Wye Oak :: Shriek

Wye Oak zat de afgelopen jaren een beetje met de handen in het haar: ze waren het hele zootje beu, en het ging voor geen meter vooruit. Een universele ervaring, maar wel vervelend als je een opvolger van je doorbraakplaat in elkaar wilt knutselen.

Toen ging plots het belletje rinkelen en kwam de aha-erlebnis aanfietsen: er riep iemand “synthesizer” en “popmuziek” en sindsdien heeft frontvrouw Jenn Wasner haar gitaar even naar het hoekje verbannen. Ze hing een basgitaar rond de nek en leerde zichzelf wat trucjes op een synthesizer (net als Andy Stacks, de andere helft van Wye Oak, houdt ze het niet bij een instrument). Ook haar stem is niet meer dezelfde als op de voorbije platen: Wasner kan nog steeds stevig doorzingen, maar tegelijk heeft de zangeres ook de meer fragiele kanten van haar stem ontdekt, en op bepaalde nummers mag die dan ook de zachtere of hogere regionen verkennen. Voor wie Wye Oak de laatste jaren een beetje gevolgd heeft, is deze kentering niet echt een verrassing: Wasner maakte met Jon Ehrens al een elektronische plaat als Dungeonesse, en ook haar solonummers lieten een andere kant van de zangeres zien. Een koerswijziging doorvoeren nadat je met je vorige plaat (Civilian) nog maar pas een ietwat groter publiek bereikt hebt, is in ieder geval wel dapperder dan krampachtig een doorslagje daarvan proberen te maken.

Gelukkig valt het resultaat van die ontdekkingstocht goed mee en bovendien is meteen te horen dat dit nog steeds dezelfde groep is die The Knot en Civilian gemaakt heeft, iets waar de kenmerkende stem van Wasner ook wel voor iets tussen zit. “Paradise” sluit nog het meest aan bij het fellere geluid van die platen, maar in de rest van de nummers verkent de groep duidelijk nieuwe oorden. Vooral in de eerste helft van de plaat leidt dit tot sterke nummers: “Before” opent meteen met huppelende synthesizerklanken, waarna de bas mag invallen. “This morning I woke up on the Floor thinking i never dreamed before” zingt Wasner slaapdronken, alsof ze inderdaad net uit bed komt gerold, wat voor een zweverig effect zorgt. Meteen is ook duidelijk hoe belangrijk de stem van Wasner bij de vorming van het nieuwe geluid van de groep is. Een nummer als “Sick Talk” wordt zelfs voornamelijk overeind gehouden door de vocale capriolen van de zangers. In het titelnummer “The Tower” bewijzen mooie, dromerige synthesizerlijnen, die voor dezelfde soezerige sfeer zorgen als in bijvoorbeeld “Fish” van op Civilian, dat de groep in ieder geval haar nieuwe instrumentarium heeft leren hanteren. In “Glory” geven een stuwende bas en drum het nummer meer vaart, waarna Wasners stem in het refrein door het dak schiet. De song biedt zo een welkome afwisseling met de zweverigheid van de eerste nummers.

In de tweede helft van de plaat gaat de groep echter een beetje de mist in. In “School Of Eyes” en “Despicable Animal” irriteren de bas-en synthesizerlijnen vooral, waardoor de skip-toets verleidelijk lonkt. De songs missen ook een eigen gezicht. “Paradise” daarentegen is weliswaar een sterk nummer, waarbij een sierlijke overgang van stevig naar nevelig in het midden voor een mooi contrast zorgt, maar het past met zijn felle uithalen niet in de slaperige en lome sfeer die de rest van de plaat kenmerkt. “I Know The Law” is daarna een beetje een twijfelgeval: de eerste helft is zo kleurloos dat het nummer bijna doorzichtig wordt, maar het tweede deel met Wasners echoënde stem maakt veel goed. “Logic of Colour” ten slotte, is het meest lichtvoetige popnummer dat Wye Oak waarschijnlijk ooit zal maken, en liefelijker dan hier zal de groep ook niet snel meer klinken.

Is Shriek uw zuurverdiende centen nu waard? Als u allergische reacties vertoont telkens wanneer het woord “synthesizer” valt en er zich groene zweren op uw huid beginnen te vormen wanneer iemand “popsong” zegt, blijft u beter met uw handen van deze plaat af. Shriek, en dan voornamelijk de eerste helft, heeft echter zeker wat fijne, iets lichtvoetigere popnummers in de aanbieding die een fijne afwisseling vormen met oudere, stevigere nummers. Maar ergens hopen wij ook wel dat Wye Oak op de volgende plaat opnieuw een blik scheurende gitaren opentrekt, want we beginnen ze na een tijd toch ook een beetje te missen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in