The Book Thief

Na de Twilightsaga, de Hunger Games-trilogie en het net gereleaste Divergent is het wel duidelijk: young adult novels zijn dankbaar voer voor Hollywood, en dat zullen ze wellicht ook blijven tot er eens één van die verfilmingen radicaal flopt (wat ooit onvermijdelijk zal gebeuren, maar vandaag nog niet). Met zijn verfilming van Markus Zusak’s bestseller The Book Thief sluit regisseur Brian Percival (Downton Abbey) naadloos aan bij dit rijtje bakviscinema. Maar young adult of niet, ingebakken publiek of niet, het is sowieso nooit eenvoudig om meer dan vijfhonderd bladzijden literatuur om te zetten naar twee uur film, en je ziet dan ook regelmatig hoe regisseurs die zich daar aan wagen, zich in bochten moeten wringen om zowel de lezers als zichzelf tevreden te houden. Misschien had Percival in dit geval toch maar beter voor gekozen om resoluut zijn eigen stempel op het verhaal te drukken, want met wat hij er nu van heeft gemaakt, vragen we ons af of The Book Thief misschien niet beter op het nachtkastje van de lezers was blijven liggen.

Het verhaal van The Book Thief klinkt allesbehalve idlyllisch. Het beschrijft de coming of age van Liesel Meiminger, een Duits meisje dat na de dood van haar broertje door haar moeder wordt toevertrouwd aan nieuwe ouders in het fictieve stadje Molching in Nazi-Duitsland. Liesel moet verplicht bij de Hitlerjugend, en stikt onwetend een swastika op haar uniform terwijl rond diezelfde periode de hel losbreekt tijdens de Kristalnacht in de rest van Duitsland. Maar de rust in de Himmelstrasse wordt pas echt doorbroken als de joodse Max op een avond voor hun deur staat. Door omstandigheden zijn Liesels pleegouders verplicht om de jonge Jood te laten onderduiken in hun kelder, waar Max en Liesel steeds dichter naar elkaar toe groeien. Terwijl Liesel er meer en meer in slaagt om zich aan te passen aan haar nieuwe situatie, leert Max haar de liefde voor het lezen en vooral: voor het schrijven. Deze literaire exploratie zorgt voor barsten in de dogma’s van het heersende sociaal-nationalisme, en maakt de weg vrij voor andere denkpatronen in Liesels wereld.

Het is geen nieuwe tactiek om gruwelijke, historische feiten door de ogen van een kind te tonen, maar in het beste geval kan zo’n aanpak zorgen voor een frisse nieuwe blik op een gekend verhaal. Jammer dan dat we in het geval van The Book Thief blijven vastzitten in een naïeve wereld vol hoop en onrealistische luxe die een gezin anno 1942 zich onmogelijk kon permitteren. Het begint al met het openingsshot van de film. Een pastelrozig wolkendek maakt plaats voor een razende trein. Het doet een beetje denken aan de openingsscène van Mary Poppins. Dit shot zet al meteen de toon voor de volledige film: een blik op het onverbiddelijke Nazi-Duitsland, maar dan wel bekeken door een pastelroze bril. Als we voor het eerst de straat zien waar Liesel Meiminger zal opgroeien, wanen we ons even in de Efteling. Schattige cottages à la Anton Pieck in een bedrijvige straat waar iedereen bezig is: de was ophangen, zorgeloos spelen of een citroenmerengue bakken (oké, dat laatste is wat overdreven, maar het zou niet misstaan). Heel de film lang zie je geen armoede, geen hongersnood, geen miserie. Liesel draagt mooie, wijnrode mantels en haar goudblonde haren zijn altijd opgemaakt. De optocht van Joden door Molching bevat enkel mannen. Waar zijn de gescheurde kleren, de kinderen, de ouderen, de vrouwen?

Halverwege doet het verhaal ons een beetje denken aan het Duitse Lore, een film uit 2012 over vijf Nazi-kinderen die 900 km moeten lopen om hun grootmoeder te vinden na de capitulatie in 1945 en in contact komen met een jongeman die een Joodse kampoverlever meent te zijn. Achteraf bekeken had Brian Percival zich beter wat meer aan deze film gespiegeld. Want waar Lore sober, eerlijk en bescheiden is, is The Book Thief stroperig en gekunsteld. En dan hebben we het nog niet over de ergerlijke gewoonte om te kiezen voor Engels met Duitse accenten. We begrijpen dat de film een zo breed mogelijk internationaal publiek wil aantrekken (zeker voor een boek dat is vertaald in veertig talen), maar deze taalverwarring komt eerder stuntelig over en besmeurt de acteerprestaties. Ofwel opteer je voor een volledig Engelse vertolking, ofwel voor een Duitse. Maar laat debutante Sophie Nélisse (Liesel) zich niet affronteren door een soort Duits-Engels te hanteren waar zo nu en dan een “Nein!” of “Saumensch!” tussen sluipt.

En dat is jammer, want op zich kan The Book Thief prat gaan op een uitstekende cast. Geoffrey Rush (Hans Hubermann) zorgt voor de warmte en de humor ten huize Hubermann, samen met een overtuigende Emily Watson (Rosa Hubermann). Zij zet een vrij karikaturaal karakter neer (streng en opvliegend), maar slaagt er wonderwel in om te tonen dat Rosa meer waard is dan enkele ‘watschens’ (een pak slaag). Ook de cinematograaf heeft zijn werk voortreffelijk gedaan. Het kleurenpalet van de film bevat sombere bruin-, grijs- en blauwtinten die fel afsteken tegenover het helderrood van de swastika’s. Het huis van de burgermeister bevat ook een prachtig art nouveau interieur, inclusief kenmerkend aardewerk in luxueuze materialen. Heel mooi allemaal, maar die materialen en interieurs zijn niet realistisch voor een arm stadje als Molching. Zeker niet op de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Nog een pluspunt is de soundtrack, verzorgd door vaste waarde John Williams. Hij zorgt niet echt voor verrassingen (hij heeft dan ook de gezegende leeftijd van 81 bereikt) maar wel voor een warm pianospel dat zorgt voor een droevige ondertoon, iets waar het script minder in slaagt. Hebben we bijvoorbeeld al vermeld dat het relaas wordt verteld door niemand minder dan de dood himself? In het boek werkte dat, in de film komt het al snel aanstellerig over. Nu goed, aanstellerig of niet, de personificatie van de dood zorgt ironisch genoeg voor een down-to-earth mentaliteit die we in de rest van de film niet terugvinden.

The Book Thief is geen nieuwe Schindlers List, laat dat duidelijk zijn. Eerder een flauw Hollywood-afkooksel van de ware feiten. Na de vertoning komen we een beetje bedrogen buiten, want het lijkt alsof het leven tijdens de Tweede Wereldoorlog achteraf gezien ‘nog wel meeviel’. Voor de liefhebbers van het sentimentele melodrama en familiefilms op commerciële zenders zal het een meevaller zijn: voor ons viel dit dik tegen. Een veel te onschuldig verhaal dat een oorlogsfilm niet hoort te zijn, zelfs niet met jongeren als doelpubliek. Vlei uzelf dus gerust op de zetel met het gelijknamige boek. Het zal u beter bevallen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in