Noah

My, how the times have changed. Toen in de jaren vijftig en zestig de traditionele bijbelepossen werden gemaakt (The Ten Commandments, The Greatest Story Ever Told en ga zo maar door) kwamen en gingen die meestal zonder slag of stoot. Maar die tijd is duidelijk voorbij: religie is de voorbije jaren grondig gepolitiseerd (gelovig = rechts, ongelovig = links, gaat het mantra), bijbelfilms worden nog maar zelden gemaakt en als dat dan toch gebeurt, wordt de agenda van de filmmaker ogenblikkelijk in vraag gesteld en barst er een debat los (Prem Radhakishun, verdwijn van ons scherm en keer nooit meer terug!). Met Noah was het niet anders.

Kon het zijn dat Darren Aronofsky, de maker van hallucinatorische meesterwerkjes als Requiem for a Dream, Black Swan en – jawel haters, steek hem gerust in je zak – The Fountain, stiekem een reactionaire Bible thumper was? Nee toch. Cinefielen waren bang dat Aronofsky zich met Noah zou aansluiten in de rangen van “Mad” Mel Gibson maar geen nood: de film blijkt zowaar een moeilijk te klasseren, compleet waanzinnige interpretatie van het bekende zondvloedverhaal te zijn, waar zowel fundamentalistische christenen, moslims als joden zich kwaad om konden maken. Als film is het een bende van jewelste, maar een fireball preacher is Aronofsky vooralsnog niet geworden.

Wie het verhaal van de ark van Noach in Genesis naleest, merkt dat er daar an sich maar weinig te verfilmen is: op enkele alinea’s lezen we dat God de mensen van de wereld wil spoelen met een zondvloed omdat ze zich wat te veel bezighouden met vuile manieren, dat Noach een ark moet bouwen om een mannetje en een vrouwtje van elke diersoort te redden en dat het vervolgens ongelooflijk begint te pleuren.

Om dat verhaal aan te dikken, sleurt Aronofsky er andere bronnen bij, en introduceert hij bijvoorbeeld Tubal-Cain (Ray Winstone), de slechterik van dienst, die zou afstammen van Kaïn en een hongerige, behoorlijk slecht gehumeurde meute leidt, die de ark wil innemen. En, het beste van allemaal, zijn de Wachters, een groepje gevallen engelen die op aarde moeten blijven, in de vorm van grote stenen reuzen (denk aan de Enten uit Lord of the Rings en je hebt een idee). Zij helpen Noach om de ark te bouwen en zijn meteen de voornaamste reden waarom veel christenen de film als een ridiculisering van hun geloof beschouwen. Want zoals het in de bijbel staat, is het verhaal natuurlijk zo geloofwaardig als wat. Dat spreekt voor zich.

Aronofsky’s benadering zorgt voor een film die deels bijbelverfilming is, deels fantasy-epos en helemaal mesjogge. Duiken onder andere op: een CGI-geanimeerde proloog waarin het ontstaan van de wereld en het verhaal van Adam en Eva wordt verteld en die zich nog het best laat omschrijven als de “bron van het leven”-sequens uit The Tree of Life, maar dan op speed. We krijgen een magische slangenhuid, goudgeel oplichtende menselijke figuren, een meet cute in een massagraf én Anthony Hopkins als Noach’s grootvader Metusaleh, die 969 jaar oud is en elke gelegenheid te baat neemt om te zeggen dat hij zin heeft in bessen. Waarna Noach en zijn familie het vertikken om bessen te gaan plukken voor die sukkelaar.

De regisseur is nooit bang geweest van experiment, en hier neemt hij de basisstructuur van het bekende verhaal, om daar dan een hoogdravende, bombastische, absoluut niet letterlijk te nemen parabel van te maken. Wie ooit de filmversie van The Name of the Rose heeft gezien, weet misschien nog dat die zichzelf aankondigde als “een palimpsest van het boek van Umberto Eco”. Een palimpsest was een stuk middeleeuws perkament dat nadat het beschreven was, werd afgeschraapt, zodat het opnieuw gebruikt kon worden. Dat is nog de beste manier om Noah te omschrijven: als een palimpsest van de bijbelvertelling. Het vertrouwde verhaal werd zorgvuldig afgeschraapt tot aan zijn kern, en Aronofsky voegt er zijn eigen, bat shit crazy elementen aan toe.

Sommige van die elementen werken: de time lapse-sequensen zijn adembenemend en Aronofsky steekt er een paar shots in die zowaar doen denken aan Hieronymus Bosch: hoe de bende van Tubal-Cain vecht om voedsel, bijvoorbeeld, of een shot van een berg mensen die kermend overspoeld wordt door de zondvloed. Visueel is Noah sowieso opmerkelijk; Emma Watson heeft zich in een interview laten ontvallen dat de film “zowel in bijbelse tijden, als in een verre toekomst zou kunnen spelen”, en daar is iets van aan. Het visuele ontwerp heeft al vanaf het begin iets post-apocalyptisch, wat de sfeer van de film sterk ten goede komt. Wanneer Noah zijn doel raakt, dan is het ook meteen vol in de roos. Maar net zo vaak glijdt de film weg in silliness (de dieren die in slaap worden gewiegd met een soort verdovende wierook, of Anthony Hopkins die Emma Watson geneest door handoplegging. Hoewel nee, gewoon elke keer dat Anthony Hopkins in beeld komt, wordt het silly.)

Aronofsky raakt verschillende thema’s aan, waarvan er maar weinig uitgesproken religieus zijn. De zondvloed dient hier als een ecologische parabel, met het gezin van Noach als een veganistische clan die zich afzet van de clan van Tubal-Cain, die steeds op zoek is naar vlees. De link met global warming is snel gelegd. In zijn tweede helft, eens de zondvloed achter de rug is, ontwikkelt de film zich zelfs nog tot een soort claustrofobische thriller, met Noach als een anti-held die elke instructie van zijn God opvolgt, hoe moordzuchtig hij daarvoor ook moet worden (wat het thema godsdienstwaanzin naar boven brengt).

Ja, er zit heel veel in Noah, maar nog niet de helft daarvan vertoont ook wat samenhang. Noah is bij uitstek een film van momenten, van individuele sequensen die intrigerend en uitdagend zijn. De emotionele rode draad moet er komen van de acteurs. Russell Crowe voelt zich notoir op zijn gemak in dit soort bombastische spektakelfilms en draagt de prent dan ook moeiteloos – hoewel hij in de eerste helft iets te monotoon blijft hangen in zijn intieme fluisterstem (zie ook de openingsscènes van Gladiator). Jennifer Connelly is degelijk als zijn – nooit bij naam genoemde – vrouw, terwijl Ray Winstone zijn vertrouwde nummertje opvoert als baddie van dienst. Emma Watson blijft intrigeren: ze levert een gevoelige prestatie als Noachs pleegdochter Ila, die suggereert dat ze echt nog wel wat in haar mars heeft.

Noah doet soms denken aan een werkstuk van een hyperactief, hyperintelligent, hypercreatief kind dat ze eerst een bak cola hebben laten leegdrinken en daarna gewoon volledig hebben losgelaten. Met 130 miljoen dollar budget. Het resultaat is ongedisciplineerd, krankzinnig en all over the place, maar het is verdorie iets om te zien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in