Serge Baeken :: ”Iedereen die iets getekend wil en daar geld voor op tafel wil leggen, kan dat krijgen.”

Met Sugar levert Serge Baeken een knappe graphic novel af. Zijn tekenstijl is enorm geëvolueerd en de kritieken zijn unaniem lovend, zowel voor het verhaal als voor de vorm. Na acht jaar schaven, slaat de tekenaar een interessante weg in en die lijkt eindelijk ook naar internationaal succes te leiden. In het huis waar Sugar eindigt, in een charmante doodlopende straat in de Antwerpse Stuyvenbergwijk, begint ons gesprek terwijl de koffie spint en de nieuwe kat pruttelt.

enola: Je verschillende albums laten een bepaalde evolutie zien. The No Stories was spelen met kadrering en close ups, in”Het Verdriet van Turnhout” kregen we panoramische beelden en nu met Sugar lijkt alles op z’n plaats te vallen: we krijgen een zeer strakke kadrering te zien waarin je speelt met perspectief en gezichtspunten. Zit er nog evolutie in of denk je dat je je stijl gevonden hebt?

Baeken: “De gelijkenis tussen de albums is dat ik eigenlijk altijd een basisvorm kies als soort van kapstok waarbinnen ik dan werk. Bij The No Stories waren dat drie stroken en telkens 4 pagina’s.. Het Verdriet van Turnhout was dan inderdaad een panoramische strip, die zich altijd horizontaal beweegt. Voor De maagd van Antwerpen heb ik geprobeerd om zonder kaders te werken. En dan nu dus inderdaad met 24 prentjes op één pagina. Ik weet niet of je echt van een evolutie kan spreken, misschien eerder van een aantal varianten op een thema. Ik denk dat ik in elk geval beter kan tekenen dan toen ik The No Stories tekende. Dat is intussen ook al bijna tien jaar geleden.”

enola: Je ziet ook je lijn ‘klaarder’ worden. Heeft die klaarheid ook te maken met een bepaalde zekerheid over je eigen tekentechniek?

Baeken: “De eerste versie van Sugar heb ik getekend met een pen, waarbij ik ook meer variatie inbracht tussen dik en dun . Ik vond dat een minder handelbare techniek en ook een minder leefbaar resultaat op de lange termijn, zeker met 24 prentjes per pagina. Om dan inderdaad meer die klare lijn te krijgen, ben ik dan overgeschakeld op de penseelstift. Elk prentje was oorspronkelijk 20 op 20 centimeter en dat heb ik dan verkleind naar 4 op 4, waardoor je die mooie fijne lijn verkrijgt. Het is niet meteen de bedoeling om die klare lijn verder te ontwikkelen. Hier was het echt gebonden aan de afmetingen van de prenten maar ik werk ook graag met een penseel om dik en dun door elkaar te gebruiken wanneer het zo uitkomt. Je ziet dat aan de grotere illustraties in Sugar waar ik het penseel meer op een kalligrafie-achtige manier hanteer. En dat vind ik eigenlijk wel mooier. Maar voor een strip is natuurlijk de basisvoorwaarde dat die leesbaar is en dan is die dunne, klare lijn eenvoudiger te volgen.”

enola: Als je voor elk album een ander concept gebruikt werd wat betreft kadrering en oogpunt, is het concept dan eerst klaar is en pas je het onderwerp er in?

Baeken: “Ja, natuurlijk groeit het een beetje samen. Ik wist bijvoorbeeld nu al op voorhand dat ik het over een kat ging hebben en het werken met 24 prentjes was duidelijk een tweede beslissing.”

enola: Als je het album openslaat, doet elke pagina denken aan die schuifpuzzels, die je vroeger op de kermis kon winnen.

Baeken: “Ja dat is waar. Misschien een goed idee om daar een App van te maken die bij het album past.”

Maar hoe begin je aan die puzzel. Soms vormen ze een geheel, maar soms ook totaal niet. Zit je zelf te puzzelen om een pagina tot stand te brengen?

Baeken: “Het grootste gedeelte ontstond in mijn hoofd, toen ik 8 jaar geleden van mijn atelier in Antwerpen-Noord naar stripwinkel Bries in het centrum fietste. Ik heb daar een tijd in de etalage aan de eerste versie van Sugar gewerkt. Als ik dan voor mijn blad sta, is het vooral een kwestie van intuïtie. Dus eigenlijk zit het al allemaal in mijn hoofd en hoef ik het er alleen nog maar uit te gooien. De bedoeling is dan om, bijvoorbeeld tijdens die fietstocht, het beeld dan zoveel mogelijk te kristalliseren.”

enola: Je hebt intussen acht jaar aan dat beeld, dat schuifraam gewerkt. Zag je er op den duur nog wel een einde aan komen? Ik veronderstel dat er in die acht jaar toch ook heel wat schaafwerk gebeurd is?

Baeken: “Wel, eigenlijk niet zo heel veel. De compositie is min of meer hetzelfde gebleven op twee pagina’s na en er zijn een paar pagina’s bij gekomen. Het is vooral dus niet het schuif- maar het schaafwerk dat veel tijd heeft gekost. Omdat ik eerst nog geëxperimenteerd heb met verschillende technieken. Ik heb eerst geprobeerd om een aantal pagina’s uitsluitend met potlood te tekenen. Dat werkte dan niet. Ik heb dan met allerhande pennen en stiften geprobeerd, maar uiteindelijk werd alles opgelost door met penseelstift te werken.”

enola: In het voorwoord zegt ook Ephameron dat Sugar smeekt om een vervolg. Zit dat er in?

Baeken: “Wel ja, maar dat zal nog wel even op zich laten wachten.”

enola: Nog eens acht jaar?

Baeken: “Waarschijnlijk wel. Ik heb een 34-tal ideeën om een vervolg te tekenen. Maar ik moet er wel een boek van tachtig pagina’s van kunnen maken. En ik heb nu drie katten die nog niet zoveel levenservaring hebben, dus ik moet wachten tot die genoeg ervaringen en verhalen meegemaakt hebben om het vervolg te kunnen tekenen. Ik heb al wel een titel. Igor, de grijze reus zou het gaan heten en ik weet ook al hoe de voorpagina er uit gaat zien. Maar dat ga ik nog niet verklappen, natuurlijk.”

enola: Het bekt wel iets minder internationaal, Igor de grijze reus.

Baeken: “De ondertitel van Sugar is ook leven als kat. Ook niet echt internationaal.”

enola: Maar is het toch niet de bedoeling om hier internationaal een doorbraak te forceren?

Baeken: “Ja, zeker en vast. Eigenlijk is de eerste editie de Franse die bij Dargaud is verschenen. Zij vertegenwoordigen de internationale rechten en hebben de rechten voor de Nederlandse editie aan Ballon/Blloan verkocht. Daarbij beheren ze eveneens de andere edities en het is dan ook de bedoeling dat er via hen een Engelse, Spaanse en Italiaanse uitgaven van komen. Er zijn intussen ook al vergevorderde onderhandelingen over. Ik zie dit dus zeer positief evolueren. Daarnaast is ook het Vlaams Fonds der Letteren ermee bezig om dit internationaal te promoten en te verspreiden. Zij doen trouwens heel goed werk de laatste jaren wat dat betreft.”

enola: De laatste tijd signeer je vaak samen met Philip Paquet, Ephameron verzorgt je voorwoord, … Kan je spreken van een bepaalde Antwerpse scene?

Baeken: “Ik denk dat Antwerpen daar net te klein voor is. Maar er zijn gewoon niet zoveel striptekenaars. Dus we komen elkaar sowieso vaak tegen op de verschillende festivals en feestjes die met stripmakers te maken hebben. Het zijn daarbij inderdaad iets meer kunstzinnige strips die boven komen. De graphic novel, is al een tijdje in opmars. En daar hebben we in Antwerpen nu wel een paar goede vertegenwoordigers van.”

enola: Je stijl is vaak autobiografisch. Is het steeds natuurgetrouw biografisch of is het eerder een vrije interpretatie van waargebeurde feiten?

Baeken: “Bij The No Stories is alles effectief zo gebeurd. De enige fictieve ingreep van mij is dat ik een personage heb herhaald. Die man die valt in de sneeuw en geholpen wordt, was in werkelijkheid iemand anders dan die moordenaar die ik vanuit mijn venster iemand zie afmaken met een machete. Maar voor de rest was alles authentiek. Bij Sugar heb ik hier en daar iets dikker in de verf gezet. In werkelijkheid kon onze kat Tim niet echt spreken. We konden er wel mee communiceren. En dan heb je in de strip middelen ter beschikking om dat duidelijk te maken. Op een moment zie je dat Sugar heel groot wordt om mij bij de kraag te vatten. Dat is ook een expressie van hoe ze naar mij keek toen hij kwaad was op mij.”

enola: Het verhaal speelt zich in een bepaald verleden af. Werk je dan met fotomateriaal of heb je echt een fotografisch geheugen?

Baeken: “De eerste keer heb ik alles uit het geheugen getekend. De laatste versie heb ik heel veel moeite gedaan om documentatie bij elkaar te sprokkelen. Dat kwam dan inderdaad voor een stuk uit de familie-albums. Een ander deel van het internet. Foto’s van katten zijn daar oververtegenwoordigd als documentatiemateriaal. En ik heb in sketch up alle interieurs nagebouwd, vooral van mijn appartement in de Breidelstraat. Zo kon ik verschillende camerastandpunten er op los laten om te zien wat het beste werkte .Ik wilde zo goed mogelijk het oogpunt van een kat benaderen. We weten dat een kat een veel beter overzicht van de ruimte heeft en snel haar vluchtwegen kent van zodra ze de ruimte binnen komt. En het was de bedoeling, om me totaal te vereenzelvigen met het personage van de kat.”

enola: Je hebt niet bepaald veel albums uitgebracht op al die jaren, maar hield je ook bezig met allerhande illustraties. Laten we het het Mauro Pawlowskisyndroom noemen: met veel bezig zijn, maar wel steeds kwaliteit afleveren. Je noemt jezelf zelfs een strip-huurling.

Baeken: “Dat is een mooie vergelijking. Ik ben inderdaad grafisch huurling, dus iedereen die iets getekend wil en daar geld voor op tafel wil leggen kan dat krijgen. Dat betekent dat ik de afgelopen jaren heel veel verschillende dingen heb gedaan: muurschilderingen, soft tattoo, decors, projectie, … ongeveer alles wat je op grafisch vlak kan bedenken. Het moet me wel inspireren natuurlijk. Maar ik heb nogal snel inspiratie, dus is er meestal ook geen probleem om de opdracht aan te nemen. De lat ligt laag. (lacht)”

enola: Je was de vijfde stadstekenaar van Turnhout, denk ik, maar ondertussen ben je fulltime Antwerpenaar. Wordt het dan geen tijd om die functie ook in die stad in het leven te roepen, nu ook Antwerpen zich tussen Brussel en Turnhout wil wurmen als stripstad.

Baeken: “Ik zie dit er voorlopig niet van komen, gezien het geknip in de budgetten van cultuur. Het is zelfs de vraag hoelang we nog en stadsdichter gaan hebben. We hebben wel de stripmuren hier. Maar op dit moment zie ik ook nog geen organisator die er zich achter zou kunnen zetten.”

enola: Zie je de toekomst voor de strip in Antwerpen dan somber in?

Baeken: “Nee, niet echt. Je bent op dat vlak niet echt afhankelijk van een stad. Je tekent voor een publiek. En met een goed product kan je zelfs internationaal gaan.”

enola: Wat zijn de plannen van Serge Baeken voor de nabije toekomst?

Baeken: “Het eerste dat klaar moet zijn, is Hotel Mascara. Dat is een verzameling van 26 vrouwenportretten met de laatste teksten die Pieter van Oudheusden, die vorig jaar gestorven is, geschreven heeft. Het zijn allemaal verhaaltjes over vrouwen die allemaal met elkaar in verbinding staan. Ik heb er al 4 van getekend, waar hij er zelf een paar van gezien heeft én goedgekeurd. Die ga ik dan in dezelfde geest nog afwerken. De bedoeling is dat dit maximaal binnen de drie maanden klaar is.”

enola: Krijgen we naast het illustratieve ook nog nieuw stripwerk te zien? Of is Igor het eerstvolgende project?

Baeken: “Nee, nee, in alle schuiven die je hier ziet, zitten projecten in en daar zitten er een paar bij die ik zo snel mogelijk wil afwerken. Ik hoop dat het eerstvolgende waar ik aan kan beginnen ‘Death and the Girl’ gaat zijn. Een metafysische biografie over Egon Schiele, mijn favoriete kunstenaar. Daar heb ik al heel wat ontwerpen voor gemaakt en ik heb er onlangs ook al over gesproken met Dargaud om te zien of ze dit ook zagen zitten. Daar moet nog meer over vergaderd worden. Maar de kans is wel zeer groot dat het ook daar zal verschijnen, al zal het geen pure biografie zijn. Ik vind een tekenaar tekenen, grafisch niet zo interessant. Ik maak van Egon Schiele een poppenspeler die poppen kan laten dansen zonder touwtjes. Dat is al een heel ander gegeven.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in