kings” vooraleer we de eerste echt opwindende riff van deze plaat te horen krijgen en het eentonige staccato voor de eerste keer wat meer vaart krijgt. “Brothers Keeper” is, bij gebrek aan een betere titel, een eerder doorsnee metalballad. En dat is jammer, want het is net hier dat De Smet-Van Damme zijn ziel en zaligheid uit zijn longen perst. Driekwart ver in Kill All Kings groeit het angstvallige besef dat het de goeie ouwe DSVD is die het schip drijvende houdt: zijn stem is in topvorm, zijn vertolking doorleefd. Niet slecht voor een oudgediende. Maar in “Army Of Bugs” laat de voltallige band het afweten: ongeïnspireerde gitaren, matige tekst… Kortom, overbodig.

En dan, net wanneer de wanhoop stilaan de overhand neemt, komt Channel Zero met “Mind Over Mechanics” en “Duisternis”. Twee nummers die inslaan als regelrechte kruisraketten en bewijzen dat ze nog steeds een bende venijnige smeerlappen zijn die dikke lappen ranzige thrash kunnen afsnijden. Vooral het hondsagressieve “Duisternis” (laat misschien de ietwat geforceerde taalspringerij achterwege) toont waar Channel Zero in topvorm toe in staat is. De intieme afsluiter “Heart Stop” kan nauwelijks anders gezien worden dan als een ode aan Phil Baheux en verdient daarmee ontegensprekelijk zijn plaatsje als afsluiter van Kill All Kings.

Eindverdict? Niet zo denderend, vrezen we. Kill All Kings laat een band horen die, ondanks het opgepompte geluid, vooral heel erg op veilig speelt. Veel nummers zijn grosso modo inwisselbaar qua stijl en opbouw, en het gebeurt slechts zelden dat er een riff, drumfill of baslijn (De Martino, waar ben je?) er echt uit springt en de aandacht trekt. Een aantal refreinen zijn dan wel weer heel erg goed gemaakt en blijven best lang in de oren hangen (wat hoofdzakelijk te maken heeft met het uitstekende zangwerk van De Smet-Van Damme). Naar het einde toe wordt er ein-de-lijk nog eens keihard uitgehaald, maar de eindbalans blijft frustrerend matig. Het geluid van twintig jaar geleden hebben we intussen achter ons gelaten, maar van een band die twintig jaar geleden met inventief spel en de nodige dosis brutaliteit de Belgische metal op de Europese kaart zette, mogen en moeten we beter kunnen verwachten. Jammer, godverdomme.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − tien =