COLUMN :: Nirvana

Augustus 1991 was een pracht van een augustus. Via de directeur van de Hasseltse Kinderboerderij, op wiens zoontje ik anderhalf jaar met engelengeduld had gebabysit, had ik immers een backstagepas voor Pukkelpop in de wacht kunnen slepen. Het zou de enige editie van het festival zijn die op de terreinen van de Kinderboerderij werd gehouden, maar dat wisten we toen nog niet. Wat ik evenmin kon vermoeden, toen ik veel te vroeg ’s ochtends – de vrijwilliger die onze doorgang moest controleren wreef de slaap nog uit de ogen – het terrein betrad, was wat voor ontdekking in ‘t verschiet lag.

Het zal u niet verbazen dat er om 9u ’s morgens achter een festivalpodium nog geen mens te bekennen is. Net voordat ik echter onverrichterzake naar de wei wilde terugkeren, zag ik een groepje op het podium soundchecken. Met die droom om rockjournalist te worden in het achterhoofd, knoopte ik snel een gesprekje aan met de drummer; sympathieke, langharige Amerikaanse jongeman. Het bandje tourde op dat moment in het voorprogramma van Sonic Youth. En ja, zo vroeg opstaan was balen. En zeker, na hun concert gingen ze een feestje bouwen. Maar eerst gingen ze er een flinke lap opgeven.

De zanger van dat groepje leek me, zo van op een meter afstand, hetzelfde charisma als Thurston Moore van Sonic Youth te hebben: authentiek, op een coole manier alternatief, rock-‘n-roll. We wisselden enkele beleefdheidsfrases uit, en even later bouwde de heren inderdaad een feestje. Op het podium. Zelden een groep gezien die er live zo tegenaan ging. Zowel de bassist als de zanger stagediveden dat het een lieve lust was. Om al om 10 u ’s morgens driekwart van de mensen tot pogoën te brengen, moet je uit sterk hout gesneden zijn.

U voelt hem natuurlijk al aankomen als een olifant op legerbottines: die groep was Nirvana. Een maand na Pukkelpop verscheen Nevermind en werd “Smells Like Teen Spirit” de ultieme floorfiller in de hele wereld. U kunt zich inbeelden dat ik Nirvana’s carrière met een meer dan gezonde belangstelling in het oog hield. Hun muziek vormde voor een groot deel de soundtrack bij mijn adolescentenjaren. Nirvana had immers, na de zachte dood van de punk, voor een blikseminslag in de muziekindustrie gezorgd: plots was alternatief weer in. Nirvana was, anders gezegd, de stem van een generatie: mijn generatie.

Het nieuws van Cobains zelfmoord, deze week twintig jaar geleden, greep me destijds dan ook bij het nekvel. Zoals het nu haast vanzelfsprekend is om mensen te vragen waar en bij wie ze waren op 11 september 2001, wist en weet iedereen die van alternatieve muziek hield in de jaren negentig, jaren nadien nog zijn whereabouts op die fatale dag. Alsof we allemaal een klein beetje stierven.

Grunge was destijds het laatste adrenalineshot in het stervende dronkemansgezwalp van de alternatieve gitaarmuziek. Akkoord, krek daarvoor en ook nog tijdens de hoogdagen van jongens in houthakkershemden had je ook het veel interessantere genre van de shoegaze. En ja hoor, daarna zouden The White Stripes met hun bluespunk nog het mooie weer maken, net als een slordige twee dozijn fijne postrockgroepjes een nieuw genre zouden inluiden. Maar zeg nu zelf: een icoon als Kurt Cobain en Nirvana heeft dat toch niet meer opgeleverd.

Waarom ik altijd heb verzwegen dat ik, misschien wel een trotse vijf minuutjes lang, Cobain heb gesproken? Ach, had het zin die enkele beleefdheidsfrases ergens ter publicatie aan te bieden? Bovendien was ik veel te druk in de weer met studeren, uitgaan, meisjes versieren, … te leven op muziek van Nirvana, quoi. Alles kon, alles was mogelijk, een volle, heerlijke drie jaar lang. En yep, reken maar dat het lastig ontwaken was uit die heerlijke droom. Nirvana was een sprookje, een zeepbel ter grootte van een luchtkasteel, en u weet wat er zelfs met de meest stevige zeepbellen gebeurt.

Ooit moet ik het dictafooncassetje van toen terugvinden, en dat interview uittikken, maar nu nog even niet. Ik trek me terug met het verzamelde oeuvre van Nirvana en enkele fotoalbums uit de jaren negentig. Want tijd is inderdaad een genadeloze sluipschutter; verdwalen in mierzoete herinneringen mag dan al proza opleveren dat lekker wegrockt; het geeft geen enkele hoop op wijsheid.

Filip Hermans

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in